Transvet-Fred is dood

Wat eten we?

Zouden we zonder de hartaanval van president Eisenhower in 1955 ooit zo bang voor vet zijn geworden? Het is in elk geval aan de verstopte aderen van de Amerikaanse president te danken dat vanaf toen in de VS op grote schaal onderzoek naar hart- en vaatziekten werd gedaan. En aan Fred A. Kummerow, de Duits-Amerikaanse biochemicus die tot zijn dood tegen transvetzuur vocht. Hij overleed vorige week op 102-jarige leeftijd.

Hoe fout vet kan zijn – en dan vooral de geharde vetten, de transvetten die de industrie gebruikt voor koekjes, chips en snacks – weten we dankzij het onderzoek waar Kummerow vanaf de jaren vijftig zijn leven aan wijdde. Of eigenlijk dankzij zijn oom, die Fred voor zijn twaalfde met een scheikundesetje een duwtje naar de wetenschap gaf.

Nu staat niet meer ter discussie dat transvetzuren slecht zijn voor het cholesterol en zo hart- en vaatziekten kunnen veroorzaken. Dat was anders toen Kummerow in 1957 met zijn bevindingen naar buiten kwam. Hij had bij varkens gezien hoe de bloedvaten dichtslibden op een dieet met veel transvetzuren. Maar wat zei dit nou helemaal over mensen? In het interview dat Kummerow vorig jaar aan The New York Times gaf voor zijn necrologie – bij een honderdplusser is de dood iets om rekening mee te houden – vertelde hij hoe het hem niet alleen door de industrie, maar ook door andere wetenschappers moeilijk was gemaakt. „Die waren meer geïnteresseerd in wat de industrie dacht dan wat ik dacht.” Pas in 1993, toen hij uit onderzoek onder meer dan honderdduizend verpleegsters het onmiskenbare verband afleidde tussen hartziekten en transvetten, viel in Amerika het kwartje. Al heeft Kummerow niet meer mogen meemaken dat het Amerikaanse verbod op kunstmatige transvetzuren, waarvoor hij in 2013 een rechtszaak begon die hij vlak voor zijn 99ste verjaardag won, van kracht wordt.

In Nederland gaven Martijn Katan en Ronald Mensink in 1990 al de genadeklap, toen ze aantoonden hoe slecht transvetten voor het cholesterolgehalte in het bloed zijn. En anders dan in de VS werkte de industrie, hoewel soms aarzelend, hier wel mee: transvet verdween uit de margarine en werd ook in steeds meer andere producten door gezondere vetten vervangen. Het heeft enorm geholpen, je kunt zonder overdrijven stellen dat het verdwijnen van transvet uit ons fabriekseten duizenden doden per jaar scheelt. Inmiddels zitten Nederlanders met hun transvetinname gemiddeld netjes rond de aanbevolen hoeveelheid van 1 procent van het totaal aantal calorieën per dag.

Lees ook het interview met Martijn Katan: ‘We doen te heilig over groente en fruit’

Voor de transvetten in zuivel en vlees hoef je overigens niet bang te zijn, daarvoor zijn de hoeveelheden te klein. Dat vermoedde Kummerow al voordat daar wetenschappelijke consensus over was. Van honderdplussers wil iedereen altijd weten hoe ze zo oud zijn geworden, wat ze aten. De oudste vrouw ter wereld at elke dag drie rauwe eieren, tot ze op haar 117de overleed. Het antwoord van Kummerow was: rood vlees, volle melk en roerei in boter. Of hij aan een infarct is gestorven is niet bekendgemaakt. Zijn familie liet de doodsoorzaak onvermeld.