Ongelijke strijd tegen fiscale trucs

Belastingontwijking

In de eerste week van de ‘mini-enquête’ naar fiscale constructies, valt vooral het vele fiscale jargon op dat wordt gebruikt. Een lexicon.

Joris-Jan Leenman (links) en Ben van den Berg van de Belastingdienst werden woensdag als deskundigen op het gebied van belastingontwijking gehoord door de parlementaire ondervragingscommissie. Foto Bart Maat / ANP

Het grootkapitaal versus de Belastingdienst – een ongelijke strijd. Dat is het voornaamste beeld dat is blijven hangen na de eerste week (van twee) van het parlementaire onderzoek naar internationale belastingconstructies.

Tegenover de naar schatting 200.000 Nederlandse multimiljonairs die – met behulp van een deskundige fiscale advieswereld – gezamenlijk zo’n 150 miljard euro offshore zouden hebben gestald, staan nog geen 40 functionarissen van de Belastingdienst die daar de onwettige belastingontduiking moeten zien uit te filteren.

De commissie-Nijboer voelde bij de eerste ondervragingen een bont gezelschap – onder ede – aan de tand. Functionarissen van de fiscus en De Nederlandsche Bank, wetenschappers en journalisten die hadden meegewerkt aan de publicatie van de Panama Papers. Het aantal onderwerpen dat aan de orde kwam was al even divers: brievenbusmaatschappijen, exotische constructies, Europese wetgeving, transparantie, de (on)mogelijkheden van adequaat toezicht.

Ook opvallend: het jargon waarmee zowel belastingontwijkers als constructiebestrijders zich bedienen. Een kleine greep uit veel gehoord fiscale abacadabra in de eerste week van de mini-enquête.

APV. Afgeschermd particulier vermogen. Term die de Belastingdienst gebruikt voor omvangrijke vermogens die rijke Nederlanders welbewust buiten het zicht van de fiscus proberen te stallen. Gaat niet alleen om geld, ook om vastgoed, schepen en kunstcollecties.

Stiath. De door de Belastingdienst gehanteerde afkorting voor Stalling van immateriële activa in tax havens.

Tax haven. Belastingparadijs. Land of jurisdictie – het kan ook om een Zwitsers kanton gaan of een Amerikaanse staat – waar een soepel belastingregime geldt. Denk aan lage tarieven, veel aftrekmogelijkheden en gunstige fiscale verdragen met derde landen.

UBO. Ultimate beneficial owner, de uiteindelijke aandeelhouder van een vennootschap of kerstboom aan vennootschappen, die als ultieme eigenaar over het aanwezige vermogen beschikt. Fiscale constructies proberen doorgaans de UBO te verbergen. Binnenkort dienen aandeelhouders met een belang vanaf 25 procent zich in een openbaar UBO-register in te schrijven. In het internationaal verstoppertje spelen duiken inmiddels ook ‘nep-UBO’s’ op.

Grondslaguitholling. Grondslag is de verzameling van inkomsten en bezittingen waarover belasting is verschuldigd. Belastingontwijkers doen er van alles aan om deze grondslag zo klein mogelijk te maken – uit te hollen – bijvoorbeeld voor het opvoeren van zo veel mogelijk aftrekposten. In het Engels: base erosion.

BEPS. Base Erosion and Profit Shifting. Programma van de rijke industrielanden in OESO en G20-verband om met een serie steeds strengere maatregelen ongewenste belastingontduiking aan te pakken, met name door grote multinationals.

Mismatch. De mogelijkheid om van verschillende belastingregimes gebruik te maken in verschillende landen. Bijvoorbeeld: de rente op een lening is in het ene land fiscaal aftrekbaar, terwijl die in het andere land juist als investering wordt beschouwd, waar evenmin belasting over hoeft te worden betaald. Belastingontwijkers tuigen constructies om op zoek te gaan naar een ‘dubbele niet-heffing’.

Trust. Een door trustkantoren aangeboden constructie voor rijke particulieren en bedrijven die hun vermogen, hun werkelijke bestuurders en aandeelhouders willen versluieren. De trustmaatschappij levert zowel administratieve als managementdiensten en vooral – daar komt de naam vandaan – volstrekte anonimiteit en vertrouwelijkheid.

High risk appetite. Door toezichthouders gebruikte term voor de categorie trustkantoren die bereid zijn te werken met risicovolle structuren en dus voor klanten die graag het randje van de wet opzoeken.

Rode vlag. Als belastingambtenaren een fiscale constructie tegenkomen waar een trustmaatschappij bij betrokken is, geldt dat als rode vlag. De kans is groot dat er sprake is van illegale belastingontwijking – ontduiking dus.

Klapdag. De dag dat de fiscale opsporingsdienst Fiod en Openbaar Ministerie na grondig vooronderzoek besluiten naar buiten te gaan. Op één moment volgen invallen, huiszoekingen, beslagleggingen, et cetera.

Pleitbaar standpunt. Indien een belastingplichtige door de Belastingdienst wordt opgespoord als mogelijk ontoelaatbaar belastingontwijker, zoeken hun fiscaal adviseurs en advocaten ‘pleitbare standpunten’. Ofwel: een legitieme reden of omstandigheid voor de gekozen constructie – „mijn cliënt valt niets te verwijten”. Belastingambtenaren verklaarden aan de commissie door pleitbare standpunten inderdaad vaak met lege handen te staan.