Ze springt thuis ook wel eens over de bank

Bastiaan Heus fotografeert wekelijks de sportcover

Foto Bastiaan Heus

Ze durven gewoon niet, de kids. In de spookhuizen van het digitale leven kennen ze geen angst, maar zet een hekje van 84 centimeter op een atletiekbaan en ze lopen een blokje om. Dus heeft Nederland maar weinig hordelopers. En dat is de reden, zei Marjan Olyslager laatst in Trouw, waarom zij al 28 jaar Nederlands recordhouder op de 100 meter horden is. „Je ziet de hekken vaak wel staan bij verenigingen, maar veel kinderen vinden ze eng. Je kunt vallen en je serieus pijn doen. Als dat een keer gebeurt, haak je toch sneller af.”

Hordelopen is inderdaad een kwestie van schrammen, bulten en blauwe knieën. Al is daar bij Nadine Visser hier niet veel van te zien. De atlete, ook een van de beste zevenkampsters van Nederland, heeft geen last van hordevrees (en vast ook niet van polsstokpaniek of kogelzorgen). Nooit gehad ook: „Ik wil elke horde keihard aanvallen. Ik ben niet bang om hem te raken, ik wil er doorheen.” Ze springt naar verluidt ook thuis wel eens over de bank.

Visser is nu 22, zes jaar jonger dan de 12.77 van Olyslager, maar ze nadert het Nederlands record met rasse schreden. Vorige maand had ze nog maar 12,87 nodig voor de 100 meter. Met een beetje goede wil dicht ze dat laatste gaatje van tien-honderdste seconde zondag bij de Fanny Blankers-Koen Games in Hengelo.