Plaaggeest Carlsen

De organisatoren in Stavanger wilden de vijfde aflevering van hun jaarlijkse toptoernooi het sterkste van dit jaar maken, of misschien wel het sterkste uit de schaakgeschiedenis, en daarom nodigden ze de bovenste tien spelers van de wereldranglijst van februari uit.

Het lag voor de hand dat er in de tussenliggende maanden kleine veranderingen zouden optreden. Sergei Karjakin en Anish Giri doen mee in Stavanger, maar staan nu 11 en 12. Uit de toptien zijn ze verdrongen door Mamedyarov en Ding Liren. Met tien van de twaalf beste schakers ter wereld is Stavanger toch het sterkste toernooi van het jaar. Wat het sterkste toernooi uit de geschiedenis betreft gaat mijn stem nog steeds naar ons AVRO-toernooi van 1938.

In Stavanger zei Magnus Carlsen dat hij na zijn WK-match tegen Karjakin alleen nog maar tweede prijzen en een derde prijs had behaald en dat dat moest veranderen. Vladimir Kramnik (41) zei dat hij verbaasd was dat hij nog steeds meedeed op dit niveau en dat hij zichzelf wat dat betreft misschien nog twee jaar gaf. Moet hij echt bijna afgedankt worden? Na drie ronden in Stavanger, afgelopen vrijdag, stond hij tweede op de live-wereldranglijst, een haartje voor Wesley So.

Anish Giri zei dat er in zo’n supertoernooi altijd iemand kon zijn die al in een vroeg stadium kwetsbaar bleek, waarna de anderen zich als hongerige wolven op hem zouden storten. „Ik weet niet wie het hier zal zijn, hopelijk niet ik.”

Vervolgens twitterde Carlsen vilein dat als je niet weet wie het slachtoffer is, je het waarschijnlijk zelf bent. Zoals de dichter John Donne ongeveer schreef: vraag niet voor wie de begrafenisklok luidt, hij luidt voor jou.

Het zal niet door zijn plaaggeest Carlsen komen, maar Giri verloor in de eerste ronde van Hikaru Nakamura en stond vrijdag op 1 uit 3.

Omdat de partijen uit Stavanger ofwel te lang of te rimpelloos waren, is er hier één uit het EK in Minsk, waar Benjamin Bok probeert zich voor de World Cup te plaatsen.

David Anton Guijarro - Marin Bosiocic, EK Minsk 2017

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pc6 5. Pc3 Dc7 6. Le3 a6 7. a3 Pf6 8. f4 Pxd4 9. Lxd4 d6 Het pionoffer aannemen met 9…Dxf4 is na 10. g3 Dc7 11. e5 levensgevaarlijk. 10. Df3 Dit s lastiger voor zwart dan 10. Le2, wat een eerdere tegenstander van Bosiocic had gespeeld. 10…Ld7 11. 0-0-0 Lc6 Daar krijgt zwart spijt van. 12. Lxf6 gxf6 13. f5 h5 14. Lc4 Ld7 Hij neemt zijn 11de zet terug. 15. fxe6 fxe6 16. Dxf6 Th6 17. Dg5 Nauwkeurig. Na 17. Dd4 0-0-0 kan zwart nog spelen. 17…Dc5 Hij kon wits loper niet nemen, want na 17…Dxc4 18. Thf1 (dreiging 19. Txf8+) Th8 19. Dg6+ wint wit. Met de gespeelde zet hoopt zwart de witte dame te verjagen en dan te rocheren, maar dat lukt niet. 18. Ld5 De loper wordt nog eens aangeboden. Nu staat wit klaar voor het moordende 19. Thf1, een zet die ook na 18…exd5 zou komen. 18…Th8 19. Dg6+ Ke7 20. Kb1 De3

Zie diagram

21. Lxe6 Er waren meer winnende zetten, maar dit maakt het kort. 21…Lxe6 22. Pd5+ Lxd5 23. exd5 Th6 24. Dg8 Kd7 25. Tde1 Zwart gaf op, want wit heeft een mataanval.