Column

Poseurs die het Rutte misgunnen

In formaties leer je de echte politici kennen. Poseurs zijn er genoeg: politici die graag praten over hun ideeën maar het niet aandurven ze met de werkelijkheid te confronteren. Politici die fraaie plannen hebben, verpakt in mooie mapjes, maar hun angst voor de kiezer nooit verliezen.

Politici die, uiteindelijk, gewoon niet willen regeren, hoewel ze een opgelegde kans hebben.

Het probleem van deze formatie is vanaf het begin dat er te veel poseurs zijn. Te veel politici die het ene doen en het andere denken. Mee onderhandelen als het van je gevraagd wordt – maar er niet in geloven. Mee onderhandelen over een bepaalde coalitie – maar intussen hopen op een andere.

Niet alleen onwil maakt deze formatie ingewikkeld. Het is ook onwennigheid: alleen een coalitie van vier partijen kan op een meerderheid in beide Kamers rekenen, en sinds het kabinet-Den Uyl (1973-1977) bestond geen kabinet uit meer dan drie partijen.

Dus geen van de onderhandelaars hebben ooit ervaren dat ze zoveel moeten inleveren. En door alle Stemwijzers gaan kiezers voortaan vaak individuele relaties met een partij aan: de kans dat ze zo’n partij als onbetrouwbaar ervaren, is voor een vierpartijencoalitiepartner ongemakkelijk groot. Dat gevaar ontloop je pas als je niet meeregeert.

De formatie gaat nu door zonder GroenLinks, en de druk op D66 wordt groot alsnog een coalitie met de ChristenUnie te overwegen. D66 verwierp die partij eerder nogal bruusk als coalitiepartner, en met het gevaar van nieuwe verkiezingen in het vooruitzicht is het de vraag of Pechtold veel ruimte heeft onderhandelingen met die partij te blijven afwijzen.

Optimisten kunnen denken dat een minderheidscoalitie ook mogelijk is, maar die variant komt, vrees ik, neer op voorbereiding van nieuwe verkiezingen. De partijpolitieke kaart maakt het vrijwel onmogelijk dat een minderheidscoalitie (VVD-CDA-D66 of VVD-CDA) met steun van één flank uit de Kamer kan regeren. Voor klimaat zal altijd steun van de linkerflank nodig zijn. Voor migratie van de rechterflank. Zo’n kabinet zal snel door een van de flanken verscheurd worden.

Deze situatie leent zich voor een dramatische stap. De economie draaide in geen tien jaar zo goed, de overheid heeft een begrotingsoverschot: willen politici dit verkwanselen? Dit is alleen hun probleem. Dit draait, uiteindelijk, voor alle partijleiders om één vraag: wil ik regeren met de leider van de grootste partij? En zo niet, wijs ik Rutte op inhoudelijke gronden af, of poseer ik – en misgun ik hem het voortgezette premierschap?

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.