Recensie

Jongens bouwen motorfiets die rijdt op olie uit algen

Meteen een spoiler alert. De jongensdroom komt uiteindelijk uit. De vrienden Peter en Rits slagen in hun opzet: ze bouwen een motor, met een oud dieselblok en een frame van zelf bewerkt en gebogen hout. En de tweewieler rijdt op olie uit algen.

Dit is de toekomst, schrijft Peter Mooij in zijn boek De dikke alg. De ondertitel luidt niet voor niks: hoe algen de wereld gaan redden. Mooij, zelf algenonderzoeker aan de Technische Universiteit Delft, ziet een glorieuze toekomst weggelegd voor algen. Vooral als basis voor biobrandstof, maar ook voor voeding. Want, schrijft hij, beide toepassingen zijn CO2-neutraal. Dus klimaatvriendelijk. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen. Daarnaast vraagt de kweek van algen geen extra landbouwgrond en zoet water.

Helaas schrijft hij over die toepassingen, en alle haken en ogen, al met al maar betrekkelijk weinig. Het boek gaat voor meer dan de helft over de geschiedenis van de aarde, de evolutie van leven, de opkomst van eencelligen, fotosynthese, en het pad dat zo werd geëffend voor meercellig leven, waaronder uiteindelijk de mens.

Die geologische aanpak heeft voor- en nadelen. Een voordeel is dat het de huidige broeikasveranderingen in een historisch kader zet, en ze zo inzichtelijker maakt. Een nadeel is dat het vele huidige onderzoek naar algen als bron voor brandstof, voedsel en andere zaken er bekaaid af komt. En te kort door de bocht wordt behandeld. Want is de productie van brandstof uit algen bijvoorbeeld wel echt klimaatneutraal? Er zijn namelijk allerlei stappen in het hele kweek- en opwerkingsproces die energie vragen. Het rondpompen van het algenwater bijvoorbeeld. En daarna: centrifugeren, concentreren, eventueel drogen, de juiste oliën scheiden, vervoeren naar de eindbestemming. Al die energie wordt nu hoogstwaarschijnlijk opgebracht via fossiele brandstoffen. Wat de CO2-balans minder gunstig maakt dan gedacht.

Goed gevonden is de afwisseling tussen de diepgravende, inhoudelijke hoofdstukken en de wat kortere hoofdstukken over de capriolen van Rits, die in een kraakboerderij in Koedijk woont. Mooij schetst zijn vriend als een rebelse, creatieve vrijbuiter met een onvermoeibaar enthousiasme. In elk volgend hoofdstuk zie je de motor meer vorm krijgen. Daarmee bouwt Mooij de spanning op: zal het project slagen? Het maakt dat je verder wil lezen.

Maar die hilarische, jongensachtige beschrijvingen roepen ook de vraag op voor wie Mooij dit boek nou precies heeft geschreven. Op het losse taalgebruik afgaand – hij noemt de allereerste alg op aarde bijvoorbeeld ‘Bertje’ – zou je zeggen, een jong lekenpubliek. Maar tegelijk beschrijft hij de fotosynthese in diepgaand biochemisch detail. Net als de koolstofcyclus. Op zulke momenten lijkt het boek eerder geschikt voor een meer gevorderd publiek.

Mooij is ook niet altijd even consequent. Een begrip als ‘molecuul’ legt hij wel uit – als een ijsje dat uit meerdere bolletjes van allerlei smaken kan bestaan. Maar bijvoorbeeld ‘antilichaam’ laat hij zo passeren.

Aan de andere kant dist hij wel allerlei leuke feitjes op. De echte longen van de aarde? Dat zijn niet de regenwouden. Het zijn de algen. Ze produceren de helft van alle zuurstof.

In het laatste hoofdstuk dreigt het grote project toch nog te mislukken. De twee vrienden staan op het strand, klaar om de motor te starten. Maar hij geeft geen sjoege. Ze keren terug naar de boerderij. Waar het ze uiteindelijk toch nog lukt. Rits straalt. En heeft alweer een volgend plan: op algenolie naar de berkenbossen in Rusland rijden waar het hout voor de motorfiets vandaan komt.