Stroom vluchtende Eritreeërs naar Europa droogt opeens op

Migratie

Twee jaar terug waren ze in Italië de grootste groep vluchtelingen. Nu komt er amper nog een Eritreeër. Het gevolg van EU-beleid?

Migranten in Libië na een mislukte poging om Europa te bereiken. Foto Issouf Sanogo / AFP

Waar zijn de Eritreeërs gebleven? Over die vraag breken hulporganisaties zich het hoofd nu Eritrese vluchtelingen nog maar 3,8 procent uitmaken van de 61.000 migranten die dit jaar over zee in Italië arriveerden. Daar komen momenteel vooral economische migranten uit West-Afrika en Bangladesh aan die doorgaans niet voor asiel in aanmerking komen. In 2015 vormden Eritreeërs met 40.000 vluchtelingen veruit de grootste groep. Vorig jaar waren het er 21.000. Tot eind april dit jaar kwamen er maar 467 aan.

In Nederland waren de Eritreeërs, na de Syriërs, jarenlang verantwoordelijk voor de meeste asielaanvragen. Vanwege het totalitaire karakter van het Eritrese regime worden die vrijwel altijd ingewilligd. Tussen 2014 en 2016 werden 12.554 eerste asielverzoeken door Eritreeërs ingediend. Ondertussen telt de Eritrese gemeenschap zo’n 20.000 zielen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst verwacht nu dat het aantal Eritrese asielaanvragen flink zal dalen.

De terugval in vluchtende Eritreeërs naar Europa is opmerkelijk, omdat de leefomstandigheden in het land niet zijn verbeterd. Vorig jaar concludeerde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties nog dat het Eritrese regime zich schuldig maakt aan wijdverspreide mensenrechtenschendingen. Berucht is de dienstplicht die jongeren voor onbepaalde tijd moeten vervullen. Volgens de VN heeft die in de praktijk veel weg van een slavenbestaan. Jongeren die het leger ontvluchten, lopen het risico te worden doodgeschoten.

Soedan treedt strenger op

Als de omstandigheden in het land niet zijn verbeterd, hoe valt de terugval in vluchtende Eritreeërs dan te verklaren? Hulporganisaties noemen een reeks oorzaken, waaronder geldgebrek door mislukte oogsten, maar strenger optreden door de Soedanese regering onder leiding van dictator Omar al-Bashir wordt als belangrijkste factor gezien. Een woordvoerder van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR stelt dat veel Eritreeërs in de Soedanese hoofdstad Khartoem worden tegengehouden. Soedan ligt tussen Eritrea en Libië in en is veruit het belangrijkste transitland voor Eritrese vluchtelingen naar Italië. Ook Amnesty International en het Regional Mixed Migration Secretariat stellen dat Soedan migratie naar het noorden belemmert en groepen Eritreeërs soms weer naar Eritrea deporteert.

Hulporganisaties maken zich zorgen over de rol die de Europese Unie speelt bij de hardere opstelling van Soedan. Zaken doen met dictator Bashir, door het Internationaal Strafhof gezocht vanwege oorlogsmisdaden in Darfur, was lange tijd ondenkbaar. Onder druk van de migratiecrisis haalde Brussel de banden de voorbije jaren toch weer aan. Zo stelde de EU in april vorig jaar 100 miljoen euro beschikbaar aan Soedan. Het geld wordt ingezet voor armoedebestrijding en het creëren van banen, maar ook voor betere grenscontroles en de bestrijding van mensensmokkel.

Een woordvoerder van mensenrechtenorganisatie Amnesty International zegt dat het tegenhouden van Eritreeërs in Soedan mogelijk samenhangt met steeds ferventere pogingen van de EU, en tal van Europese regeringen, om Afrikaanse landen te dwingen migratieroutes te sluiten. Ook andere Afrikaanse landen, waaronder Eritrea zelf, ontvangen Europees geld om de uitstroom van migranten te stelpen.

Hoogleraar internationale betrekkingen Mirjam van Reisen van de universiteit van Tilburg, expert op het gebied van Eritrese mensensmokkel, is bijzonder kritisch op de EU. Van Reisen noemt de opstelling van de Unie „verwerpelijk”, omdat die Soedan er enerzijds toe zou bewegen vluchtelingen tegen te houden en anderzijds onvoldoende geld beschikbaar stelt om de veelgeprezen ‘opvang in de regio’ humaan te laten verlopen. „Vluchtelingenkampen in de Soedanese provincie Kassala staan vaak onder controle van Eritrese militairen en er is nauwelijks wat te eten. Dat is geen redelijk alternatief voor Eritreeërs die overwegen naar Europa te vluchten”, zegt Van Reisen.

GroenLinks-Europarlementariër Judith Sargentini zegt zich ook zorgen te maken over het Europese buitenlandbeleid dat volgens haar steeds vaker wordt gedicteerd door ministers van Binnenlandse Zaken die een snel einde willen aan de vluchtelingenstroom in plaats van oorzaken als armoede en ongelijkheid aan te pakken. Omdat vluchtelingenstromen wel vaker fluctueren, gaat het Sargentini te ver om de terugval in arriverende Eritreeërs vooral te verklaren uit Europese druk op Soedan om ze tegen te houden. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, verantwoordelijk voor asielaanvragen, zegt niet te weten waarom er minder Eritreeërs naar Europa komen. Het doet daar ook geen onderzoek naar.