Commentaar

Het bacterieneusje

Nieuwe apparaten zijn de motor van de wetenschap: perfecte middelen om iets nieuws te ontdekken en om conflicten te beslechten. De wetenschapsantropoloog Bruno Latour beschreef ooit gedetailleerd hoe bio-wetenschappers joegen op het bezit van nieuwe spectrometers, om de concurrentie de loef af te steken. En om ‘waarheid’ te maken.

Klassieke voorbeelden genoeg. Toen Galileo door zijn telescoop zag dat er om Jupiter manen draaiden, had Copernicus gewonnen: want als dit kan, kan de aarde ook om de zon draaien. En Antoni van Leeuwenhoek legde met zijn microscoopje een compleet nieuwe miniwereld van ‘dierkens’ bloot. De jacht op het allerkleinste begon.

Het is een jacht die nog steeds veel nieuwigheden oplevert. Hester van Santen beschrijft verderop in deze bijlage hoe in de wereld van de celorganen de uitvinding van cryo-elektronenmicroscopie de laatste jaren een revolutie veroorzaakt. Onderzoekers die goed met het apparaat kunnen omgaan, krijgen eigen laboratoria en ontdekken steeds meer nieuwe celorganen, op kleinere schaal dan ooit. Wat eerst een vage vlek was, is nu een helder beeld van een eiwitcomplex waarmee een bacterie chemische stoffen meet in zijn omgeving. Je kan ook zeggen dat we eindelijk de neus van deze bacterie kunnen zien.

De tijd waarin een cel werd gezien als protoplasma-blob met wat organellen is definitief voorbij. ‘Op elk oppervlak struikel je over draaiende pompen, poorten die open en dicht gaan, automaten die moleculen uitbraken’, zo beschrijft Van Santen ons nieuwe cryo-EM-beeld van de cel.

Er is een nieuw machtsmiddel, zou Bruno Latour zeggen, of liever gezegd: een nieuw ‘inscriptiemiddel’ om ‘dingen’ uit de materiële wereld om te zetten in een diagram of een figuur. Aan die omzetting danken wij nu ons nieuwe bewustzijn van de bacterieneus, en van het TMEM16-ionkanaal en de Sec61/ ribosoom-machine.