Column

Het onverzadigbare tennisbeest

Stan Wawrinka stopte een tennisbal in zijn mond en zwalkte over de baan. Hij was moedeloos. Op. Wawrinka zag eruit als een versleten hond die voor de zoveelste keer een weggesmeten bal moest ophalen voor zijn baasje. Zijn tegenstander Rafael Nadal was intussen alweer bezig met de voorbereiding op het volgende punt: de baseline schoonvegen met de punt van zijn schoen, handdoek aannemen van een ballenjongen, zweet wissen, wrijven achter zijn oren, een keer aan zijn broekje plukken.

Het vaste ritueel aan bewegingen doet vermoeden dat we met een manisch patiënt van doen hebben. Een onbereikbare gek, opgesloten in zijn eigen wereld. En misschien is het gedurende de wedstrijd ook zo. Alles draait bij Nadal om concentratie en overgave. De Spanjaard verslapte nauwelijks tijdens de finale op Roland Garros. Hij sloot zich af van zijn omgeving; er telde maar één ding: het binnenslepen van de volgende game.

Na een periode van blessures is Nadal weer op volle oorlogssterkte geraakt. In de extreem vertraagde televisiebeelden was goed te zien hoe hij zijn forehand slaat: de ogen gericht op de bal, het racket in full swing zwaaiend door de lucht, de voeten los van de grond, de mond opengesperd in zijn furieuze gezicht.

En dan die linkerarm.

Nadals bovenarm heeft de omvang van een dijbeen van een stevige puber. Drie sets lang timmerde hij met die gespierde arm de bal op hoge snelheid naar alle hoeken van het veld. Het zijn rake klappen – zeker als ze worden ondersteund met een schreeuw.

Een tennisbal zou aangifte moeten kunnen doen van mishandeling door Nadal. En de tegenstander ook, trouwens.

Wawrinka kwam de hele finale niet onder de druk uit. Sporadisch verzet werd door Nadal direct beantwoord met nog fellere slagen. De Zwitser moest machteloos toezien hoe zijn baasje de wedstrijd dicteerde. In alle facetten van het tennis werd Wawrinka afgetroefd.

Direct na het winnen van de finale viel Rafael Nadal achterover op zijn rug. Het racket was eindelijk los van zijn zere, bepleisterde hand; het lag vier meter bij hem vandaan op de baan.

Zonder racket in de buurt leek het onverzadigbare beest uit Nadal vertrokken. Wat overbleef was een charmante jongeman die openlijk zijn liefde betuigde voor zijn favoriete ondergrond. Oranje klei. Zoals een raspaard zich graag wentelt in warm zand, zo genoot Nadal van het liggen op het stoffige gravel van Parijs.

In afwachting van de prijsuitreiking verborg hij minutenlang zijn gezicht in een handdoek. Nadal was even alleen met zijn adem en zweet. Hij moest nog gaan beseffen wat wij de afgelopen twee weken al van verre zagen aankomen.

Als je tien keer het toernooi van Roland Garros wint, ben je de beste graveltennisser aller tijden.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.