Flexcontract? Voor jonge mensen is dat gunstig

Millennials

Hoe staat de huidige generatie twintigers en vroege dertigers ervoor? De crisis hielp ze zeker niet, maar kun je spreken van een verloren generatie?

Illustratie XF&M

Op het hoogtepunt van de crisis ontstond een schrikbeeld over een nieuwe verloren generatie, de twintigers en vroege dertigers van nu: de millennials (geboren tussen ongeveer 1980 en 2000). Voorzichtig daarmee, waarschuwden experts toen al. Kijk maar naar de ‘verloren generatie’ van de vroege jaren tachtig: ook die haalden hun achterstand binnen tien jaar weer in.

Vijf jaar later trekt de Nederlandse economie aan. De jeugdwerkloosheid neemt af, veel millennials studeren niet meer, maar zijn actief op de arbeidsmarkt. Hoe staat deze generatie ervoor? Deze week kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met cijfers over de twintigers van nu – een groep die in zijn geheel tot de generatie millennials gerekend mag worden.

Woningproblematiek

Een ding is zeker: jongeren van nu blijven steeds langer thuis wonen. In 2006 telde Nederland 951.000 twintigers die het ouderlijk huis nog niet hadden verlaten. Dat aantal groeide in 2016 tot 1,1 miljoen. Dat komt voor een groot deel omdat meer jongeren gaan studeren, terwijl ze minder vaak op kamers gaan. Maar is dat ook een indicatie dat het slecht gaat met de financiën van de twintiger en vroege dertiger? Dat valt mee. Op 27-jarige leeftijd verdienen negen op de tien werkenden meer dan bijstandsniveau.

Wel kochten twintigers tijdens de crisis veel minder huizen vergeleken met eerdere periodes. Maar: je zag die daling in bijna elke leeftijdscategorie. „Sinds het einde van de crisis zijn oudere leeftijdsgroepen bezig aan een inhaalslag: ze kopen meer woningen dan vóór de kredietcrisis”, zegt Peter Hein van Mulligen, CBS-hoofdeconoom. Ook bij twintigers stijgt het aantal woninginkopen, al gaat die stijging minder snel dan bij de ouderen. „Twintigers kopen nu bijna evenveel woningen als voor de crisis.”

Voor de verloren generatie van de jaren tachtig was uitzendwerk een doorbraak

Het werk verandert

Van alle 23-jarigen heeft 28 procent op dit moment een vast contract. Tien jaar geleden was dat nog 45 procent. Maar: twintigers zitten niet in een onontkoombare situatie. Ze stromen op dit moment sneller door naar een vast contract dan ouderen doen. Bijna 30 procent van de 25 tot 35-jarigen en een vijfde van alle 15 tot 25-jarigen stroomden in de drie jaar na 2012 door van een flexcontract naar een vast contract. Van de late vijftigers was dat slechts 17,6 procent. Toch is ook dat goede nieuws relatief: in 2007 stroomden meer dan 40 procent van alle 25 tot 35-jarigen door van een flex- naar een vast contract.

„De crisis heeft daarbij zeker niet geholpen”, zegt Van Mulligen. Maar, benadrukt hij: „Dit is een trend die al vóór de crisis begon.” Bovendien: jonge mensen studeren tegenwoordig gemiddeld genomen langer, waardoor het moment waarop een twintiger de arbeidsmarkt betreedt vooruit wordt geschoven. „En een eerste contract is vaak een tijdelijk contract.”

Historicus Jouke Turpijn, die zich specialiseert in de jaren tachtig, denkt dat flexcontracten op de lange termijn juist goed kunnen zijn voor jongeren, mits de gehele arbeidsmarkt verder flexibiliseert. „Voor de verloren generatie van de jaren tachtig was uitzendwerk bijvoorbeeld een doorbraak”, zegt hij. „Het werd weliswaar ervaren als een vervelende contractvorm, maar jonge mensen kwamen daardoor wel gemakkelijker aan een baan.” Ironisch genoeg is de huidige flexibilisering van de arbeidsmarkt juist funest voor de jongeren van toen, zegt Turpijn. „Die raken straks sneller hun vaste baan kwijt.”

Millennials verdienen minder

Volgens het CBS loopt het gemiddelde inkomen van de huishoudens van twintigers terug. Twintigers verdienden in 2005 nog 1.800 euro minder per jaar dan een werkende dertiger, in 2014 was dat verschil opgelopen tot 3.500 euro. Twintigers houden bovendien nauwelijks geld over, terwijl dertigers duizenden euro’s minder uitgeven dan ze binnenkrijgen. Dat komt deels door de crisis, maar ook omdat jongeren langer en later studeren. Grotere inkopen doen twintigers relatief minder.

Komt dat door de schuldenschuld? In maart waarschuwde het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) nog voor de gigamtisch opgelopen totale studieschuld onder jongeren: 17,9 miljard euro inmiddels. Dat lijkt veel geld, maar heeft vooral te maken met het stijgende aantal mensen dat een studielening aanging. „Wij zien juist dat de studieschuld gemiddeld genomen even hoog is gebleven”, zegt Van Mulligen. „Er zijn daarentegen wel méér huishoudens met een studieschuld.” Volgens het CBS gaat het om 900.000 huishoudens in 2015. Dat is 200.000 meer dan vier jaar daarvoor.

Verloren generatie

Volgens onderzoek van socioloog Maarten Wolbers herstelde de arbeidspositie van twintigers die opgroeiden onder de hoge jeugdwerkloosheid van de jaren tachtig op termijn prima. Binnen tien jaar was het verschil met de generatie vóór hen ingelopen, zegt Wolbers. Maar vergelijkingen trekken met twintigers en vroege dertigers van nu vindt hij lastig. „De arbeidssituatie is nu heel anders”, zegt hij. „Het aantal jongeren was in de jaren tachtig groter en de arbeidsmarkt van nu heeft een veel groter aanpassingsvermogen.”

Zowel Turpijn als Wolbers noemen het overheidsbeleid jegens flexwerk een belangrijke factor. „Als het vaste contract op de helling gaat, dan heeft dat positieve effecten voor jongeren”, zegt Turpijn. „Die worden dan sneller aangenomen.”

Wel maken ze zich allebei zorgen over de woningmarkt. Het aantal millennials dat een huis koopt zal in verhouding tot andere generaties laag blijven zo lang het huidige hypotheekbeleid van banken van kracht blijft. „Tegenwoordig zijn huizen veel duurder en kun je maar voor honderd procent lenen. Voor twintigers in de jaren tachtig was dat anders. Wat dat betreft zijn millennials wél echt de sjaak”, zegt Turpijn.

Het resultaat: de meeste huizen moeten deels uit eigen zak worden betaald. Omdat veel twintigers tijdelijke contracten hebben is het lastig zulke grote sommen te sparen, bovendien is een hypotheek minder gemakkelijk te krijgen met een flexcontract. „En er zijn ook minder goedkope starterswoningen”, zegt Wolbers. Het gevolg op de langere termijn is dat de twintigers en vroege dertigers van nu minder vermogen opbouwen.

Dus toch misschien toch een verloren generatie? Turpijn lacht. „Dat hangt niet alleen af van de woningmarkt. Als de twintigers van nu een verloren generatie zijn, dan is het wel heel hopeloos gesteld met de wereld. Ze blijken ondanks alles goed in staat een zinvol bestaan op te bouwen.”