NRC en Denk: hoe een kop een bananenschil werd

Struikelen over een ongelukkige kop – de nachtmerrie van elke journalist. Het gebeurde deze week NRC-redacteuren Joep Dohmen en Jeroen Wester, die in 2016 zakentransacties beschreven van Denk-voorzitter Selçuk Öztürk, in diens eerdere leven als zakenman en politicus in Limburg. Hij zou met name een groot zorgpand voor een opvallend lage prijs hebben mogen kopen.

De publicaties leidden tot het aftreden van de raad van toezicht van de zorginstelling. Onderzoekers constateerden dat het toenmalig management een gebrek aan kritisch vermogen had en dat belangen werden vermengd. Bij de transactie met Öztürk werden procedures niet gevolgd en konden de onderzoekers niet verklaren waarom de verkoopprijs ingrijpend verlaagd werd. Hun bevindingen bevatten echter „geen verwijten jegens de koper”.

Er kwam ook een klacht van Öztürk, die de krant beschuldigde van onzorgvuldigheid en gebrek aan wederhoor. Deze week kreeg hij ten dele gelijk van de Raad voor de Journalistiek. De artikelen zelf waren zorgvuldig en „deugdelijk”, op basis van de „destijds voorhanden feiten”, oordeelde de Raad. Ook wederhoor was afdoende verleend – dat Öztürk pas na publicatie met aanvullende informatie kwam, kan de krant niet worden verweten. Maar: de kop en onderkop die de eindredactie boven het eerste artikel zette, waren onjuist.

De gewraakte hoofdkop luidde: Onderzoek integriteit Denk-voorzitter Öztürk. Dat was, aldus de Raad, „te stellig en onjuist”. Het onderzoek was gericht op een reeks transacties waarbij Öztürk betrokken was, maar dat is iets anders dan een onderzoek naar zijn integriteit, ook al kan die in het geding komen.

Dat lijkt me een terechte vaststelling. Pijnlijk, omdat het stuk zelf, ook volgens de Raad, wél deugde en voldoende bronnen en wederhoor bevatte. Nu zijn journalisten gewend dat koppen kort door de bocht mogen zijn, ook van de Raad. Maar wie in de media wordt aangepakt, neemt alles héél letterlijk.

Ik vertel dit nog maar even, al heeft u het al kort kunnen lezen in de rubriek Correcties & Aanvullingen, waar de krant de uitspraak van de Raad vermeldde, zonder verder commentaar.

Dat is inmiddels beleid bij de krant. In het verleden werden rectificaties soms al als Correctie geplaatst, maar nu komen ze standaard in die rubriek. Daar zijn argumenten voor: het is immers de plek voor correcties en goed herkenbaar (oordeelde de rechter al eens, toen een klager meer ruimte opeiste).

Het is wel een aanpassing van die rubriek, die vooral bedoeld is voor feitelijke rechtzettingen die weinig toelichting behoeven, op eigen initiatief van de krant, waarbij ook wordt vermeld hoe het wél zit. In dit geval zei de krant niet wat die van de uitspraak vindt. Impliciet werd dat duidelijk doordat de uitspraak werd vermeld (wat niet verplicht is). De kern van de zaak stond erin, de hoofdredacteur twitterde over de (hele) uitspraak. Ik zou alleen niet uitsluiten dat zo’n zaak meer uitleg behoeft.

Er zijn een paar lessen uit te trekken.

Eén ligt voor de hand: juist bij onthullende stukken waar lang aan is gewerkt, luistert een kop nauw. De pijn zat hem hier vooral in één woord (als er had gestaan Onderzoek naar transacties Öztürk was er geen zaak geweest). Maar ‘integriteit’ is niet zomaar een woord.

Nu we toch op woordniveau bezig zijn: dat de kop „te stellig” was, vind ik dan weer een te stellige woordkeus van de Raad. Die suggereert dat het artikel niet helemaal zeker was van de feiten, en het onderzoek dus toch ergens rammelde. Maar dat laatste is volgens de Raad zelf nu juist helemaal niet zo. Het punt is dus niet dat het stuk minder stellig was dan de kop, maar dat de kop de lading ervan niet goed dekte.

Trouwens, ook curieus: de Raad noteert dat meewoog dat klager „zo’n hoge positie” bekleedt, dat „extra zorgvuldigheid” in de kop moest worden betracht. Maar waarom zouden juist hoge bomen recht hebben op minder wind? Extra zorgvuldigheid was vereist omdat de materie delicaat is, niet vanwege de „hoge” positie van de betrokkene.

Les voor de redactie, kortom: maak koppen bij zulke gevoelige onthullingen zo feitelijk mogelijk. En overleg er tijdig over, ook met de auteurs, ruim voordat een stuk op de pagina komt te staan. Alles telt, want bedrijven en organisaties, maar ook politici zitten allang niet meer stoïcijns stil als ze worden geschoren. Blijven bewegen en keihard terugslaan met een eigen verhaal, liefst pro-actief, dat is nu eerder de regel.

Denk staat daarbij in de voorhoede. De partijtop gebruikt een eigen cameraploeg, schuwt persoonlijke aanvallen niet, en wimpelt per video negatieve publiciteit af als politiek gemotiveerd nepnieuws. Motto: „Trap er niet in.”

Elke vergissing, hoe klein ook, kan dan worden gebruikt om berichtgeving verdacht te maken. Of een redacteur: Denk daagde NRC én Dohmen, niet Wester (die keus is formeel aan de klager, de Raad kan dat niet veranderen). Waarom bleef ter zitting onduidelijk. Feit is dat Dohmen een scherp profiel heeft als onderzoeksjournalist – en niet alleen maar vrienden maakt.

De uitspraak van de Raad is dan ook breed opgepikt, soms opvallend op de man. Zo berichtte de Limburgse omroep L1: NRC-journalist Joep Dohmen op de vingers getikt. Dohmen dus, die de kop niet heeft gemaakt en met Wester een „deugdelijk” artikel schreef. De Volkskrant deed het zo: Alleen koppen boven NRC-artikel over Öztürk waren ‘onjuist’.

Öztürk zelf toonde zich verheugd dat nu is vastgesteld dat „Dohmen onzorgvuldig handelde”. Dit was immers een poging hem „monddood” te maken met „valse” koppen en „onjuiste berichtgeving”. Alsof de Raad ook dat heeft vastgesteld – quod, in goed Latijn, non.

Zo doe je dat tegenwoordig.

Een krant moet daar terdege rekening mee houden. En hopen dat belangstellenden er niet intrappen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl