Column

Het gaat zó goed dat het vervelend wordt in Amsterdam

Soms, op het bankje voor mijn stamkroeg, weet ik het zeker. Het bankje staat op een stoep die schoner is dan vroeger, het biedt uitzicht op strakke gevels van winkels die beter draaien dan vroeger en de auto’s en fietsen die zich door het straatje wringen zijn mooier en duurder dan vroeger. Daar wijs ik dan op. „Het gaat geweldig met de stad”, zeg ik dan met een door bier aangejaagde bluf.

Reacties links en rechts: wat gaan we nou krijgen?

Eenzelfde discussie ontrolde zich de afgelopen dagen tijdens de Algemene Beschouwingen in de Stopera. Partijen als de VVD zien in de aanhoudende trek naar Amsterdam, de stijgende inkomens en werkgelegenheid de contouren van een nieuwe Gouden Eeuw. Hoewel niemand de cijfers en het bestaan van de glimmende welvaart bestrijdt, hoorde je toch, vooral ter linker zijde: ‘Wat gaan we nou krijgen?’ Het is de bizarre toestand waarin Amsterdam nu al jaren verkeert: het gaat zó goed dat het vervelend wordt. Vanachter zijn hipsterbaard mopperde Groen Links-fractievoorzitter Rutger Groot Wassink: „Vercommercialisering en groeiende ongelijkheid bedreigt de essentie van Amsterdam.” Jazeker mensen, segregatie dreigt.

Om weerstand te bieden tegen de aanblik van alle opgeknapte buurten greep links naar grote woorden. „De markt faalt grotesk, kapitalisme wringt de binnenstad uit”, meende SP-fractievoorzitter Daniël Peters. De verschillen tussen arm en rijk lopen dermate op dat de stad op het punt van „breken” staat, wat dat ook moge zijn. Ook de PvdA keek met bijzondere ogen naar de stad en zag een verband tussen stijgende huizenprijzen, toenemende drukte en het „steeds viezer” worden van ons „pretpark”. De „hele middenklasse” is de stad inmiddels uitgejaagd en erger nog, meldde de Partij voor de Dieren, „Amsterdammers voelen zich steeds minder prettig in hun eigen wijk”.

Alleen in sommige van het centrum zeggen bewoners zich niet meer thuis te voelen door de vele airbnb-gasten

Dat laatste bleek alleen te slaan op sommige delen van het centrum, waar bewoners zich door de vele airbnb-gasten en hun ratelende rolkoffertjes niet meer thuis zeggen te voelen. In zo’n gebied staat het bankje voor mijn stamkroeg, in een van de Negen Straatjes waar de mensen elkaar minder goed kennen dan vroeger vanwege de in- en uitcheckende toeristen. Tegelijk lopen die toeristen het café regelmatig binnen en houden zo de omzet draaiende: het mooie en akelige in een notendop.

Onmiskenbaar heeft het succes van 020 zijn keerzijden. Vooral links mag dan schromelijk overdrijven bij het benoemen van de „misstanden”, het verschil tussen binnen en buiten de ringweg A10 is wel degelijk merkbaar. Het lijkt dus een mooi plan van de PvdA om de buitenwijken Nieuw-West, Noord en Zuidoost te steunen met geld uit de (daartoe verhoogde) toeristenbelasting. Laten we dat doen en dan ophouden met zeuren. Want het gaat al met al bijzonder goed met de stad. Nog even en Rotterdam gaat Amsterdam in populariteit voorbij. Steeds meer jonge creatievelingen trekken naar de ruimte voor vernieuwing en de betaalbare huizen van 010. In Rotterdam zijn de mensen dankbaar voor iedere welvaartsstijging die ze kunnen realiseren, wel zo sympathiek.

Auke Kok is schrijver en journalist.