Recensie

Nu al legendarische uitvoering opera ‘Salome’: tijdloos, bloederig en magistraal

Première

Ivo van Hove regisseert voor De Nationale Opera een meteen legendarische, bloederige en tijdloze Salome. De zang is magistraal en Daniele Gatti laat het Concertgebouworkest uiterst broeierig gloeien. 5 ballen.

Malin Byström als Salome, Foto BAUS

Bij De Nationale Opera ligt de standaard hoog, maar echt legendarische producties blijven een zeldzaamheid. En toch is dat de juiste term voor Strauss’ Salome in de tijdloze, bloederige, uitgebeende regie van Ivo van Hove. Omdat elk detail veelzeggend is. Omdat het Concertgebouworkest Strauss broeierig laat gloeien. En omdat er magistraal wordt gezongen, o.a. door een Salome (Malin Byström) volgens Strauss’ ideaal: fragiele femme fatale met Wagner-stem.

De Nationale Opera eindigt het seizoen altijd met een beoogde ‘klapper’. Voor Salome waren de verwachtingen hoog gespannen, óók omdat sprake is van een aantal curieuze debuten. Wie had gedacht dat het in Richard Strauss excellerende Concertgebouworkest juist Salome, een van de meest geniale en compacte opera’s ooit, zo zelden speelde? Vier vergeten keren in 1968, waarbij de huidige musici natuurlijk niet meededen.

Net zo opmerkelijk: ook de Zweedse sopraan Malin Byström (1973) zong Salome nooit eerder, maar ze maakt hier zonder reserves een droomdebuut. Byström nam vrijdag, het negligé nadruipend van profetenbloed, haar staande ovatie in ontvangst met verbetenheid en gebalde vuisten. Een begrijpelijke ontlading, want ze levert twee uur lang een vocale en fysieke topprestatie en plukt en passent de appel die de meeste Salome-zangeressen laten hangen: de Dans met de zeven sluiers danst ze gewoon zelf. Niet overal even soepel, maar juist die imperfectie maakt de scène geloofwaardig en aanraakbaar, waarbij de videobeelden van haar ware gedachten op scherm (nóg een dans, maar dan in de armen van haar aanbedene) een tweede verrijking zijn.

Wellust

Salome is een opera die uitnodigt tot interpreteren en - in potentie - actualiseren. Prinses (16) groeit op bij oom/stiefvader Herodes die eerst haar vader vermoordde, toen haar moeder Herodias trouwde en nu zijn ogen niet van haar afhoudt; een wereld vol voze wellust dus. Daar klinkt vanuit de kerkers dan het enigmatisch, veroordelend gebulder van een jonge profeet (Jochanaän/Johannes de Doper). Salome is meteen verliefd, maar hij brandt slechts voor het geloof. Gepokt en gemazeld in machtspelletjes bespeelt Salome haar stiefvader: de door hem verlangde geile dans gunt ze hem, als hij haar ene wensje vervult. En ziedaar, Johannes’ kop rolt, waarop Salome de lippen toch nog kussen kan.

Malin Byström (Salome), Peter Sonn (Narraboth), Hanna Hipp (een page van Herodias). Foto BAUS

Strauss baseerde zijn libretto op Oscar Wilde, die weer teruggreep op de Bijbel en daar de nodige geestigheden en schmierende (echtelijke/religieuze) twisten aan toevoegde. Maar regisseur Ivo van Hove, in zijn vierde productie voor De Nationale Opera, brengt Salome als een tijdloos Coming of Age-verhaal. Het toneelbeeld (Jan Versweyveld) is minimalistisch. Een zwarte wand met projectie van een wassende maan biedt een krimpend doorkijkje naar de ontvangstkamers van het paleis. Salome zien we daar niet. Zij verkiest de arena voor het paleis, met de cisterne waaruit de Profeet verrijst. Dat voor die rol Evgeny Nikitin (de Russische bas met de vele tatoeages) werd gecast is een vondst: zijn voorkomen is ruig, zijn weinig subtiele krachtstem maakt zijn waarheidsdronken preken gezaghebbend én afstotelijk.

Treffende toevoeging: Van Hove gunt Jochanaän en Salome een moment van tedere nabijheid, waar hij haar voor het ware geloof probeert te winnen. En zij denkt intussen even vurig aan iets minder vrooms.

Erotische triomf

Malin Byström (Salome), Evgeny Nikitin (Jochanaan), Peter Sonn (Narraboth). Foto BAUS

Hoezeer Gatti en het geweldig spelende Concertgebouworkest Strauss met intelligente microschakelingen in de orkestrale ondersteuning van de prosodie tot bloei laten komen, blijkt al wel uit het feit dat je vaak aan het aroma van overrijp fruit moet denken – ver voordat dat in het libretto (meermaals) ter sprake komt. Daarbij gunt Gatti de zangers ruimte, waardoor ook karakterzangers als Doris Stoffel en Lance Ryan (Heradias/Herodes) goed uit de verf komen. Overigens zit de cast vol grote stemmen in minirollen. Wat is James Creswell (1ste Nazarener) bij voorbeeld een verrukkelijke bas.

Na de dans van Salome maakt de maan plaats voor een maansverduistering. Het hoofd van Jochanaän wordt opgediend met stuiptrekkend lijk er nog aanvast - wat Salome’s gulzig gevierde erotische triomf des te weerzinwekkender maakt. Maar wat zeldzaam prachtig en veelzeggend is hier, in deze slotscène, het panorama van stilzwijgende toeschouwers, zittend boven een reet van fel licht. Een beeld om niet te vergeten.