Recensie

Driftige en gefragmenteerde danstaal

In New Adventurespresenteert Scapino Ballet als afsluiting van het seizoen werken van drie dansmakers die al een zekere status hebben verworven. Itamar Serussi, Martin Harriague en Felix Landerer zijn het kennelijk over één ding eens: de hedendaagse mens is een getergde eenling.

De toon wordt gezet door Serussi, die in het trio Love Gun weer kwistig strooit met haarscherpe, originele passen. In een witte ruimte dansen twee vrouwen en een man om beurten op knetterharde elektronische muziek. Hun bewegingen zijn lang van lijn en krachtig geaard, waarbij koddigheid en elegantie elkaar in hoog tempo afwisselen. Maar zonder verband of dramaturgische kadrering hebben deze duistere liefdesperikelen geen enkele zeggingskracht.

Prince van Martin Harriague neigt naar lach-of-ik-schiet, met hysterische, volgepakte dansfrasen waarmee de choreograaf héél losjes het verhaal van de balletklassieker Doornroosje navertelt. Er zijn slapende prinsen en prinsessen, kussen, krijsende hovelingen

Gelukkig sluit Felix Landerers While We Can de avond af. Ook zijn danstaal is driftig, gefragmenteerd en staccato. Landerer echter maakt én langere, samenhangende dansfrasen én alle drukte is functioneel: een verbeelding van het demonstratieve feestgedruis op social media. In glitterkostuums hebben de dansers alleen kort en oppervlakkig – fysiek virtuoos en complex – contact, waarmee ze elkaar in een voortdurende staat van onrust houden. Eén man onttrekt zich aan die wereld van schijncontact. Hij lijkt iets waarachtigers te zoeken. Als hij aan het einde de blote pols van een danseres stevig vastpakt, is dat een statement.