Column

Komt er ooit een eind aan de bankencrisis?

Hoera, eindelijk goed nieuws uit Europa. De Europese Centrale Bank én de Spaanse regering weigerden afgelopen week de rekening van het fiasco van de Spaanse Banco Popular door te schuiven naar de belastingbetalers. De kosten van het echec komen voor rekening van de financiers die in het bedrijfsleven het ondernemersrisico nemen. Zij verdienen daar hun geld mee. En per saldo is een bank ook gewoon een bedrijf. Die financiers zijn de aandeelhouders en de beleggers in obligaties met meer risico en dito rendement. Zij zijn de klos.

De Europese belastingbetalers kunnen opgelucht ademhalen. Zij moesten in de kredietcrisis van 2008 en de daaropvolgende jaren samen voor een paar honderd miljard euro inspringen om wankelende banken en het geldstelsel overeind te houden. De grote Spaanse bank Santander neemt dat werk nu over. Zij koopt Banco Popular voor één euro en moet de slechte vastgoedkredieten van Popular afwikkelen.

Omvallende banken zijn geen leuk gezicht, maar toch word ik hier wel blij van. Om twee redenen. De eerste is dat het ontwerp op de Europese tekentafel voor het belastingvrij banken redden blijkt te werken. De tweede reden is dat deze reddingsactie het einde markeert van de bankencrisis van 2008. Er is nu een recept om wankelende individuele banken te redden of te laten vallen. Want er zullen nog vaker banken op de fles (dreigen te) gaan in Italië en wellicht Spanje. Bankieren blijkt namelijk steeds weer een risicovolle bezigheid te zijn. Maar de volgende brokkenbanken zullen incidentele situaties zijn, zoals je die vroeger ook had.

Want de manier waarop Santander zich ontfermt over Banco Popalar was tot aan 2008 de conventionele oplossing. Als een bank in problemen kwam, zochten de centrale bank en de minister van Financiën in het diepste geheim een kapitaalkrachtige grotere concurrent om de reddingsklus op te knappen. Soms ging dat gepaard met wat politieke druk, soms met wat staatssteun, soms moesten de regels worden versoepeld. De uitkomst is dat de grote banken op hun thuismarkt nog groter worden. Hun macht op de consumentenmarkt groeit. En ze verzekeren zich ook van extra politieke ‘bescherming’. Zij worden zelf te groot om failliet te (laten) gaan.

Nu het laatste hoofdstuk van de bankencrisis uit 2008 wordt geschreven, is het tijd om de verhoudingen tussen de samenleving en het bankwezen te normaliseren. Werknemers bij banken zijn ook mensen. Daar hoeft u niet boos op te blijven.

De financiële bedrijfstak wordt tegenwoordig strenger gereguleerd, zoals bij nutsbedrijven en PostNL. Banken moeten meer kapitaal hebben en minder risico nemen. Als nutsbedrijf hebben zij minder ondernemerschap nodig, dus kunnen de salarissen en bonussen duidelijk omlaag.

Maar laten we niet naïef zijn. Het laatste hoofdstuk is niet: eind goed, al goed. Als het om banken gaat, zal de burger nooit meer zonder zorgen zijn. Op enig moment ontstaat weer een financiële ‘systeemcrisis’. Dat is inherent aan het kapitalisme, hoe goed de bankentemmers ook zijn. In een systeemcrisis dreigen banken achter elkaar te breken. En uw spaargeld te ruïneren. Dan zullen politici u opnieuw de rekening presenteren om de zaak te redden.

Dat is de schaduwkant van het kapitalisme. Vergelijk het met een ongeluk op uw werkplek of uw huis. Iets kleins kunt u zelf oplossen. Op uw werk is er een bedrijfshulpverlener. Maar bij een uitslaande brand belt u de brandweer. Dat betalen we samen, ongeacht wiens huis in de fik staat.