Veertien keer met vakantie op kosten van Pon

Omkoping

Bij autobedrijf Pon telde maar één ding: orders binnenhalen. Wie besliste over de aankoop van wagenparken, kreeg snoepreisjes aangeboden.

Foto Dijkstra/ANP

Aan het eind van zijn verhoor wilde de voormalige aanbestedingsspecialist van autogigant Pon nog één ding kwijt aan de Rijksrecherche. „Ik wil graag opgetekend hebben onder welke druk wij moesten werken”, zei de man die het klappen van de zweep kende in de autobranche – en zeker bij Pon.

Op de ochtend van 20 april 2015 was hij urenlang door twee rechercheurs doorgezaagd over zijn betrokkenheid – en die van zijn oud-werkgever – bij het fêteren van ambtenaren, in ruil voor vertrouwelijke inkoopinformatie. De man was prikkelbaar: hij was tegen zijn zin onderdeel geworden van de zaak-Dotterbloem, een grootschalig corruptieonderzoek dat zich richtte op bedrijven als Pon en Peugeot.

De zaak speelde zich precies af in het marktsegment waar hij als aanbestedingsexpert van Pon actief was geweest. De grootste autodealer van Nederland leverde al jaren grote aantallen wagens – vooral Audi’s en Volkswagens – aan de politie en het ministerie van Defensie.

Elke paar jaar opnieuw moesten verkopers van Pon alles uit de kast halen, vertelde hij. Dat ging met het mes op tafel: „De interne druk kwam van bovenaf, waarbij er gehamerd werd op winst, de beste zijn en de concurrentie uitschakelen. De externe druk was afkomstig van de klant, die altijd het voordeligste uit wilde zijn of voertuigen wilde hebben die niet binnen de aanbesteding paste. Onder die condities moest ik werken en presteren.”

Ter illustratie overhandigde hij de Rijksrecherche een interne presentatie uit 2010 over de kernwaarden van de autogigant, getiteld: „Krijgen. Houden. Groeien.” Deze nieuwe, agressieve filosofie was erop gericht Pon overal „nummer één” te laten zijn en werd door de raad van bestuur uitgedragen tijdens de Pon Management Dagen – een tweejaarlijkse evenement voor de 350 hoogste managers van het bedrijf.

In 2008, bij de Management Dagen in Barcelona, lag de focus nog op „het worden van de beste”, vertelde de man. „Twee jaar later zaten wij in Parijs voor eenzelfde presentatie. Toen was de focus verplaatst naar kill the competition.”

En daar deed het Pon-bestuur nog een schepje bovenop: „Een toenmalig lid van de raad van bestuur van Pon, David Turner, riep tijdens deze bijeenkomst slaughter them, iets wat toen al veel stof op deed waaien. Dat was dus de focus geworden en ik deed daar ook aan mee omdat ik daarvoor betaald werd: orders binnenhalen.”

Klantrelaties

De geschiedenis van Pon’s Automobielhandel BV gaat terug tot 1895, toen de Amersfoortse handelaar Mijndert Pon senior handel zag in de groeiende vraag naar transportmiddelen. Hij begon als dealer van Duitse fietsen en nam er later de eerste auto’s van het merk Opel bij. Zijn zoons Ben en Wijnand bouwden de zaak uit en na de oorlog werd Pon importeur van de grote Duitse automerken – Volkswagen, Porsche en later ook Audi.

De afgelopen decennia groeide Pon gestaag door, met overnames in Nederland (fietsenfabrikant Gazelle) en ver daarbuiten. Pon noemt zichzelf „het oudste en grootste familiebedrijf van Nederland”, met een omzet van 6,4 miljard euro en ruim 12.000 werknemers wereldwijd.

Met de jaren veranderden ook de strategieën voor het bespelen van de markt. Zo vertelde een verdachte oud-directeur van Pon aan de recherche dat zo’n tien jaar geleden het mes ging in het wagenpark voor „externe personen”. Hij doelde op „bekende Nederlanders, Olympische Sporters, leden van het Koninklijk Huis et cetera.”

Dit wagenpark werd in 2007 „in verband met kostenbeheer” onder de loep genomen en Pon constateerde „een bepaalde wildgroei”. „Veel relaties reden destijds in die auto’s en de kosten waren hoog.”

De oud-directeur vertelde dit na vragen van de recherche over extraatjes die het bedrijf uitdeelde aan cruciale zakelijke contacten. Jacques H., wagenparkbeheerder bij het ministerie van Defensie en René P., aanspreekpunt bij de politie voor de aanbesteding van politiewagens, waren voor Pon dit soort cruciale contacten.

