Column

Onzijdige struikeltaal

Een Amerikaanse vriendin uit New York City vertelde: „Ik kwam mijn ex tegen op een feestje. Ik vermoedde al dat ze er zouden zijn, maar toen zag ik ze ineens staan.” Ik begreep het niet. „Wie zag je staan?” „Mijn ex, ze stonden daar gewoon midden op de dansvloer.”

Het misverstand was dat ik niet meteen door had dat de ex-partner van mijn vriendin ‘non-binair’ is en dus niet het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’ of ‘zij’ wil gebruiken, maar ‘they’, onzijdig meervoud derde persoon. Een bijzonder lastige situatie, als je rondloopt in een binaire wereld, met binaire mode, binaire toiletten, binaire taal. Het werd moeilijk nog een gewoon gesprek te voeren, de woorden zaten hopeloos in de weg.

Dat soort onzijdige struikeltaal klinkt misschien nu nog als een onrealistisch toekomstscenario, maar dat gold ooit ook voor roetpiet of homohuwelijk. Ik voorspel dat ‘inclusieve taal’ binnen een paar jaar de gewoonste zaak van de wereld is. Nu al zie je in progressieve bubbeltjes, in grote steden en op campussen van liberale universiteiten dat het de norm is om voorafgaand aan een gesprek iemand om zijn voornaamwoorden te vragen. Of zelfs je e-mails er standaard mee te ondertekenen. Ik zag zo’n disclaimer onderaan een e-mail (‘Dr. Huppeldepup, telefoonnummer, locatie, preferred pronoun she/her/hers’).

Vergelijkbaar met zinnetjes als ‘please consider the environment before printing this e-mail’. Of bij de aankondiging van een onderzoeksbeurs ‘we specifically encourage people with diverse backgrounds to apply’.

Prachtige voorbeelden van hoe iemand met minimale moeite zich toch heel goed over zichzelf kan voelen en een uitermate ethische en bewuste indruk kan achterlaten.

Die lastige, onlogische voornaamwoorden zijn in hoog tempo een nieuwe etiquette aan het worden binnen het grootstedelijke, academische, progressieve deel van de Westerse wereld. Nu was de kloof tussen dat deel en het gewone, laagopgeleide volk al zorgwekkend diep. Nu kun je niet eens meer een kort onschuldig gesprek voeren zonder meteen beledigende taal uit te slaan.

Genderneutraliteit of -fluïditeit is al een flinke tijd in de mode. Catwalks stromen vol met androgyne modellen. Modeketens maken ‘ungendered’ kledinglijnen. Amerikaans en Brits Facebook bieden aan hun gebruikers meer dan vijftig verschillende genderopties aan, datingsite OKcupid heeft er eenentwintig. Er is meer ruimte dan ooit om te experimenteren met je mannelijkheid of vrouwelijkheid en alles wat daar tussenin zit.

Dat lijkt me een uitstekende ontwikkeling. Transmensen hebben het niet makkelijk in deze wereld: ze voelen zich vaak onprettig in hun lichaam en een ‘coming out’-proces is sociaal en soms ook medisch gezien nogal ingrijpend. Nu lijkt die groep, die ook zonder hype al trans of nonbinair was, een minderheid aan het worden binnen al dat frivole ge-experimenteer met geslacht. Een nieuwe generatie wil niet meer in de genderhokjes passen, maar meet zichzelf een customized identiteit aan. Met een customized geslacht, customized seksualiteit en in veel gevallen een houding waarbij iedereen die zich vergist in één van de vijftig nieuwe genderidentiteiten of worstelt met de nieuwe taal een soort misdaad tegen de menselijkheid begaat.

Er zijn parallellen met de glutenvrije eethype. Een kleine minderheid heeft een echte auto-immuun ziekte waardoor ze geen gluten kan tolereren. De meerderheid adopteerde de afgelopen jaren gewoon vrijwillig dat bijna levensontwrichtende eetregime, omdat ze gelooft dat ook de gewone consument zichzelf met gluten vergiftigt, en ja, ook omdat het gewoon hip was. Het is prachtig dat mensen met coeliakie nu veel gemakkelijker boodschappen doen en uit eten kunnen gaan omdat een aantal verwarde gezondheidsgoeroe’s glutenvrije diëten voorschreef. Maar er zijn ook nadelen. Sommige serveerders rollen met hun ogen als iemand glutenvrij bestelt. „Heb je er weer eentje”, zie je ze denken.

De genderhype biedt ook meer ruimte en erkenning voor iedereen die zich nooit thuis voelde in één van de twee hokjes. Dat is mooi. Maar er zitten rauwe randjes aan. De genderstrijd wordt gekaapt door een klein, nogal boos, nogal extreem groepje ‘social justice’ activisten, die bij gebrek aan niet-blanke huidskleur of non-conformistische religie maar de genderstrijd als hun strijd adopteren. Het gaat gepaard met taalgebruik en nieuwe sociale omgangsvormen die de kloof binnen onze samenlevingen verdiepen. Het ene hokje wordt afgebroken, maar het andere wordt net zo hard opgebouwd. Zonde.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.