Column

Natte kushandjes

Georgina Verbaan

De meneer en ik kropen katerig het terras van Café Luxembourg op om zittend geëntertaind te worden. Er waren duiven in een liefdesspel, er was een man in een rok met een kinderrugzak. En toen we boven de mist in ons hoofd uitgeklommen waren, en het ons vóór de onverbiddelijke val terug de afgrond in gelukt was om stamelend een broodje en dan maar weer twee wijn te bestellen, voelden we ons even erg trots op onze leventjes. „Georgííína!” Nee, he.

Op het bankje recht tegenover ons hingen vijf oudere tieners met kunstig geschoren kapsels. Ze filmden ons met hun telefoon. „Ja, haai!” zwaaide ik zo vriendelijk mogelijk, om er vanaf te zijn. Filmpje gemaakt zou je zeggen. Even contact. Klaar. Maar nee. Een blubberig ventje in een groen T-shirt bleef me onderuitgezakt en met zijn benen wijd filmen. De smalende grimas die hij erbij trok riep instant-haat op. Armbewegingen die ik maakte ten teken dat het nu wel klaar was werden beantwoord met natte kushandjes. Na tien minuten was ik het zat. Ik stond op om ze te vragen op te houden. Ik had gehoopt dat dat al zoveel indruk zou maken dat hij zijn telefoon zou wegdoen, maar niets bleek minder waar. Ik vroeg hem waarom hij het deed en zei dat het netjes zou zijn als hij ermee op zou houden. Hij bleef onderuitgezakt zitten smalen. Het pestjong in de reclame met die olifant. Haat spoot door mijn trillende spieren.

‘Hoezo?” wierp hij tegen. Hij ging gewoon doen wat hij wilde doen en ik moest maar weer mijn dure wijntje gaan drinken. Ik vroeg hem rechtop te gaan zitten, zoals het een fatsoenlijk mens betaamt, maar ook dat bleek moeilijk en hield vast verband met zijn zuigende karakter. Ik liep weer terug. De broodjes waren er. Negeren leek ons het beste. Maar dat bleek uitputtend aangezien ze recht tegenover ons zaten. „Filmt ’ie nog?’’ „Ja, en hij blijft kushandjes werpen en obscene mondgebaren maken.” Eten smaakt niet lekker als je gefilmd wordt door een Donald Trumpje zonder ambitie.

Een lang half uur verstreek waarin hij bleef zuigen. Boos stond ik weer op. Hij drapeerde zijn armen wijd over het bankje maar hield zijn telefoon losjes op mij gericht. Omdat ik zelfs met een kater te ijdel ben om van onderaf gefilmd te worden zei ik: „hou op met filmen”. „Ik film niet.” Ik probeerde zijn lens met mijn hand af te dekken, waarop een korte schermutseling ontstond waarna hij mij er, nog immer smalend, van betichtte zijn scherm met mijn blote handen te hebben fijngeknepen. Bovendien moest ik medelijden met hem hebben want hij had eindexamen gedaan en nu had hij drie maanden niets te doen. Ik adviseerde werk en van het verdiende geld iets leuks doen. Hij had net geld verdiend zei hij, door het filmpje van mij voor 100 aan de Telegraaf te verkopen.

„In Rotterdam hadden we dit allang opgelost met een bitchslap”, zei een man naast me op het terras toen ik maar weer afgedropen was. Ik wilde niets liever.

Na nog een half uur jennen kwam het ventje ineens zijn excuses aanbieden. Ik heb zijn uitgestoken hand aangenomen, hoewel ik zeker wist dat hij erin gespuugd had. „Ik zou het vervelend vinden als je vanavond nog aan me denkt.” „Nee hoor”, loog ik. Hij liep weg. We keken hem na en bedachten dat we hem meteen in zijn eentje aan tafel hadden moeten uitnodigen. Een biertje geven, geduldig vragen wie hij is, waarom hij nou toch zo doet. Iets van compassie voor de plaaggeest. Evengoed ga ik de volgende kater wel naar de film.