Scheurtjes in de deeleconomie

Onderzoek

Van moraalridders naar cowboykapitalisten: het vrolijke verhaal over deelplatforms als Uber en Airbnb klopt niet meer.

Foto's Olivier Middendorp

‘Delen via Airbnb”, zei Arjen Lubach eind maart in zijn wekelijkse satireprogramma Lubach op zondag, „is als het eten van een gehaktstaaf bij een tankstation. Je moet het zelf weten, maar je mag je er best een beetje voor schamen.” Zestien minuten trok hij ervoor uit om de huizendeelsite met de grond gelijk te maken. Op zijn merkenranglijst – van ‘sympathiek’ naar ‘stom’ – eindigde Airbnb nog onder Monsanto en Shell.

Overlast, stijgende huizenprijzen, belastingontwijking – met name in de grote steden veroorzaakt Airbnb soms flinke problemen. Taxiplatform Uber viel al eerder uit de gratie vanwege z’n ramkoersstrategie ten aanzien van traditionele taxibedrijven, regels en autoriteiten.

De deeleconomie kampt met een imagoprobleem. Bekende deelplatforms als Uber en Airbnb zijn door aanhoudende negatieve berichten van hun voetstuk gevallen. Van de categorie moraalridders verschoven ze naar cowboykapitalisten. De tijd dat ze werden ingeluid als utopische tegenwichten van grote bedrijven, lijkt voorbij.

En dat is niet onterecht, zo blijkt uit het rapport Eerlijk delen dat vorige week gepubliceerd werd door het Rathenau Instituut, een denktank die onderzoek doet naar de maatschappelijke impact van technologie. De ‘deeleconomie’ (bezit delen of verhuren) en ‘kluseconomie’ (diensten aanbieden) schaden een aantal fundamentele publieke belangen die de overheid beter zou moeten waarborgen, is de conclusie van het onderzoek, dat samen met de Universiteit Utrecht werd gedaan. Het liet de politiek niet ongemoeid: verschillende partijen hebben het kabinet om een reactie gevraagd.

Naast de bekende bezwaren – overlast, belastingderving en beperkte consumentenbescherming – werpt het rapport een aantal minder bekende problemen op. Zo vergroot de deeleconomie economische ongelijkheid tussen de mensen mét en zonder bezit: want alleen die eersten kunnen via deelplatforms aan hun auto, boot of huis verdienen. Datzelfde geldt voor ‘reputatiekapitaal’: zij die zich niet goed weten te presenteren, een andere huidskleur hebben of één keer de fout in zijn gegaan, kunnen naar hun succes binnen de deel- en kluseconomie fluiten. En ook al ben je ‘binnen’, platforms hebben zóveel macht dat de Helpling-schoonmakers en Uber-chauffeurs geen enkele onderhandelingspositie hebben. Ze werken voor een bodemprijs in ruil voor nul sociale zekerheid.

De bezwaren worder groter en urgenter, want de deel- en kluseconomie groeit hard. Alleen Nederland telt al meer dan 150 deel- en klusplatforms, waarop mensen hun huizen, boten, motors, campers of gereedschap delen en zichzelf als schoonmaker, kapper, chauffeur, butler of kok aanbieden. Volgens onderzoeksbureau Kaleidos doet 23 procent van de bevolking mee met de deeleconomie, vooral jonge hoogopgeleide Nederlanders – mensen met ‘reputatiekapitaal’ dus.

Kwaad daglicht

Dat succes heeft de deeleconomie aan een simpel maar doeltreffend recept te danken: door technologie zijn platforms in staat vraag en aanbod op zo’n manier samen te brengen dat particuliere aanbieders en afnemers van diensten elkaar kunnen vinden, en onderbenutte capaciteit – ongebruikte auto’s, huizen van mensen die op vakantie zijn – te gelde kan worden gemaakt. De platforms die daarvoor bemiddelingskosten rekenen draaien goed: Airbnb behaalde in 2016 een omzet van 1,7 miljard euro en wordt momenteel gewaardeerd op 27 miljard euro. Voor Uber zijn die bedragen respectievelijk 4,9 en 61 miljard euro.

De overheid is te lang naïef geweest, zegt Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut. Dat een aantal platforms zo rücksichtslos hard heeft kunnen groeien komt namelijk óók door overheidsbeleid: fiscale voordelen, de weerzin om te reguleren – alles onder het mom van ‘innovatie is goed’. Maar ondertussen, zegt Peters, klopt het vrolijke verhaal van nieuwe vriendschappen en overal kunnen logeren niet meer – en draait de samenleving op voor de gevolgen.

Hoe verkopen bedrijven uit de deel- en kluseconomie zich aan klanten? Een greep:

Dat besef lijkt nu ook wel tot ambtenaren en politici door te dringen, merkt Peters. Maar ze ziet ook dat veel van hen alsnog huiverig zijn voor „dat digitale”, en dan maar roepen dat er een minister van Digitale Zaken moet komen. Dat lost alleen niks op, denkt ze. „De digitale wereld raakt onze hele samenleving, daar is niks mysterieus aan.” En dus, vindt ze, moet overlast door Airbnb aangepakt worden door een ministerie van Wonen, problemen met Uber door Infrastructuur, en conflicten tussen schoonmakers en Helpling bij Sociale Zaken.

Pieter van de Glind en Harmen van Sprang richtten in 2013 ShareNL op, een kennisplatform over de deeleconomie. Waar eerst iedereen misschien te euforisch was over het ‘nieuwe delen’, komt dat nu wel in erg kwaad daglicht te staan, vinden zij. Van de Glind:

„Media geven een eenzijdig beeld: het gaat altijd over Airbnb en Uber. En die verpesten het voor de rest.”

Niet altijd komt van delen huilen, zeggen ze. Want kijk eens naar wat er allemaal nog meer bestaat buiten de op winst beluste multinationals: via Peerby lenen buurtbewoners elkaar vrijblijvend gereedschap uit, bij mensen logeren via CouchSurfing is nog altijd gratis en huiskamerrestaurant-platform AirDND blijft bewust klein om geen problemen te veroorzaken. Harmen van Sprang vergelijkt het met een XL-supermarkt en de traiteur om de hoek: „Die kunnen ook gewoon naast elkaar bestaan.”

Als je al die platforms op één hoop gooit, krijg je overdreven reacties van de autoriteiten, zegt Pieter van de Glind. Zo viel de Belgische fiscus rond Kerst met veel bombarie binnen bij gebruikers van Thuisafgehaald, een platform waar thuiskoks maaltijden kunnen aanbieden. „Toen bleek hoe kleinschalig het allemaal was, dachten ze: oh, dit hadden we nooit hoeven doen.” Moraal van het verhaal: „Onderzoek die deeleconomie en benader niet elk platform met zoveel wantrouwen.”

Natuurlijk moet je niet alle deelbedrijven over één kam scheren, zegt ook Rathenau-directeur Peters. En ook van grote platforms ziet ze de voordelen: zelf heeft ze een paar keer met haar gezin in een Airbnb-huis gelogeerd. „Veel leuker dan in een hotel.” Maar, zegt ze, niet alles van zo’n platform is even leuk. Dát moet je als overheid reguleren, het Rathenau-rapport is daarvoor een wake-up call. „Het is heus geen kwestie van alles of niks.”

Drie gebruikers van klus- en deelplatforms vertellen over hun ervaringen:

‘Ik reageer niet als mensen zeggen: ik wil een boormachine, punt.’


Wie: Jessica Cornelissen (36), adviseur op het gebied van landbouw en voedsel, woont in Amsterdam. Deelt: gereedschap via Peerby, auto via SnappCar, huis via Airbnb en vond schoonmaakster via Helpling

„Ik woon in de Baarsjes, een buurt in Amsterdam waar veel jonge mensen hun eerste huis kopen. Ik woon er zelf nu zeventien jaar, heb samen met mijn vriend m’n huis verbouwd en inmiddels een tuinhuisje vol gereedschap. Vijf schuurmachines, boren, een slijptol en een hogedrukspuit – het zou toch zonde zijn als iedereen die wil klussen dat allemaal zelf moet kopen. Daarom bied ik via Peerby m’n gereedschap aan, en ook een chocoladefontein, ijsmachine en een barbecue – dingen die anders liggen te verstoffen.

„Binnen een straal van een paar kilometer kunnen mensen op mijn spullen reageren. Soms geven ze als dank een fles wijn of een doos chocola. Geld krijg ik er niet voor, en het gaat allemaal op vertrouwen. Niet dat ik alles aan iedereen uitleen: mensen moeten wel een goed verhaal hebben. Ik reageer niet als mensen zeggen: ik wil een boormachine, punt. En laatst zag ik een oproep van een jongen die een espressoapparaat zocht ‘om lekkere koffie te drinken’. Die moet je dan maar gewoon kopen, denk ik dan.

„Airbnb gebruik ik hoe oorspronkelijk was bedoeld: ik verhuur m’n huis alleen als ik op vakantie ben. Ik zie dat echt als iets heel anders dan spullen uitlenen via Peerby. Mensen betalen voor mijn huis en dat schept verplichtingen. Via Peerby leen ik rustig een roestige schuurmachine uit, maar voor Airbnb-gasten moet m’n huis schoon zijn en moeten de lampen het doen.

