Infiltrant Paul: met één been in cocaïnehandel

Rechtszaak Corrupte douanier

Justitie schoof crimineel én informant ‘Paul’ opzij in de strafzaak rond douanier Gerrit G. Nu is er een brief die Pauls verhaal bevestigt.

In een lading met ananassen vond de politie eind 2013 ruim 300 blokken cocaïne verpakt in oranje plastic. Ieder blok weegt ongeveer 1 kilo als de verpakking is verwijderd. De handelswaarde van de partij bedroeg circa 10 miljoen euro.

Informant ‘Cornel de Jaeger’ knikt goedkeurend als hij op zondag 28 augustus 2016 de deur opendoet van zijn tijdelijke appartement in Rotterdam. Hier, op de negende verdieping van een woontoren op de Kop van Zuid, gaat hij het de komende dagen wel uithouden. Daar, aan de Nieuwe Maas, kijkt de Amsterdammer uit over de Erasmusbrug en de rechtbank. Dat hebben de rechercheurs van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) goed geregeld, denkt hij.

TCI heeft De Jaeger als informant geworven omdat hij gedetailleerde kennis had over een groep mannen die met behulp van de corrupte douanier Gerrit G. cocaïne via de Rotterdamse haven het land in smokkelden. In die complexe zaak zijn in Nederland twee moorden gepleegd en ook nog zeker twee pogingen tot moord gedaan. En volgens De Jaeger heeft een mislukte moordaanslag in Colombia in 2013 er ook mee te maken.

Vanuit zijn luxeappartement organiseert De Jaeger een aantal gesprekken met douanier Gerrit G. Die gaan over de mannen van wie het kartel nog geld claimt en over nieuw op te zetten smokkelroutes voor cocaïne. Opnames van die gesprekken lekken op 3 december 2016 uit. Zo leert Nederland De Jaeger via de NOS kennen als informant ‘Paul’. Datzelfde weekend wordt douanier Gerrit G. weer aangehouden omdat hij de regels van zijn borgtocht heeft overtreden.

Het is niet de laatste onverwachte wending in deze veelbesproken strafzaak. Een paar dagen later blijkt namelijk dat de verantwoordelijke officieren niet op de hoogte zijn gebracht van de deal die TCI met De Jaeger maakte. Het leidt tot een pijnlijke sessie bij de rechtbank in Rotterdam. Want De Jaeger heeft niet alleen een fijn appartement tot zijn beschikking gekregen. TCI heeft ook zijn reiskosten betaald plus de aanschaf van een nieuw paspoort en de opnameapparatuur. Wat is hier aan de hand, denkt justitie? Waarom zijn de autoriteiten zonder medeweten van de zaaksofficieren in zee gegaan met een informant die werkte voor een Colombiaans kartel?

Rechtshulpverzoek

Het verhaal van informant De Jaeger is nog altijd met vraagtekens omgeven. De lezing van het Openbaar Ministerie wijkt op cruciale punten nogal af van De Jaegers versie. Hij is volgens justitie de afspraken niet nagekomen. Vanwege die onbetrouwbaarheid is hij geschrapt uit het informantenregister. Het OM zal de info die hij verzamelde niet als bewijs gebruiken in de strafzaak tegen douanier Gerrit G. en zijn medeverdachten.

Na lang juridisch touwtrekken is de rechtbank meegegaan in deze redenering. Verzoeken om De Jaeger te horen als getuige zijn meerdere keren afgewezen met als motivering: zijn geloofwaardigheid is niet vast te stellen en onduidelijk is of zijn verklaring relevant is voor de strafzaak. Exit Cornel de Jaeger, alias Paul. Althans, zo leek het.

NRC heeft sinds enkele maanden telefonisch contact met De Jaeger. Hij heeft al eerder zijn verhaal gedaan bij misdaadjournalist Hendrik-Jan Korterink en in televisieprogramma EenVandaag, maar voelt zich nog altijd tekort gedaan.

Cruciale vraag: kan hij zijn verhaal onderbouwen met documenten? En wat blijkt? De Jaeger heeft zeer recent een brief gekregen die een groot deel van de informatie die eerder over hem bekend is geworden, bevestigt. De brief is van de hand van de Colombiaanse rechercheur Miguel De León Porras en op verzoek van officier van justitie Isabel América.

Nog brisanter is de directe aanleiding voor die brief: een Nederlands rechtshulpverzoek dat vermoedelijk eind 2016 is gedaan in een andere zaak waarin douanier Gerrit G een bijrol speelt – en dat nog nooit in de rechtbank is besproken. Dus het Nederlandse OM verzocht zélf om meer informatie over De Jaeger, maar deelde die niet met de rechtbank.

Wie is de man achter de bijnamen Paul en Cornel de Jaeger? Hoe kwam hij aan al zijn informatie? En wat drijft deze crimineel die op verzoek van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) infiltreerde in de narcotrafico van Colombia naar Nederland? „Ik heb als dubbelspion jarenlang voor de Amerikanen informatie vergaard over de cocaïnesmokkel naar Rotterdam. Dat is al sinds het najaar van 2013 bekend in Nederland”, zegt hij.

