Column

Raketje

Bij de Albert Heijn zat een kind van een jaar of vier bij de medewerkster die over de gevonden voorwerpen ging. Ze had twee staartjes, droeg een wit jurkje met dierenmotief en zat wijdbeens op de servicebalie. Ze had een ijsje gekregen, een raketje. „Ach wat een lieverd”, zei een vrouw die kwam voor een pakje Marlboro Light.

„Zat op de grond bij de groenten, Achmed heb ’r gevonden”, zei de medewerkster terwijl ze een hand door heur haar haalde. „Ze zegt dat ze met haar vader was.”

De vrouw: „Wie is Achmed?”

Even later kreeg de medewerkster versterking van een collegaatje.

„Schatje zeg…”

„Ja, echt lief.”

Ze hadden het over de vader. Ze kenden hem natuurlijk niet, maar ze vonden hem al wel maar vast een lul.

„Als ik zijn vrouw was, zou ik hem echt straffen.”

Ik had daar een keer over gedroomd, over wat er zou gebeuren als ik de kinderwagen zou vergeten bij de groenteboer.

Dit dus.

Het kind likte ondertussen geconcentreerd van haar ijsje, haar humeur leed er verder niet onder.

„Hij gaat het zo nog een keer omroepen”, zei de medewerkster.

Even later klonk de stem van de filiaalmanager.

„Wil de vader van Machteld naar de servicebalie komen. Uw dochter zit daar.”

Daar was de vader dan, een veertiger van middelbare leeftijd in een korte broek met een nadrukkelijke scheiding in het haar. Terwijl hij zijn dochter in de armen sloot werd hij toegesproken door de medewerkster.

„Waarom duurde dat zolang? Het is drie keer omgeroepen!”

„Sorry”, zei de man. „Ik had ruzie met de moeder.”

„Kan gebeuren”, zei de medewerkster, die dit schijnbaar een afdoende reden vond.

De vader liep weg, bedacht zich, draaide zich om en legde 10 euro op de balie.

„Voor het ijsje.”

„Toch wel een lieve vader”, zei de medewerkster tegen haar collegaatje toen vader en dochter de winkel uit waren. Ze vouwde het biljet dubbel en stak het in de zak van haar spijkerbroek.

„Dat mag je niet houden.”

„Echt wel. Jij hebt niks gezien, toch?”

„Als Achmed dit weet wil hij de helft, hij heeft haar gevonden.”

„Jij houdt echt je bek…”

Vader en dochter zaten inmiddels in een witte Volkswagen op het parkeerterrein, zijn vrouw zat achter het stuur. Het was niet te zien of ze nog steeds ruzie hadden, maar daar ging ik wel vanuit. Zo’n dag was het wel.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.