„Ik ben milieubewust en ik vind die deelplatforms over het algemeen goeie initiatieven. Scheelt toch als mensen van alles delen in plaats van kopen. Je moet wel een beetje vertrouwen hebben, en niet al te veel geven om je spullen: als je bang bent voor kringen op je tafel of dat een oude boor het begeeft, moet je het niet doen.”

‘Het kan heel gezellig zijn in de auto, ik heb zelfs een vriend overgehouden aan een rit’


Wie: Natalie Carnier (32), shiatsu-masseur, woont in Den Haag. Deelt: autoritten via BlaBlaCar, af en toe huizen via Airbnb of slaapplekken via CouchSurfing.

„Drie jaar geleden stopte ik met mijn baan in de marketing, verkocht mijn auto en zegde mijn huis op. Ik ben een jaar gaan reizen door Zuid-Amerika en daar heb ik veel gelift. Iedereen pikt je zo op, het is daar heel normaal. Toen ik net terug was in Nederland zat het zo in m’n systeem dat ik hier ook probeerde te liften als ik even naar het strand wilde. Vrienden zeiden: dat doe je toch niet. En het bleek lastig te zijn, mensen nemen je niet snel mee. Nederlanders zijn toch meer op zichzelf dan Zuid-Amerikanen, vinden zomaar een onbekende in de auto eng.

„Ik wilde niet weer een eigen auto kopen, ik was me na mijn reis een stuk bewuster van de impact op de aarde van alles wat ik doe. Op internet vond ik toen BlaBlaCar. Op die site kun je je inschrijven voor een rit die iemand aanbiedt, en aangeven of je van kletsen houdt of niet. Het is niet duur om mee te rijden, de prijs ligt meestal rond de benzinekosten. Het is niet de bedoeling dat mensen eraan verdienen. De meeste gebruikers van BlaBlaCar doen er om dezelfde reden aan mee als ik: ze houden van reizen, vinden het leuk om nieuwe mensen te leren kennen, zijn milieubewust – free spirits, zeg maar. Het kan heel gezellig zijn in de auto, ik heb zelfs een vriend overgehouden aan een rit naar Amsterdam.

„Natuurlijk is het minder spontaan dan liften. Maar eindeloos met je bordje langs de kant van de weg heeft hier weinig zin. Ik betaal op BlaBlaCar voor een stukje zekerheid. Dit is kennelijk voor Nederlanders de manier om over hun angst voor het onbekende heen te stappen. Wie weet verandert dit soort deelplatforms de Nederlandse cultuur een beetje: het mag best wat opener en minder eigengereid.”

‘Ik ben een stadsmens en ik had geen idee van het boerenleven’


Wie: Santi van den Toorn (27), zelfstandig IT-projectmanager en medeoprichter van stichting Stem op een Vrouw, woont in Amsterdam. Deelt: overnachtingen via CouchSurfing, gereedschap via Peerby, vrijwilligerswerk op biologische boerderijen via WWOOF en sporadisch Uber en Airbnb

„Ik kom net terug uit Zuid-Frankrijk, daar hielp ik drie weken mee op een zelfvoorzienende boerderij. De negen lama’s die ze hielden verzorgen, een beetje tuinieren, de boel netjes houden. Dat had ik geregeld via WWOOF, een platform waarop biologische boeren en vrijwilligers elkaar kunnen vinden. Ik sliep in een oude caravan op het erf met uitzicht op de Pyreneeën. Gaaf, dacht ik, dat dit zomaar kan.

„Ik zou ooit wel een zelfvoorzienende boerderij willen runnen. Maar ik ben een stadsmens en ik had geen idee van het boerenleven. Alles daar ging in slow motion, zelfs eten. Er was totaal geen werkdruk, dat onkruid kon morgen ook wel de tuin uit. Na een tijdje werd ik daar onrustig van. Ik werk toch graag snel en efficiënt.

„In Amsterdam gebruik ik af en toe Peerby. Ik ben overtuigd minimalist en ik koop zo weinig mogelijk. Ik heb het bijgehouden: 21 dingen in 2016. Nieuwe spullen geven maar een korte kick. Liever leen ik dingen die ik maar een paar keer nodig heb. Toen ik een tijdje m’n haar afschoor, gebruikte ik een tondeuze van een vrouw uit de buurt. Die had ze nog liggen omdat ze vroeger het haar van haar zoon daarmee millimeterde. Ik heb nog een paar avonden gezellig bij haar op de bank gezeten.

„Uber en Airbnb heb ik ook weleens gebruikt, maar dat is toch anders. Die behoren inmiddels gewoon tot de gevestigde kapitalistische orde. En Peerby probeert nu ook geld te verdienen. Platforms als WWOOF en CouchSurfing zijn de good old anarchisten: geen ratings, geen verdienmodel. Dat gaat nou echt over delen.”