‘Ik had lang gedroomd van echt werk’

De eerste baan

Zohre Norouzi (halverwege de twintig, exacte leeftijd weet ze niet) speelt de hoofdrol in het toneelstuk ‘Zohre, een Afghaans Nederlandse Soap’. Haar eerste baan had ze in een Tapas-bar.

Foto Merlijn Doomernik

Een ‘sol-li-ci-ta-tie-gesprek’? Zohre Norouzi wist niet wat dat was toen ze ervoor werd uitgenodigd door de uitbater van het Utrechtse tapas-restaurant El Borne. „Is dat verplicht in Nederland, net zoals het interview met de IND? Ik had geen idee!” Zohre lacht als ze erover vertelt.

Een cv had ze ook al niet, want in Afghanistan mogen vrouwen niet werken. Nederlanders hadden haar aangeraden in de motivatiebrief niet te benadrukken wat ze allemaal nog niet kon, maar gewoon op te schrijven wat ze wilde leren. Het werkte: ze mocht langskomen. En daar zat ze dan, tegenover een baas die vooral verbaasd was dat ze gebrekkig Nederlands sprak en nog geen enkele alcoholische drank kende. „Heb je ooit eerder in de horeca gewerkt?”, vroeg hij. „Ho-re-ca?!” Ook dat woord kende Zohre niet.

Verblijfsvergunning

Twee jaar eerder was ze Afghanistan ontvlucht. Ze wilde scheiden van een gevaarlijke man, waarna zij en haar familie de radicaal-islamitische Taliban achter zich aan kregen. In de nacht vertrokken ze, wekenlang liepen ze door de bergen. Ze betaalden veel geld voor vervoer in een vrachtwagen, een trein, een bus en een auto. Vervolgens dreven ze met te veel mensen in een bootje op zee. Uiteindelijk kwam het gezin in Nederland terecht, waar Zohre als enigevan de familie een verblijfsvergunning kreeg. Na lange tijd in een asielzoekerscentrum kreeg ze een eigen woning in Alphen aan de Rijn.

Haar vluchtverhaal maakte indruk op de baas van El Borne. Een perfecte serveerster zou ze dan misschien niet zijn – praten met klanten ging immers nog niet zo vloeiend – maar hij prees haar enthousiasme en wilde haar graag een kans geven. „Dolblij was ik! ‘Ik werk in een Spaans restaurant’, dat kon ik de mensen voortaan antwoorden als ze me vroegen wat ik deed. Ik had lang gedroomd van echt werk tussen de Nederlanders.”

Als moslim uit een land waar geen alcohol te krijgen is wist ik het verschil tussen droge en zoete witte wijn niet

Kentucky Fried Chicken

De eerste dag was ze heel zenuwachtig – bang om glazen te laten vallen die ze met één hand op het dienblad moest balanceren. „Als moslim uit een land waar geen alcohol te krijgen is wist ik het verschil tussen droge en zoete witte wijn niet eens.” ‘Hebben we een alcoholisch drankje dat begint met Sju’, vroeg ze dan zachtjes aan de barman, nadat ze een bestelling had opgenomen. Een collega keerde terug naar de tafel en ontdekte dat het ging om jus d’orange. „Gewoon sinaasappelsap, dus.”

Zohre vond werk fantastisch, maar stressvol tegelijkertijd. „Mijn Nederlands was nog niet zo goed. Als mensen iets zeiden over een bepaalde allergie, dan begreep ik dat niet.” Na drie maanden stopte Zohre om zich te richten op haar studie zorg en welzijn. Daarna ging ze werken in de nachtploeg van Kentucky Fried Chicken, waar eigenlijk niemand vloeiend Nederlands sprak. Toen theatermaker Marjolijn van Heemstra haar een contract aanbod voor een theatervoorstelling, nam ze meteen ontslag.

De avonden waarop ze niet speelt is Zohre terug bij die aardige baas in het Tapas-restaurant. „Nu ik Nederlands kan, gaat dat stukken beter”, lacht ze.