Qatar is schathemelrijk, maar toch kwetsbaar

Economische weerbaarheid

Een voorraad geld maakt Qatar niet onkwetsbaar, wanneer de stroom geld begint te
haperen.

Katara Beach in Doha, Qatar. Foto Bloomberg

Hoe lang zingt Qatar het uit in het isolement waarin zijn buurlanden het land hebben geplaatst wegens ‘te nauwe banden’ met Iran? In principe vrij lang, vooropgesteld dat de export van een beetje olie en vooral heel veel gas ongehinderd door kan gaan. Maar zo goed als het ooit ging gaat het, ook afgezien van de boycot, niet meer. De daling van de prijs van ruwe olie sinds de zomer van 2014 heeft de kwetsbaarheid van het eenzijdige economisch model van het land, net als bij de buurlanden in de Golf, blootgelegd.

Op papier is Qatar steenrijk. Officieel is het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking zo’n 65.000 dollar. Daarmee staat Qatar in de mondiale top vijf. In werkelijkheid is de welvaart nog veel groter. Er wonen weliswaar 2,6 miljoen mensen in Qatar, maar het overgrote deel van hen is geen daadwerkelijke Qatarees. Dat is slechts een op de acht. Het land wordt grotendeels draaiend gehouden door buitenlanders. Indiërs vormen, met 650.000, de grootste groep, gevolgd door 350.000 Nepalezen. Er zijn naar schatting ruim 1.400 Nederlanders.

Lees ook de analyse van het conflict: Zonder vrienden is Qatar verloren

Het bbp per hoofd van het oorspronkelijke deel van de bevolking dat daadwerkelijk rechten op de rijkdom kan doen gelden, loopt dus in de vele tonnen – vooropgesteld dat dit evenredig zou worden verdeeld.

Die welvaart is bijvoorbeeld terug te zien in het staatsinvesteringsfonds, dat volgens eigen opgave zo’n 335 miljard dollar groot is. De Franse voetbalclub Paris St. Germain is eigendom, het bekende Londense vastgoedproject Canary Wharf, en er is onder meer een aandeel van 17 procent in het Volkswagenconcern.

Eind vorig jaar kocht het staatsinvesteringsfonds nog, samen met de Zwiterse grondstoffengigant Glencore, eenvijfde van het Russische oliebedrijf Rosneft voor omgerekend 10,5 miljard euro.

Voorraad en stroom

De buffers zijn dus groot. En de investeringen brengen internationale invloed met zich mee. Maar zo’n voorraad geld maakt Qatar niet onkwetsbaar wanneer de stroom geld hapert.

De overheidsfinanciën zijn, typisch voor een oliestaat, gebaseerd op de inkomsten uit olie en gas, en uit de opbrengsten van staatsondernemingen (samen bijna 70 procent). Dan zijn er nog inkomsten uit vennootschapsbelasting, en wat andere inkomsten. Maar inkomstenbelasting is er niet en er wordt nu voor eerst gedacht over een btw – onder meer op voorspraak van het Internationale Monetaire Fonds. Zo’n btw, plus het afbouwen van staatssubsidies, moeten de overheidsfinanciën weer wat in balans brengen. Want Qatar had vorig jaar voor het eerst sinds 1999 een begrotingstekort, en dat zal volgens het IMF ook dit en volgend jaar zo zijn.

Het land wijt dit overigens met name aan de kosten van de organisatie van het WK-voetbal in 2022, waarvoor de schattingen van de kosten oplopen tot een megalomane 200 miljard dollar. Het isolement waarin Qatar nu is gebracht kan het begrotingstekort fors verder doen oplopen.

De eenzijdige afhankelijkheid van inkomsten uit olie of gas, en de eindigheid daarvan, zijn voor alle Golfstaten reden geweest om hun economie diverser te maken. Het wordt nu de vraag of dit proces in Qatar wordt onderbroken.

De vraag is waaraan dit voor het eerst te zien valt. De beurs van Qatar is inmiddels met zo’n tien procent gedaald, de rente op staatsleningen is omhoog en de kosten van de verzekering tegen wanbetaling, door middel van zogenoemde credit default swaps, zijn verdubbeld. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s waardeerde Qatar vorige week af van AA naar AA-, met de waarschuwing dat verdere afwaardering kan volgen.

Maar de werkelijke test wordt de wisselkoers. De munt van Qatar zit sinds jaar en dag muurvast aan de Amerikaanse dollar, op een koers van 3,64 riyal per dollar. Hoe strak dit keurslijf is, bewijst de bandbreedte waarbinnen de centrale bank, met aan- en verkopen, de munt houdt: tussen 3,6385 en 3,6415. Dat de riyal de afgelopen week verzwakte naar 3,66 lijkt miniem, maar is dus een aardverschuiving. Als de munt gaat, dan wankelt Qatar. Want zoals de omringende Golfstaten zelf maar al te goed weten, de beste plek om een hunner te raken is de portemonnee.