Wetenschap met een vleugje humor

Een promovendus die in een theater over zijn of haar onderzoek vertelt. Dat klinkt in eerste instantie niet als een sexy concept. Toch staat met Sciencebattle een groeiende club van promovendi op de planken. Een bioloog vertelt hoe hij het wereldvoedselprobleem gaat oplossen, of een jonge wetenschapper in de quantummechanica praat over de computer van de toekomst. Volgens mede-oprichter van Sciencebattle Suzanne Streefland (31) is quantummechanica „helemaal hip.”

Ze moest theaters bij de start van haar onderneming in 2014 wel zien te overtuigen. Dat serieuze wetenschap niet saai is en prima verkocht kan worden aan een breed publiek. De voorstellingen, die aanvankelijk alleen te zien waren in Rotterdam, Delft en Leiden worden nu ook in theaters elders in het land opgevoerd.

De formule: in anderhalf uur tijd vertellen vier jonge wetenschappers over hun vakgebied en onderzoek. Tegelijkertijd gaan ze de strijd met elkaar aan „zonder daarbij afbreuk te doen aan de inhoud”, aldus Streefland. Engelse termen en jargon zijn verboden. Degene met het beste, leukste, origineelste of grappigste praatje wint. De beloning? Een pot hersenen op sterk water. Voor het theatrale effect.

In het eerste jaar na de oprichting was het volgens Streefland ook zoeken naar deelnemende promovendi. Inmiddels is er een wachtlijst. Streefland: „Promovendi willen meedoen omdat ze hun specialistische onderwerp graag willen delen. En Sciencebattle is een goede oefening voor het lekenpraatje dat bij promoties wordt gehouden.”

Streefland is tv- en radiomaker bij omroep WNL. Ze werkt samen met theatermaker René M. Broeders, die ze kent van haar tijd bij Radio Rijnmond. Daar ontdekten ze hun gezamenlijke liefde voor de wetenschap. De twee investeerden eigen geld in hun onderneming. Sinds 2015 worden ze door wetenschappelijke partners KNAW en VSNU ondersteund met een jaarlijkse bijdrage van 13.000 euro.

Streefland wil het concept uitbreiden naar middelbare scholen. Iets wat volgens haar „flink moet gaan bijdragen aan hun verdienmodel”.