Barranquilla, Colombia

In juli van 2013 krijgt de Colombiaanse rechercheur Miguel De León Porras bezoek van twee bekende agenten van de DEA. Ze stellen hem voor aan een Nederlander die interessante informatie heeft, die de DEA niet meteen kan gebruiken. Kunnen de Colombianen er wat mee?

Het is De Jaeger die vertelt over drugshandel en witwassen, de specialiteit van De León. De details van de informant zijn treffend. Hij verhaalt over Wim Ken A., een 35-jarige Zeistenaar die de spil is van een drugsroute. Wim Ken A. heeft contacten met een groep rond een Colombiaanse vrouw en een Italiaan die vanuit Medellín cocaïne leveren. Een groep Nederlanders smokkelt die cocaïne weer door naar een fruitopslagbedrijf in Rotterdam: Fruit Forces. Dit gebeurt volgens De Jaeger onder regie van de Rotterdammers René F. en Dennis van den Berg, die geen bezwaar heeft tegen publicatie van zijn volledige naam.

In 2013, zo hoort De León, zouden zeker vijf zendingen vanuit havens in Colombia, Costa Rica, Ecuador en Brazilië naar Rotterdam zijn gesmokkeld. In één geval ging het om een partij van 320 kilo cocaïne die op dat moment een handelswaarde van circa 10 miljoen euro vertegenwoordigde. De details in het verhaal van De Jaeger worden ondersteund door een aantal stukken. Het gaat om bewijzen van contante geldstortingen, foto’s en kopieën van paspoorten. Ook zijn er details over huizen en auto’s die Wim Ken A. heeft gekocht met drugsgeld.

Maar dat is nog niet alles, zo vertelt De Jaeger. Wim Ken A. is op 23 april 2013 zwaar gewond geraakt nadat huurmoordenaars hem in Colombia vanaf een motorfiets hebben beschoten. Hij overleeft de aanslag, maar raakt verlamd. Volgens De Jaeger hangt de aanslag samen met een ruzie over geld. Wim Ken A. claimde dat hij 4 miljoen euro tegoed had van Rotterdammer René F. Maar deze ontkent dat hij achter de aanslag zou zitten.

Nadat De León van De Jaeger documenten ontvangt, maakt hij op 20 november 2013 proces-verbaal op over het conflict. Dat stuk moet het startpunt worden voor een onderzoek naar drugshandel en witwassen.

Wat er precies is gebeurd met dat proces-verbaal is een raadsel. Volgens De Jaeger is dit digitale dossier al eerder gedeeld met de Nederlandse autoriteiten door de Colombiaanse officier van justitie, Manuel Molano Rojas. Dat wordt bevestigd door een brief van 17 oktober 2013 aan de liaisonofficier van de Nederlandse ambassade. In de brief, worden twee zaaksnummers genoemd: één gaat over drugshandel en witwassen en één over een moordaanslag. Of die brief met de bijbehorende informatie is aangekomen bij de Nederlandse autoriteiten is onduidelijk. Het OM heeft tot op heden ontkend dat deze informatie bekend was in Nederland.

300 kilo coke op de kade

Op 9 december 2013 vindt de Rotterdamse douane 300 kilo cocaïne in een container vol ananassen. De container is op 17 november 2013 geladen in de haven van Moín in Costa Rica. De laadbak wordt in Panama overgeladen op de MSC Geneva, een schip dat vanuit Zuid-Amerika een lijndienst onderhoudt met Rotterdam. Het fruit is besteld door Joba, een bedrijf uit het Brabantse Fijnaart.

In een lading met ananassen vond de politie eind 2013 ruim 300 blokken cocaïne.
In een lading met ananassen vond de politie eind 2013 ruim 300 blokken cocaïne.

Nadat de partij cocaïne in beslag is genomen, worden de ananassen weggebracht naar een fruitopslagbedrijf aan de Keileweg in Rotterdam, Fruit Forces.

Opvallend: Fruit Forces is het bedrijf dat informant De Jaeger eerder dat jaar al aan rechercheur De León doorgeeft.

En dat is niet het enige. De vondst van de 300 kilo cocaïne wordt gemeld aan de Belgische autoriteiten. Met behulp van de Nederlandse recherche doen de Belgen al ruim een jaar onderzoek naar een andere groep smokkelaars die ook gebruik maken van Fruit Forces. Onder de verdachten: de Colombiaanse vrouw en de Italiaanse man die ook al werden genoemd door De Jaeger als de contactpersonen in Colombia van Wim Ken A. De twee zijn inmiddels in België veroordeeld voor smokkel van de cocaïne.

Ook de twee Rotterdammers die door De Jaeger zijn genoemd, René F. en Dennis van den Berg, zijn in verband gebracht met de smokkel van de 300 kilo cocaïne. Tegen hen zijn inmiddels forse celstraffen geëist. De Jaeger noemt dus zowel verdachten uit een Belgisch als een Nederlands onderzoek naar cocaïnesmokkel, en nog voordat de drugs in beslag zijn genomen. Hoe kan het dat De Jaeger zoveel namen en details kent?

