Buiten gaan alle goeie plannen z’n hoofd uit

Wie: Robbie

Kwestie: afpersing

Waar: rechtbank Den Haag

Robbie (29) kent zijn zwaktes, maar zijn cocaïnegebruik echt matigen lukt helaas niet. „U maakt zich zorgen om mij en dat is terecht”, zegt hij tegen de voorzitter van de rechtbank. De zitting duurt iets minder dan een uur en heeft vooral een therapeutisch karakter. Robbie bekent wat hem ten laste is gelegd – een poging zijn vader met sms’jes af te persen. Voor zijn verslaving. „Dat was een hele domme actie”, zegt hij. Zijn advocaat voert geen verweer voor het delict en laat het oordeel over de strafmaat aan de rechtbank. Die wenst ze „veel wijsheid” toe, zegt ze.

De officier spreekt van een „verdrietige” kwestie, een „naar” feit, triest „ook voor de verdachte”. Het sms’je was „de druppel” die bij de ouders de emmer deed overlopen. Robbie dreigde zichzelf of een ander met een mes te steken als pa niet met geld over de brug zou komen.

Behalve met een zware verslaving kampt hij met ADHD en schizofrenie. Over zijn persoonlijke omstandigheden wordt alleen duidelijk dat hij op een kamer woont, die zijn ouders betalen. Volgens zijn advocaat wordt hem daar trouwens de coke door dealers aan de deur gebracht, op krediet. Robbie zit dan ook in de schulden. Maar verhuizen en dus „weg uit het netwerk” wil hij niet. Ook zijn ouders zijn het daar onderling niet over eens, zo bericht de advocaat.

Voor de poging tot afpersing zit hij inmiddels 151 dagen in voorarrest, langer dan de straf die daarvoor staat. De rechter en de officier zitten dan ook met Robbie in hun maag. Begin maart is hij door de rechtbank even uit voorarrest vrijgelaten, maar binnen twee weken zat hij weer vast. „De situatie werd snel onhoudbaar”, zegt de officier.

Robbie ziet het probleem zelf aldus: in de gevangenis gaat het hem relatief goed. Daar voelt hij zich ook niet verslaafd. Maar zodra hij ‘buiten’ komt, vervalt hij veel te snel in oude zwaktes en komt hij abrupt in „situaties” terecht. Ook omdat er dan voor hem „niet genoeg geregeld is”. Of het is „slecht geregeld”. Daarmee doelt hij vooral op zijn schulden, zo blijkt als de rechter doorvraagt. „Ik moet nog mensen betalen.”

De rechtbank beschikt over een advies van de reclassering, een rapport van een psycholoog en een psychiater. Zijn verslaving is de kern van het probleem – een langdurige klinische behandeling is de beste optie. Voor de poging tot afpersing ziet men hem als verminderd toerekeningsvatbaar.

Maar Robbie wil niet voor een lange tijd naar een kliniek worden gestuurd. En voor verplicht „begeleid wonen” na afloop voelt hij zich te goed. Hij ziet meer in korte opnames – „een maand is geen probleem” – gevolgd door periodes waarin hij „lekker thuis kan oefenen”. Hij wil „leren niet te gebruiken”. Een lang verblijf in een kliniek ziet hij als een straf. Maar hij geeft toe: „Zodra ik buiten ben, gaan alle goeie plannen uit m’n hoofd.”

De voorzitter aarzelt. De ervaring is dat korte opnames tot nu toe mislukten. „Hoe voorkomen we dat, als we u morgen op straat zetten, u over een maand niet weer hier zit?” Robbie vindt zichzelf niet helemaal hopeloos: „Vanaf 2010 was ik een hele tijd zonder problemen!” De officier wil dat er voor Robbie een „strak strafrechtelijk kader” komt voor een lange behandeling, zoals ook de reclassering adviseerde. Hij eist 240 dagen cel, waarvan 70 voorwaardelijk. Voldoende om een wachtlijst voor een behandelplaats te overbruggen.

Robbie zegt in zijn laatste woord dat hij hoopt dat de rechter „meegaand” is in de strafmaat. „Dag allemaal”, zegt hij vriendelijk, als hij met de parketpolitie de zaal verlaat.

De rechtbank legt hem twee weken later 164 dagen cel op. Een behandelplicht met een gedwongen opname als stok achter de deur is al van toepassing op basis van een eerdere veroordeling. De celstraf is volgens de rechtbank „wellicht zwaarder” dan in vergelijkbare gevallen. Maar dat is te rechtvaardigen omdat de verdachte zijn ouders „op zijn destructieve pad meesleurt” en geen inzicht toont in de gevolgen van zijn gedrag dat op belaging lijkt.