Recensie

Een slecht imago, maar Vinex-bewoners zijn uiterst tevreden

Architectuur

De meeste bewoners van een Vinexwijk zijn uiterst tevreden over hun huizen en buurt, zo blijkt uit een boek waarin acht Vinexwijken worden onderzocht.

De Amersfoortse wijk Vathorst. Foto Rick Nederstigt/ANP

Toen een jaar of twintig geleden her en der in Nederland de eerste Vinexhuizen werden voltooid, wisten sommige journalisten al zeker dat de nieuwe Vinexwijken de ‘getto’s van morgen’ zouden worden. Adri Duivesteijn, ex-directeur van het inmiddels opgeheven Nederlands Architectuurinstituut die toen in de Tweede Kamer zat voor de PvdA, voorspelde in het Jaarboek Architectuur in Nederland zelfs dat de Vinexwijken hetzelfde lot beschoren zou zijn als de hoogbouwwijk de Bijlmermeer en dat ze over een jaar of dertig zouden worden afgebroken.

De kans dat Duivesteijns voorspelling uitkomt, is uiterst klein. De Vinexwijken (genoemd naar de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra uit 1991 die bepaalde dat van 1995 tot 2015 800.000 woningen in zo’n 100 nieuwe buitenwijken zouden worden gebouwd) staan er spic en span bij. Sommige Vinexwijken, zoals IJburg in Amsterdam, zijn zelfs nog lang niet voltooid. En de meeste Vinexbewoners zijn uiterst tevreden over hun huizen en wijken, zo blijkt uit Vinexmensen. Vinexwijken vandaag en verder, een bundeling van artikelen waarin acht Vinexwijken, waaronder IJburg (Amsterdam) en Leidsche Rijn (Utrecht), nader worden onderzocht. Als ze al ergens over klagen, dan over de slechte toegangswegen tot hun wijken waardoor ze ’s morgens en ’s avonds vlakbij hun huizen in de file moeten staan.

Toch blijft de reputatie van de Vinexwijken onveranderlijk slecht. Hoewel sinds eind jaren negentig met zekere regelmaat rapporten van bijvoorbeeld het Ruimtelijk Planbureau zijn verschenen, die steevast aantoonden dat de Vinexwijken in alle opzichten de meest gevarieerde en beste nieuwbouwwijken in naoorlogs Nederland zijn, blijven de laatste, grootschalig geplande woonwijken algemeen bekend staan als saaie, eenvormige slaapwijken vol kleinburgerlijke rijtjeshuizen.

Waarom de Vinex een slecht imago houdt

In zijn bijdrage aan Vinexmensen stelt architect Jeroen Mensink, die met zijn Vinex Atlas (Boeken, 09-01-2009) ook al het saaie imago van de Vinexwijken ontkrachtte, de vraag waarom de jongste generatie Nederlandse nieuwbouwwijken maar niet van haar slechte reputatie afkomt. Hij geeft zelf het begin van een antwoord: misschien is de reden dat Vinexwijken werden gebouwd in het kader van de ‘compacte stad’, het troeteldier van planologen aan het einde van de 20ste eeuw. Hierdoor werd bij experts de indruk gewekt dat de nieuwe nieuwbouwwijken kleine Manhattans zouden worden. Toen later veel Vinexwijken, net als de eerdere Bloemkoolwijken, toch weer werden gedomineerd door rijtjeshuizen, was hun teleurstelling groot.

Dat Mensinks verklaring hout snijdt, blijkt uit het gegeven dat de kritische waardering voor de Vinexwijken het spiegelbeeld is van die voor de Bijlmermeer. Hoewel de roemruchte Amsterdamse galerijflatwijk voor 100.000 inwoners al gauw na de oplevering in het begin van de jaren zeventig echt verwerd tot een getto, oordelen veel critici en architecten er nog altijd mild over. In 1998, toen de sloop van de lange Bijlmerflats in volle gang was, kreeg de hoofdontwerper van de Bijlmermeer, Siegfried Nassuth (1922-2005), er zelfs nog de oeuvreprijs voor van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst. Voor de jury was de Bijlmermeer een heroïsche onderneming van ontwerpers die het beste met de wereld voor hadden. Slechts door onvoorziene omstandigheden, zoals de onafhankelijkheid van Suriname die tienduizenden Surinamers in de leegstaande woningen van de Bijlmer deed belanden, mislukte de megalomane wijk. Maar aan Vinex is juist niets heldhaftigs en ook hebben de ontwerpers geen goede bedoelingen. Vinexwijken zijn niet gebouwd om van Vinexmensen betere mensen te maken, maar om het banale, dagelijkse leven zo comfortabel mogelijk te maken.

Vinex niet lelieblank

Net als de eerdere, jubelende rapporten zal Vinexmensen niets aan de slechte reputatie van de Vinexwijken veranderen, hoewel het beste artikel in de bundel, ‘De Vinex en de vreemdeling’ van journalist Tijs van den Boomen, nog een paar Vinexmythes de wereld uit helpt. Zo is het een misverstand dat Vinexwijken ‘lelieblank’ zijn: met 38 procent telt IJburg bijvoorbeeld relatief meer bewoners met een migranten-achtergrond dan gemiddeld in Amsterdam. Ook merkt Van den Boomen op dat Vinexwijken het karakter van de stad waar ze bijhoren, hebben overgenomen: IJburg is echt Amsterdams en Nesselande Rotterdams. Maar zijn artikel staat te midden van opsommerige samenvattingen van onderzoeken van studenten sociale geografie naar bijvoorbeeld de ‘sociale cohesie’ in de Tilburgse Vinexwijk Koolhoven. Als geheel zal Vinexmensen daarom weinig indruk maken op Vinexhaters.