Schieten of tippen

Het antwoord op die vraagt begint in 2006, vertelt De Jaeger. Na wat omzwervingen in het criminele milieu en een paar kleine veroordelingen, onder andere voor verboden wapenbezit, komt De Jaeger in Spanje terecht. Daarna raakt hij betrokken bij grootschalige smokkel van cocaïne. Een deal waarbij ook een aantal grote criminelen uit Nederland is betrokken, loopt fout af en De Jaeger wordt door de Colombianen verantwoordelijk gehouden voor het verlies.

Na bedreiging en gijzeling gaat hij een grens over. De Jaeger zoekt voor het eerst contact met TCI, het Team Criminele Inlichtingen. Het leidt tot niets maar eenmaal terug in Spanje ziet hij wel de meerwaarde van contacten met de politie. De internationale drugshandel is genadeloos en iedereen zoekt naar wegen om zichzelf te beschermen. Geweld is één middel, informatie een ander. De politie kan in ruil voor wat strategische tips bescherming bieden als het uitkomt. Schieten of tippen: zo gaat het spel.

Uiteindelijk komt De Jaeger via een politiecontact in Spanje terecht bij de Amerikanen die dus op zoek waren naar een Nederlander met een achtergrond in de internationale drugshandel en een geloofwaardig verhaal. In het Colombiaanse Cartagena krijgt De Jaeger van de DEA de opdracht om contact te leggen met ene Brede Frans, een man met een koffiehuis in Amsterdam-Noord.

Voor hem gaat De Jaeger naar Baranquilla en later Medellín, waar hij contact legt met de bazen van een cocaïnekartel. Het is een bijzonder verhaal, maar De Jaeger kan zijn verhaal onderbouwen. Hij heeft bijvoorbeeld e-mails met personeelsleden van het Amerikaanse ministerie van justitie en kopieën van vliegtickets met zijn naam in Colombia uit 2010 en 2011. De deal met Brede Frans valt uiteindelijk in het water maar het contact met de bazen in Medellín is gelegd.

Met één been in de Colombiaanse kartels en het andere in de Amerikaanse opsporingsmachine bouwt De Jaeger zijn netwerk uit. Hij knoopt ook relaties aan met vertegenwoordigers van het beruchte Mexicaanse Sinaloa-kartel van Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán. In die tijd komt De Jaeger ook Wim Ken A. tegen, die in Mexico had vastgezeten voor een drugsdeal. Zo ontmoet hij ook de partner van Wim Ken A. in Nederland, de Rotterdammer René F., die eind jaren negentig al is veroordeeld voor heroïnesmokkel.

Opportunisme

De Jaeger is ervan overtuigd dat Nederland al in de zomer van 2013 zicht had op de cocaïnesmokkel vanuit Colombia naar Nederland die René F. samen met Wim Ken A. heeft opgezet.

„Ik heb in het najaar van 2013 ook telefonisch contact gehad met een agent van de Nederlandse TCI.” Daar moeten nog opnames van zijn, stelt De Jaeger. Bewijs daarvoor heeft hij niet.

In Colombia verdwijnt het verhaal van De Jaeger in een la nadat rechercheur De León zélf van strafbare feiten wordt beschuldigd. Inmiddels heeft De León zijn baan weer terug, blijkt uit de de brief die De Jaeger recent kreeg. En die brief is voor de advocaten van de verdachten in de strafzaak rond douanier Gerrit G. reden voor een nieuw verzoek om De Jaeger te horen als getuige.

Of deze nieuwe info voor de Rotterdamse rechtbank ook aanleiding is om De Jaeger te horen, is de vraag. Een woordvoerder van het OM wil bevestigen noch ontkennen dat rechtshulp aan Colombia is gevraagd. „Wij communiceren over dit dossier in de rechtszaal.”

De Jaeger is vast van plan zijn verhaal te doen, zo niet in Nederland dan wel in Colombia. Een onderzoeksrechter in Bogota heeft hem opgeroepen om in juli te getuigen in een onderzoek naar drugshandel vanuit Colombia naar Nederland.

Rest de vraag waarom De Jaeger een deal sloot met de Nederlandse justitie? „Je moet het niet te ingewikkeld maken. Dat ging om geld”, zegt hij. Door het conflict rond Wim Ken A. heeft het kartel in Colombia nog veel geld tegoed. De Jaeger hoopte dat geld te incasseren voor het kartel. En TCI hielp hem aan een paspoort om naar Nederland te komen. „Dat is opportunistisch”, beaamt hij. De drugshandel en de bestrijding daarvan werkt nu eenmaal zo. „Als justitie denkt dat ze wat aan me hebben,mag ik naar Nederland komen en zetten ze me in een mooi appartement. Maar als in het vervolg blijkt dat mijn verhaal niet helemaal past bij het verhaal dat zij willen horen, ben ik ineens onbetrouwbaar en mag ik mijn verhaal niet doen bij de rechter. Als dat geen opportunisme is.”