Recensie

De Nissan GT-R Black Edition is te groot voor de wereld

Nissans GT-R kon wel een opkikker gebruiken, schrijft . Maar het volkse is er een beetje af.

Het beeldscherm van de Nissan GT-R is meegegroeid met het vermogen en de tijdgeest. (Gefotografeerd bij VKV Nissan in Amsterdam Zuid-Oost).Peter de Krom

Momenten van vervreemding die je overkomen als je ambtshalve veel auto’s rijdt. In de spiegelruit van de tankshop zie ik een middelbare man met een spierwitte kop uit een griezelig doorvoede rode sportwagen stappen. Een mythologisch fabeldier met de voorspatborden van een pantserwagen, een klimrek als achterspoiler, gloeiende drakenogen in zijn bolle kont.

Neem een Audi, lullo, denk ik cynisch. Ik zie een compensatie-aankoop, plaatsvervangend eros. Maar ik ben het dus zelf. In een GT-R, de budgetsupercar van volksmerk Nissan. Zo zal de echte eigenaar zichzelf vaak tegenkomen bij de pomp. De twin-turbo zuipt als Reve in zijn zwartste jaren.

De GT-R kwam in 2009, een vierwielaangedreven hightech-surprise met 485 pk voor destijds 120.000 euro. In zijn soort was hij spotgoedkoop. Een Porsche 911 Turbo met 500 pk kostte twee ton, een Ferrari 430 met 490 pk tweeënhalf. Hij bleek die grote jongens nog de baas te kunnen ook. De Nürburgring, het verplichte mannelijkheidsritueel voor zijn klasse, rondde hij in de recordtijd van 7 minuten en 29 seconden.

Je zag waar Nissan op decorum had bespaard en het effect was bevrijdend. Geen handgestikt leer en premium chroombeslag; de GT-R bespotte het poenige designraffinement van zijn klasse met een ordinair plastic dashboard en de anti-esthetiek van een straatracer. Door het afschrapen van die vernislagen trad zijn harde kern verlossend aan de oppervlakte; monster. Groot en vet was hij, de bommenwerper van een grofbesnaard, verdorven ruimteras. Wat nam die grofstoffelijkheid voor hem in. De pers noemde hem liefhebbend Godzilla. Ik was verrukt van hem.

Omdat geen overheid of Europese Unie de krankzinnige pk-race van de fabrikanten heeft gestuit en de 500 pk-grens door de concurrentie ver is overschreden, kon de GT-R wel weer een opkikker gebruiken. Intussen levert zijn zescilinder 570 pk en de prijs is door de software-updates en de heffing op zijn vorstelijke CO2-uitstoot gestegen met een kleine halve ton. Het gat tussen de prijsbreker en het establishment is daardoor fors geslonken – de huidige 911 Turbo kost 213. Ja, het volkse is er wel een beetje af.

Nilfisk

En dat moet ik testen. Hoe dan? De snelheden die ik daarvoor dien te bereiken, zouden mij duur komen te staan. Een stukje 315 rijden op de Autobahn, hij kan het, is ook in Duitsland spelen met je leven. Waar zou ik in 2,7 seconden naar honderd moeten optrekken zonder voetgangers, reeën of mezelf te pletten? Hij is te wild voor mij en te groot voor de wereld. Hooguit kan ik u supercarfolklore meegeven.

Ik raak niet uitgekeken op het beeldscherm dat is meegegroeid met het vermogen en de tijdgeest, maar nog dezelfde infantiele Nintendo-graphics voorschotelt. Quasi-analoge meters voor olie- en watertemperaturen geven als kookwekkers in koor aan wanneer het hemelse gerecht gereed is voor consumptie. Zodra de vloeistoffen op bedrijfstemperatuur zijn – wat even duurt, het gebraad voorin is aan de maat – mag het met huid en haar worden verorberd. Dat moet met grote, hongerige happen, zoals je in Big Macs bijt. Je rijdt het bakbeest rough ’n tough, de verfijning van die grote Porsches is zijn stijl niet. De bestuurder kan zijn moed en vraatzucht aflezen van een stopwatch en de instrumenten voor de G-krachten in bochten of in rechte lijn – hoe hoger, hoe stoerder.

Ik haal hem op in Stadskanaal, bij de net geopende Nissan-dealer waar de GT-R als showauto te pronk staat. Vriendelijke, Groningse verlatenheid. Een rode GT-R flaneert hier als een hoer in Staphorst. Ik kan geen kant op. De motor klinkt als een gesmoorde Nilfisk-stofzuiger.

Jaren terug kreeg ik mijn eerste GT-R mee, die met 485 pk. Ik gaf volgas en reed 260 toen de burgerangst me te pakken kreeg. Op dezelfde route en met meer ervaring laat ik ditmaal alle paarden los. Inderdaad, hij gaat nóg harder. Krijsend jaagt de Nilfisk de rook van zijn vuur met bakken CO2 naar de vier uitlaatpijpen. Dan is het genoeg. Het klaverblad waarop ik draai voor nog zo’n testsprint vice versa wordt een sof. Voor de afrit schuift een Corsa, voor de oprit een vrachtwagen. Dit wordt je leven met een van de machtigste geluksmachines op de markt, gebroken door zijn overkill.

De rit naar huis voert langs de supermarkt met spiegelruiten die opnieuw mijn evenbeeld weerkaatsen. Ik zie paard en ruiter stapvoets over de gevel glijden en ik weet: we zijn te laat geboren, allebei.