Dat het om ambtenaren ging, maakte hierbij niets uit, aldus de advocaat van het autobedrijf in het dossier: „De betrokken werknemers zijn niet verder gegaan dan bij personen met vergelijkbare functies bij niet-publieke organisaties. Er werd in feite geen onderscheid gemaakt tussen ambtenaren en niet-ambtenaren.”

René P. en Jacques H. werden door PON met alle egards behandeld, blijkt uit het strafdossier dat is ingezien door NRC. Zij konden tegen zeer gunstige voorwaarden auto’s leasen, voor zichzelf en voor gezinsleden. En H. ging met het autobedrijf ook op stap, naar verre bestemmingen.

Pon was koploper in de autobranche als het aankwam op deze „klantrelatiereizen”, verklaarde een directeur tegenover de Rijksrecherche. Waar concurrenten orders probeerden binnen te halen met „exorbitante kortingen” voor de afnemende bedrijven en overheden, bespeelde Pon de sleutelfiguren die over orders moesten beslissen. De directeur gaf hoog op over deze strategie. Pon gaf maximaal 8 procent korting – de helft van de concurrentie – vertelde hij, en toch steeg het marktaandeel.

Voor de reizen werd je niet zomaar uitgenodigd, legde hij uit: „Ik keek of iemand in staat was auto’s te kopen namens een bedrijf en die persoon nam ik dan mee. Ik nam dus directeuren en andere beslissers mee. Aan anderen had ik niets.”

En dus ging Jacques H., beleidsmedewerker mobiliteit bij Defensie uit schaal tien, tussen 2001 en 2007 samen met zijn vrouw veertien keer geheel verzorgd mee met Pon, zo staat het in een analyse die het bedrijf achteraf verstrekte aan de Rijksrecherche.

Snoepreisjes

Het stel ging drie keer aan boord voor minicruises op de Middellandse Zee. Ze reisden naar de Olympische Spelen van Athene, Turijn en Vancouver. Naar de Formule 1 van Monaco, naar IJsland, Finland, Schotland en St. Petersburg. En naar de Monterey Historic Automobile Races in Californië. Gemiddeld kostten de uitstapjes 5.000 euro per persoon, met uitschieters naar 9.000 euro.

Opmerkelijk detail: twee van de uitstapjes in 2006 werden georganiseerd door Prinses Aimée, een lid van de koninklijke familie, die indertijd voor Pon werkte. Zij was contactpersoon voor de gasten en ging mee op reis. In een reactie beaamt ze haar rol. Veel herinnert ze zich niet, zegt ze: „Het is al jaren geleden. Van de gasten wist ik niets. Ik was ook niet verantwoordelijk voor het uitnodigingsbeleid.”

Bij Pon bestond geen misverstand over het doel van de reisjes: het bedrijf wilde bij H. concurrentiegevoelige informatie losweken en hem ertoe bewegen voor hún auto’s te kiezen. Zo werd er intern ook over gesproken. Zo mailde in 2010 een Pon-medewerker naar een collega dat defensiemedewerker Jacques H. hem had verteld dat het departement op korte termijn een „zak geld” aan auto’s zou gaan uitgeven. De Pon-man vroeg zijn collega: „Weet jij of er nog iets te gebeuren staat waarmee we Jacques kunnen plezieren?”

Ja, antwoordde die: er zat een „tripje naar Spanje” aan te komen. En: „Ga ervan uit dat die zak geld grotendeels bij ons terechtkomt in ruil voor wat glimmend blik…” Zijn collega schreef hem direct terug: hij zou H. vertellen dat hij aan zijn „paella-bestendigheid moest gaan werken” en zou hem ook “masseren voor de wisseltruc ;-))”.

Naast de reisjes waren er auto’s. Het dossier bevat een groot aantal mails tussen Pon-medewerkers over het regelen van goedkope auto’s of onderhoudsbeurten voor de twee verdachte ambtenaren en hun familieleden.

Daarin ging het over autowensen („een Audi A5, 2.7 tdi”), reparatieverzoeken („mijn Audi A6 lekt brandstof”) en kortingen, soms tot frustratie van de Pon-medewerkers. „Ik vind het zat”, mailde één van hen aan zijn superieuren. „Ben er eigenlijk ontstemd over hoe iemand zo kan redeneren en misbruik maakt van zijn positie.” Maar uiteindelijk ging Pon toch overstag: „Graag toch maar kijken naar het euvel. De nieuwe politie-aanbestedingskansen zijn ons te dierbaar…”

Douceurtjes

Dat ging goed tot eind 2011, toen er een anonieme brief werd bezorgd bij de ministers Hillen (Defensie) en Opstelten (Veiligheid en Justitie). Daarin werden de handelwijze van Pon en de douceurtjes voor de ambtenaren gedetailleerd beschreven. De brief was de opmaat voor het Dotterbloem-onderzoek en bracht Pon in grote problemen. Als een bedrijf of zijn beleidsbepalers schuldig worden bevonden aan corruptie, kan dat problemen opleveren bij de deelname aan nieuwe aanbestedingen.

Pon had hulp nodig om de rotzooi op te ruimen en huurde advocaat Hendrik Jan Biemond in, partner bij het kantoor Allen & Overy in Amsterdam. Biemond werkte tussen 2002 en 2007 voor het Openbaar Ministerie, onder meer als aanklager in de Ahold-zaak tegen topman Cees van der Hoeven. Sinds zijn terugkeer naar de advocatuur helpt hij bedrijven waar grote fraudezaken spelen.

Zoals Pon, dat de zaak groots aanpakte. Behalve Allen & Overy huurde het autobedrijf ook advocatenkantoor Clifford Chance én de fraudetak van accountantskantoor KPMG in om intern onderzoek te doen. Biemond wilde voorkomen dat Pon voor de rechter zou komen te staan en stuurde aan op een schikking. „Edelachtbare heer”, schreef hij op 12 december 2013 aan de officier van Justitie die het onderzoek leidde. „De afgelopen maanden hebben wij elkaar meermaals gesproken over het strafrechtelijke onderzoek.”

Pon had, schreef Biemond, „alles in het werk gesteld om herhaling uit te sluiten”. Er was „alle medewerking verleend aan het strafrechtelijk onderzoek” en de direct betrokkenen waren ontslagen of berispt. Er waren bovendien geen aanwijzingen dat de raad van bestuur van Pon „betrokkenheid heeft gehad bij de feiten”. En er was een cultuuromslag geweest, zo stond het in een brief van KPMG over het autobedrijf.

Daarom wilde Pon „letterlijk en figuurlijk afrekenen met het verleden”, ook om „een langdurige strafrechtelijke procedure te kunnen vermijden”. Biemond had een schikkingsbedrag in zijn hoofd van 750.000 euro, „ter voorkoning van strafvervolging en ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel”.

Het duurde uiteindelijk tot 20 oktober 2016 voor de schikking rond was. Het bedrijf betaalde 12 miljoen euro aan het Openbaar Ministerie en kreeg er in een persbericht nog eenmaal flink van langs. „Het totaal van de giften aan de ambtenaren overschreed de 100.000 euro” schreef het OM. Hierbij was een „achttal werknemers” betrokken.

Maar voor de rest was de toon van het OM mild en bevatte het persbericht vrijwel alle argumenten die Biemond eind 2013 per brief naar de officier van justitie had gestuurd. Ook de constatering dat „alle als verdachte aangemerkte personen het bedrijf inmiddels verlaten hebben”.

Bijna allemaal hebben ze inmiddels een taakstraf geaccepteerd en ze hoeven dinsdag 13 juni dus niet te verschijnen op de eerste openbare regiezitting in deze zaak, die draait om Jacques H. en Rene P. – en vier collega-ambtenaren.

Vertrouwen

Op 27 mei 2015 zat een voormalig financieel directeur van Pon tegenover de Rijksrecherche. De man had zijn baan verloren door de fraudezaak en was op dat moment nog verdachte, al werd zijn zaak later geseponeerd.

De rechercheurs wilden weten waarom hij een verdachte factuur had ondertekend, waardoor een politie-ambtenaar een auto bij Pon kon kopen voor 15.500 euro onder de „vermelde consumentenmarktwaarde”. Hij wist van niets, zei de voormalig financieel directeur tegen de rechercheurs. Hij had getekend „op basis van vertrouwen” en was „niet exact bekend met de wijze waarop de verkoopprijzen van auto’s worden bepaald.”

Ook vertelde de man hoe hij door Pon was behandeld. De handtekening en de fiattering van de auto van de ambtenaar werd hem door de raad van bestuur „niet aangerekend”, zei hij. „Maar het is wel zo dat Pon had besloten om afscheid te nemen van iedereen die met deze materie in aanraking was gekomen. Ik heb daar overigens vanuit een bedrijfsmatig oogpunt zeker begrip en respect voor.”

Lang hoefde de financiële man niet te zoeken naar een nieuwe baan, besloot hij. „Tijdens mijn zoektocht van circa een half jaar kreeg ik een aanbod van de heer Wijnand Pon. Hij vroeg mij zijn investeringsfonds te gaan beheren. Ik heb zijn aanbod aangenomen en houd mij sinds 1 januari 2014 bezig met investeringen van de heer Pon in bedrijven die zich vooral richten op duurzaamheid.”