Salomé sinistre

De Nationale Opera brengt Salomé van Richard Strauss. In 1907 meende Mata Hari dat de dansrol haar op het lijf was geschreven.

‘Ik zou heel graag ‘la danse’ uitvoeren en ik zou haar vooral willen dansen in Parijs waar ik zeer bekend ben.” Op 20 maart 1907 deed Mata Hari een voorstel aan Richard Strauss. Ze wist dat de componist zijn nieuwste opera Salomé ook in Parijs ging uitvoeren en ze vervolgde: „Alleen ik ben in staat de gedachtenwereld van Salomé te verbeelden.”

Ze kende de eenakter van Oscar Wilde uit de korte periode aan het begin van 1904 toen ze in het Rotterdamse Tivoli bij het gezelschap van Henri Brondgeest repeteerde. Salomé ging uiteraard naar Sophie de Vries, de vrouw van de regisseur. Bijrollen lagen Margaretha Geertruida Zelle niet en verstoken van alimentatie en zonder haar dochter koos ze een toekomst in Parijs. Daar veranderde de weggelopen echtgenote en moeder in maart 1905 in een ster. Met haar oriëntaalse sluierdans over een bedrogen Indiase prinses die wraak neemt op haar geliefde trok Mata Hari daarna langs de grote Europese theaters.

Salomé, de verwende prinses van Judea, die om haar onbeantwoorde liefde voor Johannes de Doper diens hoofd eist, inspireerde Strauss tot de opera waarvan een nieuwe productie gisteren bij De Nationale Opera in het Amsterdamse Muziektheater in première ging. Vanaf de eerste opvoering in december 1905 en lang daarna was het usance dat de hoofdrol werd gedeeld door sopraan en danseres. Mata Hari zag zichzelf al in de erotische dans met zeven sluiers die Herodes verlangde in ruil voor de vervulling van Salomé’s gruwelijke wens. Aan Strauss gaf ze als referentie Jules Massenet op in wiens opera Le roi de Lahore ze had gedanst in Monte Carlo. De maître, reuze gecharmeerd van de Hollandse ster, schreef haar na hun ontmoeting een lyrisch briefje: „Het maakte me gelukkig om jou weer te zien! Mata, Mata, ik vertrek op dit moment naar Parijs! Bedankt, bedankt en mijn grote bewondering.”

Salomé leek zo’n goed idee, maar het is niet gelukt. Ze heeft de rol niet gedanst in Parijs in mei 1907. Noch in Nederland waar Strauss een halfjaar later de voorstellingen dirigeerde bij de Italiaansche Opera met signora Gina Torriani in de sluierdans. Salomé werd zeer geprezen – behalve door de katholieke pers, die Wilde en Strauss vervloekte.

Toch is Mata Hari de geschiedenis ingegaan als Salomé, de vervaarlijke vrouw. Dansend heette ze nog ‘bacchante Salomé’. Eenmaal verdacht van spionage werd ze op haar proces in 1917 door aanklager Mornet een ‘Salomé sinistre’ genoemd. Ze had gespeeld met duizenden hoofden van Franse soldaten, gesneuveld in de loopgravenoorlog tegen de Duitsers. De meedogenloze magistraat sloot zijn carrière na WO II af met het opeisen van de hoofden van collaborateurs Pétain en Laval. Terugkijkend op Mata Hari’s doodvonnis, zijn eerste, deed hij de volgende uitspraak: „Je vindt altijd een stok om te slaan.”

en Jessica Voeten
Dit najaar verschijnt bij Atlas Contact hun biografie Moed en Overmoed. Leven en tijd van Mata Hari.