Recht & Onrecht

Noem het bij de naam: de Europese Politieke Unie komt eraan

De hervormingsvoorstellen van de Europese Commissie laten de contouren van een politieke unie zien. Wat wil Nederland ermee, vraagt Ton van den Brink zich af in de Europacolumn.

Ondertekening van het Verdrag van Rome in 1957 door Nederland, waarmee de EEG werd opgericht

De omvorming van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) in een echte politieke unie? Wat lang ondenkbaar leek, zou nu toch zomaar kunnen gebeuren.

De plannen voor hervorming die nu op tafel liggen zijn weliswaar bescheiden, maar niettemin onmiskenbare stappen in die richting. Ze geven EU instellingen rechtstreeks grip op economisch beleid in de lidstaten en leiden tot meer ruimte voor politieke belangenafweging.

Nu dreigt het gevaar dat de hervormingsplannen alleen worden beoordeeld op hun praktisch nut, als oplossingen voor de huidige problemen van de eurozone. Het debat, zeker ook in Nederland, zou in plaats daarvan juist over de transformatie naar een politieke unie moeten gaan. Anders ontstaat later gemakkelijk het beeld dat de EU ons de politieke unie heeft ingerommeld.

Veel pragmatiek

Politieke blauwdrukken of langetermijnvisies hebben nooit veel vat op de Europese Unie gehad. Het is juist altijd het recente verleden of de nabije toekomst die de richting bepalen. Nergens is dat beter te zien dan in de EMU. Ook het discussiestuk van de Commissie van vorige week ademt vooral pragmatiek. Weliswaar komt de Commissie met een reeks voorstellen voor de korte en langere termijn, maar het beestje wordt niet bij de naam genoemd. Zo blijft de betekenis voor de EMU en de EU als geheel in nevelen gehuld: zie de verpakking in ondoorzichtige termen als ‘stabilisatiefunctie’ en ‘convergentieraamwerken’. En dat terwijl een politieke unie hiermee wel degelijk  dichter bij komt.

Die term ‘politieke unie’ mag wat wazig lijken, maar kan wel degelijk helpen om beter zicht te krijgen op de betekenis van de plannen. De voorstellen van de Commissie vergroten namelijk onmiskenbaar de speelruimte voor EU instellingen.

Minder vooraf vastgestelde normen en meer ruimte voor politieke belangenafweging. Grotere convergentie, wat hier betekent het naar elkaar toegroeien van Europese economieën, is een speerpunt in de plannen. Dat laat zich niet vatten in vooraf vastgestelde normen, maar is afhankelijk van de economische omstandigheden in de lidstaten, en kan zelfs per lidstaat tot individueel beleid noodzaken. Dat kan niet anders dan door politieke belangenafweging.

Politiserend effect

Hetzelfde geldt voor de voorgestelde ‘stabilisatiefunctie’. Hoe die functie er ook uit komt te zien (het meest waarschijnlijk is een investeringsfonds of eventueel een soort  werkloosheidsvoorziening), ook dit kan niet zonder politieke beslissingsruimte. Dit hebben de ervaringen met het Europese noodfonds ESM ook al laten zien. Het uitgeven van gezamenlijk schuldpapier zal eenzelfde politiserend effect hebben.

Dit springt des te meer in het oog omdat een van de pijlers onder de EMU nu juist was om de politiek zoveel mogelijk uit te sluiten. In plaats daarvan zijn er nu nog vooraf vastgestelde, juridisch vaak zwaar verankerde, normen. De inflatie mag niet boven de 2% uitkomen en nationale begrotingstekorten niet boven de 3% van het BBP. Dit verschuift de aandacht naar de uitvoering. En hoewel de Commissie ook in de voorgestelde plannen de uitvoering van de huidige normen blijft benadrukken, zij zijn wel degelijk een stap in de richting van een EMU die minder ‘rules-based’ is dan nu.

Rechtstreeks optreden

De plannen gaan dus duidelijk in de richting van een politieke unie. En dat zou tot discussie moeten leiden. Immers, het uitsluiten van de politiek had voor de lidstaten altijd grote voordelen. Het maakt dat EU instellingen (en dan vooral de Commissie) slechts uitvoerders zijn van de normen die de lidstaten zelf hebben bepaald. Daarnaast moeten alle landen aan dezelfde normen voldoen. Gelijke monniken, gelijke kappen.

Een Europese politieke unie brengt niet alleen meer politiek, maar ook meer unie. Tot nu toe is dat beperkt tot de Europese Centrale Bank die gaat over het monetaire beleid.  Economisch beleid is in essentie nog steeds nationaal. De Europese Unie maakt geen nationale begrotingen en voert ook geen economische hervormingen door in de lidstaten. Met de plannen verandert dat. Weliswaar op zijn Europees, dus (klein) stapje voor (klein) stapje, maar wel op weg naar een situatie waarin EU instellingen instrumenten krijgen, zoals het genoemde investeringsfonds, waarmee ze rechtstreeks kunnen optreden in het economisch beleid van de lidstaten.

De voorstellen van de Commissie zijn dus méér dan alleen praktische oplossingen voor de problemen van de EMU. Zij doen de contouren van een echte politieke unie verschijnen. Daarover moet urgent een diepgaand politiek en maatschappelijk debat gevoerd worden. Zodat een hopelijk spoedig weer missionaire regering daarover gefundeerd een standpunt kan innemen en het Europese proces zo nodig kan bijsturen.

De Europa-column wordt geschreven door senior-onderzoekers van Renforce, Universiteit Utrecht. Ton van den Brink is universitair hoofddocent Europees Recht. Anna Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht.