Commentaar

VK met verzwakte leider naar beslissende gesprekken over toekomst

Een parlementaire democratie is eigenlijk geen casino. Toch hebben twee opeenvolgende leiders van de Britse Conservatieven alles op het spel gezet in de hoop op een groter politiek mandaat – uit vrije wil, op een moment naar eigen keuze en met een tamelijk desastreus resultaat.

David Cameron vroeg de Britten een jaar geleden zich uit te spreken over een Brexit – in de hoop dat de Britten ‘nee’ zouden zeggen en hij zo de storende anti-Europeanen in zijn eigen partij het zwijgen zou kunnen opleggen. De Britten zeiden ‘ja’ en het Verenigd Koninkrijk beleefde een politieke beving die niet alleen Westminster deed trillen maar aan het zelfbeeld van het Koninkrijk raakte. Camerons carrière, needless to say, was daarmee ten einde.

Zijn opvolger Theresa May ging in politiek opportunisme nog een stap verder. Ze was eigenlijk tegen Brexit, maar sprong desondanks in het politieke vacuüm dat met het vertrek van Cameron was ontstaan. Ze nam het op zich om de uitslag van het referendum om te zetten in een daadwerkelijk vertrek uit de Europese Unie. En ze liet daarbij geen twijfel bestaan over haar inzet: Brexit zou er komen en wel in een harde, snelle variant, waarna voor het VK een nieuw, glorieus tijdperk zou aanbreken.

In april zag ze een kans op een groter mandaat: in de peilingen stond ze zó ver voor op haar belangrijkste politieke tegenstander, Labour-leider Jeremy Corbyn, dat ze de verleiding niet kon weerstaan en verkiezingen uitschreef. Dronken van overmoed zagen de Conservatieven al een schier eindeloze periode van onafgebroken Conservatief bewind voor zich.

Ze kón eigenlijk niet verliezen, maar deed dat toch. Ze wilde een groter mandaat, ze kreeg een kleiner. Donderdag raakte ze haar absolute meerderheid kwijt en vrijdagmiddag moest ze in Buckingham Palace toestemming vragen voor een minderheidskabinet, met gedoogsteun van de Noord-Ierse Democratic Unionist Party (DUP). Dat is voor Britse verhoudingen een fragiele constructie en de vraag is of May zo op termijn haar politieke hachje kan veiligstellen. Overigens moet worden aangetekend dat May een groter aandeel van de stemmen won, 42 procent vergeleken met 37 procent in 2015. Maar Labour sprong van 31 naar 40 procent.

Het VK krijgt dus voorlopig niet wat het je het land zou toewensen na een onrustig politiek jaar en een voorjaar getekend door drie aanslagen: stabiliteit en rust. Het Britse pond zakte donderdagavond bij publicatie van de eerste exitpoll weg en kon vrijdag niet herstellen.

Stabiliteit heeft het VK ook nodig in de cruciale onderhandelingen met de EU. Formeel moeten de Brexit-onderhandelingen op 19 juni beginnen. Op dit moment is onduidelijk wie met welk eisenpakket aan de Britse kant van de tafel komt te zitten.

Mag de verkiezingsuitslag uitgelegd worden als een anti-Brexit-signaal? Nee.

Zeker, premier May probeerde van de verkiezingen een tweede Brexit-referendum te maken en verloor haar absolute meerderheid. Maar de verkiezingen gingen helemaal niet over Brexit. De Conservatieven boden de kiezer Brexit-met-‘leiderschap’ en Labour bood Brexit-met-sociaal-democratie. Het ging zelfs niet vaak over de aard van de Brexit - hard of zacht, met of zonder douane-unie.

De uitslag geeft dan ook geen eenduidig beeld. De Scottish National Party, fel tegenstander van Brexit en voorstanders van Schotse onafhankelijkheid, verloor. De uitdrukkelijk pro-Europese LibDems gingen weliswaar van 9 naar 12 zetels, maar die winst is te klein om er een volksbeweging tegen Brexit uit af te leiden. UKIP, dat het anti-EU-vuurtje jarenlang opstookte, werd weggevaagd.

En dan de morele winnaar van donderdag, Labour-leider Corbyn. Hij wist waarschijnlijk jonge kiezers aan zich te binden, die doorgaans weliswaar pro-Europees zijn, maar onduidelijk is nog of hun Labour-stem een anti-Brexit-stem was. Ze kunnen ook voor Corbyns sociale plannen en renationalisatie gevallen zijn. Het is daarom ook voorbarig de uitslag te scharen in de pro-Europese, antipopulistische koers die Europa met de verkiezingen in Oostenrijk, Nederland en Frankrijk is ingeslagen.

De Britten onttrekken zich ook aan een andere Europese trend: de krimp van de sociaal-democraten. Corbyns opmars kan ook uitgelegd worden als een signaal dat veel Britse kiezers genoeg hebben van neoliberalisme en na zeven jaar Conservatief bewind hunkeren naar meer sociale bescherming en meer overheid, in plaats van minder.

Kortom, het VK krijgt voorlopig niet de stabiliteit die het verdient. En de Europese Unie krijgt niet de duidelijkheid die nodig is om het Brexit-hoofdstuk snel af te sluiten en met het continent aan een nieuwe toekomst te beginnen. Het blijft nog even doormodderen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.