Column

Hoe bedrijven de drie musketiers ontdekten

Hè? Woont maar een van de acht commissarissen van verf- en chemieconcern AkzoNobel in Nederland? En dat voor een bedrijf dat zich voorstaat op zijn ‘Nederlanderschap’? Een bedrijf dat zich met Nederlandse politieke steun verdedigde tegen een lucratief bod van de Amerikaanse concurrent PPG. Lucratief voor beleggers: 96 euro voor een aandeel dat op de beurs rond 76 euro noteerde.

Drie van de acht AkzoNobel-commissarissen zijn Nederlanders. Maar president-commissaris Antony Burgmans woont in Zwitserland en Ben Verwaayen in Engeland. Alleen Dick Sluimers woont hier. Dat staat pontificaal in de beschikking van de Ondernemingskamer die alle eisen van boze AkzoNobel beleggers heeft afgewezen.

Je kunt er ook een positieve draai aan te geven. Ongeveer 10 procent van de bijna 50.000 werknemers van AkzoNobel werkt in Nederland. Dan springt die ene commissaris (12,5 procent van het totaal) er positief uit.

AkzoNobel won de strijd dankzij de rechter én zijn eigen eensgezindheid. De top wist, in elk geval naar buiten toe, de gelederen knap gesloten te houden. Dat is verrassend gezien de achtergronden en opinies van bijvoorbeeld die Nederlandse commissarissen.

Verwaayen werkte in de top van Nederlandse, Britse én Frans-Amerikaanse bedrijven in de telecomsector: KPN, BT en Alcatel-Lucent. Zijn hart ligt, zei hij drie jaar geleden in De Telegraaf ten tijde van een overnamestrijd om het Franse industriële bedrijf Alstom, bij de Angelsaksische aanpak. Zo min mogelijk afscherming van bedrijven. Sluimers kent de publieke sector van binnenuit, en dus het belang van consensus. Hij was later de baas van pensioengeldbelegger APG. Eén van de grootste beleggers ter wereld. Die wordt niet graag afgepoeierd. Verwaayen geldt als vertrouweling van Mark Rutte, Sluimers was betrokken bij een VVD-verkiezingsprogramma.

Nummer drie, president-commissaris Burgmans, is als voormalig topman van het Brits-Nederlandse Unilever (voeding, zeep) gepokt en gemazeld in de Angelsaksische kijk op de economie. Daarin staan de beleggersbelangen bovenaan.

Als commissaris bij ABN Amro was Burgmans in de loop van 1999 voorstander van de benoeming van Rijkman Groenink boven een andere kandidaat, schrijft Jeroen Smit in De Prooi. Burgmans vond dat de bank opgeschud moest worden.

Hij was al weg toen onruststoker TCI begin 2007 eiste dat ABN Amro zich moest opsplitsen om de waarde voor haar aandeelhouders te vergroten. De afloop was desastreus.

In één board loopt men zomaar vast in groepsdenken dat alternatieven bij voorbaat uitsluit

De les die machtige commissarissen als Burgmans daaruit hebben getrokken is dat commissarissen in een crisis een andere verhouding met de bestuurders moeten kiezen. In het Nederlandse ondernemingsbestuur geldt de regel: de topmanagers leiden de onderneming, de commissarissen houden toezicht. Ze zitten apart: een raad van bestuur en een raad van commissarissen. In het Britse en Amerikaanse ondernemingsbestuur zitten de topmanagers en de controleurs juist samen in één board of directors.

Bij bedrijven met een knetterend conflict met beleggers, zoals AkzoNobel en eerder PostNL en verzekeraar DeltaLloyd zie je de rollen versmelten van bestuurders en commissarissen. Ze nemen de Angelsaksische mores over. Zo is het Nederlandse ondernemingsbestuur toch niet bedoeld? In één board loopt men zomaar vast in groepsdenken dat alternatieven bij voorbaat uitsluit. Je hoort de drie musketiers: één voor allen, allen voor één. Met alle gevolgen van dien. Opvallend: in de Angelsaksische wereld pro beleggersbelangen, hier juist niet.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie