Talent is mooi, ambitie is beter

Professioneel meesterschap

Wat is er voor nodig om op de toppen van je kunnen te presteren op de werkvloer? Deskundigen geven antwoord: „Kunnen uitblinken is maar ten dele aan jezelf te danken. Het moet je ook worden toevertrouwd.”

Illustratie iStock

,Uitblinken”, zegt Lidewey van der Sluis, „dat betekent boven het maaiveld uitsteken. Bovengemiddeld zijn.” Als organisatie-adviseur en hoogleraar strategisch talent management doet ze onderzoek naar de selectie en het tot bloei brengen van talent op de arbeidsmarkt. Ze is gebiologeerd door de vraag wat mensen professioneel doet uitblinken, vertelt Van der Sluis, verbonden aan Nyenrode.

Die fascinatie wordt gedeeld door Paul Wylleman, hoogleraar sportpsychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Als ‘prestatiemanager prestatiegedrag’ maakt hij deel uit van het High Performance Team van TeamNL, dat onze atleten voorbereidt op de Olympische Spelen van 2018 en 2020. Volgens Wylleman zijn sport- en werkprestaties beide het resultaat van een langdurig ontwikkelingsproces, dat grotendeels te sturen is.

De twee noemen vijf belangrijke ingrediënten om professioneel op de toppen van je kunnen te opereren.

  1. Wees leergierig

    „Talent is mooi, ambitie is beter”, zegt Van der Sluis. „Op de arbeidsmarkt is talent niet zo maatgevend voor een loopbaan als bijvoorbeeld in de muziek. Bij de overheid of in het bedrijfsleven zijn karakter en houding veel bepalender voor de productiviteit dan kennis en kunde alleen.”

    Iets soortgelijks zegt Wylleman over de topsport: „We hebben het tegenwoordig al niet meer over talent, maar over prestatiegedrag. Dat is het gedrag dat iemand moet vertonen om zich optimaal te ontwikkelen en daardoor maximaal te presteren.” Daar horen volgens Wylleman vaardigheden bij als spanningsregulatie, mentale veerkracht, probleemoplossend vermogen en een netwerk kunnen opbouwen dat inhoudelijke en sociale steun biedt. „We noemen het competenties. En die zijn te trainen.”

    Dat geldt volgens Wylleman overigens niet alleen voor jonge mensen: „Die competentie-ontwikkeling is een voortdurend proces. Omdat talent vaak met jongeren wordt geassocieerd praten we daarom liever over expertiseontwikkeling dan over talentontwikkeling. Je kunt je hele carrière blijven leren.”

  2. Wees toegewijd

    Dat van die tienduizend uur oefenen die aan grootse prestaties ten grondslag zou liggen, dat klopt dus niet. De ‘tienduizend uren-regel’ kreeg bekendheid door het boek Uitblinkers van de Brits-Canadese auteur Malcolm Gladwell. Hij concludeerde onder andere op basis van onderzoek van psycholoog Anders Ericsson dat virtuozen hun vak minstens tienduizend uur gepraktiseerd hebben. Wylleman spreekt dat tegen. „Het gaat niet om het aantal uren”, zegt hij. „Sommige sporters kunnen met 4.500 tot 5.000 uur oefenen een Olympisch niveau behalen. Het gaat om de manier waarop er getraind wordt.”

    Uitblinkers kenmerken zich volgens Van der Sluis en Wylleman vooral door deliberate practice: het gemotiveerd en doelgericht oefenen met de nadrukkelijke wens steeds beter te worden. Onderdeel daarvan is kunnen analyseren wat er fout ging, doelgericht kunnen zoeken naar oplossingen en die vervolgens op eigen initiatief bespreken met de sportcoach, muziekleraar, of leidinggevende. Van der Sluis concludeerde in haar promotie-onderzoek dat de meest succesvolle managers ‘reflecterend leergedrag’ vertoonden. „Na iedere prestatie keken ze terug op hun eigen gedrag: hoe ging het, wat heb ik goed gedaan, wat niet, hoe zou ik het in de toekomst beter kunnen doen?”

    Wetenschappers die onderzoek doen naar talent noemen cognitive readiness daarnaast ook als kenmerk van uitblinkers. Wylleman: „Dat betekent op abstract, cognitief niveau begrijpen wat je moet doen om stappen vooruit te maken. Daar moet je kritisch voor na kunnen denken en situaties snel in kunnen schatten.”

  3. Heb je vak lief

    Zonder een hartstochtelijke interesse voor het vak dat je beoefent, gaat het niet lukken. Voor hun boek Het geheim van de uitblinker interviewden psychologen Frenk van Harreveld en Vittorio Busato toppers op het gebied van sport, cultuur, ondernemerschap en wetenschap. Wat deze mensen gemeen hadden was de enorme fascinatie voor hun vak, al van jongs af aan. De wetenschappers schrijven in de epiloog van het boek: „Verliefde mensen beschrijven hun liefde soms als iets vanzelfsprekends, iets waar ze nooit aan hebben getwijfeld. Een dergelijk gevoel hebben uitblinkers ook over hun vakgebied.”

    Het is de hartstocht, de innerlijke noodzaak, die de monomane beoefening van een vak mogelijk maakt. Maar dat is volgens Van der Sluis ook het zwarte randje van excelleren: „Er horen offers bij en er komt pijn bij kijken. Als je vanuit je hart met je vak bezig bent, komt alles binnen.”

  4. Kies de juiste omgeving

    „Je kunt nog zo begaafd zijn en nog zo gemotiveerd, in de verkeerde omgeving dooft de vlam.” Kunnen uitblinken is volgens Van der Sluis maar ten dele aan jezelf te danken. „Je moet ook worden uitgekozen, en het moet je worden toevertrouwd.”

    Ze vergelijkt het tot bloei brengen van professionals met een brand-driehoek. Er is om te beginnen brandstof nodig, dat zijn iemands kwaliteiten. Dan moet er een warmtebron zijn: de energie die iemand meebrengt. Het derde noodzakelijke element is zuurstof: de mogelijkheden die de omgeving moet bieden.

    Van der Sluis somt op wat er in een organisatie aanwezig moet zijn om het ‘zuurstofklepje’ te doen waaien: „Je moet van je leidinggevenden aandacht, inspiratie en richting krijgen. Dit vraagt van de organisatie dat ze duidelijk zijn over hun verwachtingen.” Daarnaast is met elkaar afspreken wat er onder ‘goed’ wordt verstaan altijd een stap op de weg naar beter, zegt van der Sluis. „Een organisatie moet je de ruimte geven om je vleugels uit te slaan. Daarvoor moet je je veilig voelen, vertrouwen krijgen en er moet verbinding zijn met andere collega’s: belangrijk om je in een organisatie te ontwikkelen. ”

    Als recruiters hun vak niet verstaan, mis je als organisatie waar het talent zit, beschrijft ze in haar boek Het selectieproces. Van der Sluis: „Zo is er in die zelfsturende teams van tegenwoordig veel te weinig aandacht voor al deze aspecten.”

  5. Weet wanneer het voorbij is

    Auteur Robert Greene bestudeerde voor zijn bestseller Mastery de gewoontes van genieën uit de geschiedenis. „Excelleren gaat in fases”, concludeerde hij. De eerste fase is die van leerling: „Hier moet je goed doorheen komen, anders doe je niet de nodige vaardigheden op.”

    Ook Van der Sluis ziet de weg naar uitblinken als een stapsgewijs proces. „In fase één, in een nieuwe functie bijvoorbeeld, ga je van iets kunnen naar iets onder de knie krijgen. In fase twee heb je het in de vingers. Fase drie is de kunst: je excelleert en hebt je het vak dusdanig eigen gemaakt dat we van meesterschap spreken.” Die drie fases corresponderen niet met tijd, benadrukt ze. „Ik zou er geen termijnen aan ophangen, de een leert sneller dan de ander.”

    Opvallend is dat deze leercurve steeds opnieuw kan en moet beginnen. Van der Sluis: „Dat iemand nu uitblinkt, betekent niet dat hij of zij dat altijd zal doen. Ingehaald worden door jongere mensen op de werkvloer is heel gezond. Dat is zelfs nodig voor de innovatie van een bedrijf.”

    Voor veel mensen is dat een eyeopener, zegt ze. „Ik vergelijk het met de seizoenen. In de lente wordt er gezaaid: je bent aan het groeien. Daarna komt het bloeien en de herfst is oogsten – voor de organisatie de mooiste fase, voor de werknemer vaak niet. Die laatste voelt namelijk routine ontstaan: de komst van de winter.” En dat is precies wanneer dat ‘reflectieve leren’ belangrijk wordt: wat ga je nu doen? „De wintertijd is er om je voor te bereiden op een nieuwe lente, een nieuwe cyclus.”