Uitzendbranche boos over hogere premies

Tijdelijk werk

Uitzendbureaus zijn boos dat ze hogere WW-premies moeten betalen. „We helpen werklozen juist aan het werk”, zegt brancheorganisatie ABU.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Uitzendondernemingen vrezen dat de prijzen voor tijdelijk werk zullen oplopen als uitzendbureau’s verplicht worden hogere werkloosheidspremies door te berekenen. Het kan leiden tot een prijsstijging van 5 tot 6 procent, waarschuwt brancheorganisatie ABU.

Demissionair minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) wil dat de uitzendbranche stopt medewerkers onder te brengen in vaksectoren met lagere premies. Eind mei bevroor Asscher daarom de mogelijkheid om uitzendbureaus een lager WW-tarief te laten betalen.

Van horeca tot hoveniers, de Nederlandse arbeidsmarkt is verdeeld in tientallen sectoren, elk met hun eigen werkloosheidspremie. Het idee is dat elke sector verantwoordelijk is voor de werkloosheid die de sector zelf veroorzaakt, volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.

De uitzendbranche vormt een sector op zich, met een bijbehorende WW-premie van 5,25 procent. Dat is veel vergeleken met bijvoorbeeld het baggerbedrijf (0,06 procent) maar minder dan de stukadoors (6,13 procent).

Op dit moment werken zo’n 300.000 à 400.000 uitzendkrachten – 40 procent van het totaal – voor een sector die lagere premies betaalt. Deze worden met name uitgezonden door kleinere, gespecialiseerde uitzendbedrijven, zegt Jurriën Koops van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). „Zulke bedrijven hebben in feite hetzelfde risicoprofiel als de ondernemers in de sector waaraan ze uitzendkrachten leveren.”

Volgens de minister is er echter sprake van wildgroei: de helft van de uitzenders betaalt de WW-premie van een andere sector. In 2010 was dit 10 procent.

De minister heeft de situatie nu bevroren. Dat betekent dat nieuwe uitzendcontracten niet meer in een andere sector kunnen worden afgesloten, maar dat er niets verandert voor bestaande uitzendkrachten, payrollers, en gedetacheerde werknemers. Het is de bedoeling dat er in 2019 definitieve wetgeving komt om – in de woorden van Asscher – „oneigenlijke verschuiving” tegen te gaan.

Volgens de ABU verdient de uitzendbranche een andere aanpak. Koops pleit ervoor om uitzendbureaus een WW-premie te laten betalen die gebaseerd is op een gemiddelde van alle andere sectoren. „We zijn juist een sector die werklozen aan de slag helpt. Dertig procent van de mensen die een baan vindt, komt via een uitzendbureau binnen. ”