Trilosofie

Ook tijd is een drievoudige ordening

Gijsbert van Es en Peter van der Straaten opperen in NRC het idee van trilosofie (Deel niet alles op in twee, word trilosoof). Men zou meer in ‘trigitaliteiten’ dan in dualiteiten moeten denken. Zij wijzen onder meer op Plato met zijn drie-waardenleer van waarheid, goedheid en schoonheid en op het Christendom met de Drievuldigheid. Montesquieu’s trias politica van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht werkt nog steeds door in politieke systemen. En komen Cruijffs triootjes ook niet voort uit driedimensionaal denken?

Aan de drie-theorieën voeg ik graag een belangrijke drievoudige ordening toe, namelijk die van de tijd. In mijn boek Triptiek van de Tijd (2010) laat ik verschillende triades van verleden, heden en toekomst zien.

Om met Aristoteles te beginnen, die heeft naast ethos, pathos en logos ook nog een driedelige opvatting van tijd. Hij brengt er een sequentie in aan: het verleden komt vóór het heden en de toekomst komt erná.

Na hem vergelijkt Augustinus de tijd met de drieslag van herinnering, aandacht en verwachting. De kerkvader illustreert dit met het luisteren naar een psalm. Terwijl de aandacht uitgaat naar de noten van het moment, herinnert men nog de gespeelde noten en ziet men reeds uit naar de noten die nog komen.

Historici en filosofen spelen met die triade een eigen spel.

Het Verlichtingsdenken is niet alleen maar duaal, zoals de auteurs beweren. Daarin bestaat over de tijd wel degelijk een ‘trilosofische’ opvatting. Het verleden ziet men op een lagere trap van beschaving dan het heden en in de toekomst kan men nóg hoger klimmen.

Zo krijgt de triade de vorm van lineair vooruitgangsdenken, dat nog steeds niet is verdwenen. Technici, medici en politici geloven er heilig in.

In de Romantiek krijgt het verleden een grotere rol dan de toekomst. Het lot van veel wereldrijken, met name dat van Rome, doet twijfelen aan het tijdsdenken van de Verlichting. De opgaande lijn moet uiteindelijk plaatsmaken voor de golf van opkomst, bloei en verval. Als reactie daarop bedenkt Marx weer de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige. Hij bedoelt dat het verleden steeds blijft voortleven in heden en toekomst, namelijk in de gedaante van behoudzucht en conservatisme. Verleden, heden en toekomst vormen zo een trio in het heden.

In Sein und Zeit denkt Heidegger eveneens trigitaal. Anders dan Marx situeert hij minder het verleden, maar meer de toekomst in het heden. Dat komt voort uit de zorg voor onszelf en anderen, in relatie tot de onvermijdelijke dood. Derrida borduurt hierop verder. Hij bedenkt een spookachtige tijd, waarin het verleden als een vampier terugkeert in het heden en ons als trauma vanuit de toekomst tegemoet komt. De tijd is dan te zien als een lus.

De geschetste tijdstriades tonen zo opnieuw een drievoud: die van de lijn, de golf en de lus.