NRC-enquête: ‘Terreur heeft Nederlandse samenleving veranderd’

NRC-enquête

Duizend mensen reageerden deze week op een vragenlijst van NRC over terreur en media. Nederland is veranderd en aanslagen krijgen te veel aandacht, vinden velen van hen. ‘Ik fiets liever dan dat ik op de metro of tram stap. Vreselijk.’

Hieronder uit solidariteit verlichte monumenten en gebouwen in Amsterdam, Sydney, Genève, San Francisco, Berlijn, Helsinki, Parijs, Berlijn, Amsterdam en Berlijn. Foto’s ANP / EPA

Ze woont en werkt op tweehonderd meter afstand van Maalbeek, het Brusselse metrostation waar vorig jaar twintig doden vielen bij een aanslag. „Godzijdank was er onder de slachtoffers niemand die ik persoonlijk kende”, schrijft de Nederlandse Hanne van de Ven (26). Ze was even bang in het openbaar vervoer, maar nu niet meer – ook niet na de aanslagen in het Verenigd Koninkrijk. „De grootschalige berichtgeving geeft de impressie dat er achter elke hoek gevaar schuilt. Maar door de aanslagen van dichtbij mee te maken, realiseerde ik me hoe klein de kans eigenlijk is.”

Dit was één van de ruim duizend reacties op een online enquête van NRC deze week. Naar aanleiding van de aanslagen in Manchester en Londen vroeg deze krant lezers en kijkers naar hun persoonlijke beleving. Wat denkt en voelt u bij de vele mediaberichten over terreur? Praat u zelden of vaak over aanslagen – en met kinderen? Heeft het nieuws uw dagelijks leven of de samenleving als geheel veranderd?

De bedoeling was niet om een wetenschappelijk verantwoorde, representatieve steekproef te houden. Wel om een beeld te krijgen van hoe aanslagen worden ervaren in Nederland, waar buiten Theo van Gogh in 2004 geen terreurslachtoffers zijn gevallen. Anders dan Hanne van de Ven in Brussel hebben Nederlanders hier verder geen aanslagen meegemaakt.

Sinds afgelopen dinsdag kwamen in totaal 1.013 openhartige, kritische, relativerende, bezorgde en aangrijpende reacties binnen. Bijna driekwart van de respondenten zegt dat het internationale terrorisme de Nederlandse samenleving op meerdere wijzen heeft veranderd. De overgrote meerderheid leeft gewoon door, maar een aanzienlijke minderheid (bijna 20 procent) zegt dat hun leven is veranderd, is alert en mijdt liever ‘risicolocaties’.

De emotie die het nieuws oproept, is eerder boosheid (27 procent) dan angst (9 procent). Of dat ook echt zo is, zou moeten blijken uit wetenschappelijk onderzoek, zegt terreuronderzoeker Beatrice de Graaf, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. „Doorlopende berichtgeving over dood en verderf wijst mensen op hun eindigheid. Het maakt ze niet zozeer bang, maar zorgt dat ze zich terugtrekken in hun ‘eigen’ groep: het mortality salience effect. De media zijn bij aanslagen wel meer gericht op mensen en gevoelens dan vroeger. Het is de vraag of dat mensen boos òf bang maakt.”

De aanslagen in het buitenland geven het „wanneer zijn wij aan de beurt-gevoel”, schrijft Marleen Wiedhaup (34) uit Amsterdam. En ook als je gewoon doorgaat met je leven, zoals Cora Westerink (51) uit Tilburg, denk je wel eens na over hoe je zou reageren àls het gebeurt. „Ik hoop dat als ik in een aanslag terechtkom, ik: 1. De moed heb om anderen te helpen. 2. Niet zwaargewond raak, dan liever meteen dood.”

‘Terreur is steeds hetzelfde’

Het nieuws over aanslagen is „eigenlijk altijd praktisch hetzelfde”, schrijft de 17-jarige Yannick Retel Helmrich uit Tilburg. „Er zijn correspondenten ter plaatse die eigenlijk ook niet veel meer weten. Er wordt een dodental genoemd dat fout is en later wordt bijgesteld. Er zijn mensen die zeggen dat je je niet bang moet laten maken en mensen die het gebruiken om hun politieke standpunten door te drukken. En dan blijkt dat de dader al een bekende was van de politie of inlichtingendiensten.”

Media geven te veel aandacht aan aanslagen, vinden Yannick en bijna 60 procent van de mensen in de enquête. Maar ook weer te weinig in verhouding tot verder weg. „De media-aandacht voor aanslagen in het Westen versus andere aanslagen is scheef”, merkt Wouter de Wit (37) uit Deil op. „Zeven doden in Londen krijgen meer aandacht dan 85 in Kaboel.’’

Al dat terreurnieuws verdringt andere belangrijke thema’s, zoals klimaatverandering en de economische ongelijkheid, schrijven lezers. Bovendien geven de media de terroristen zo precies waar ze op uit zijn, vinden veel mensen. „IS krijgt zo gratis pr over onze lijken”, vindt Marjan van Goch (64) uit Rotterdam. Met name de info over en foto’s van aanslagplegers stoort sommigen. „Daders worden door de media tot helden gemaakt”, schrijft Heidi Fuhri (53 jaar) uit Enschede. „Iedere in zichzelf en de samenleving teleurgestelde eenling denkt op deze manier nog iets te kunnen betekenen.”

Andere klachten gaan over de „hijgerigheid” van journalisten, liveblogs die te weinig toevoegen, de „politiek-correcte” weergave door de grote media en het gebrek aan (historische) duiding over het conflict. Media focussen op „slachtoffers, bloed, geweld en drama” vindt Bart Baudoin (64) uit Amsterdam. „ Eén groot schandalig en amoreel verdienmodel.”

Aan de andere kant vindt een grote groep (37 procent) de berichtgeving en de dosering wél goed. „Het is heel lastig om hier een juiste hoeveelheid voor te bedenken”, schrijft Tom Vooges (36) uit Rotterdam. „Enerzijds wil je terreur niet ons leven laten bepalen, anderzijds zijn we met zijn allen nieuwsgierig en willen we meeleven met de steden waar dit gebeurt.”

„Berichten de kranten er niet over dan wordt dat gat wel opgevuld door socialmediakanalen”, denkt Arjan Vlaming (35) uit Lelystad. „Juist de berichtgeving via kranten kan zorgen voor een stuk nuance, duiding en feitencontrole die we anders zouden missen.”

„Je bepaalt als info-afnemer zelf hoeveel nieuws je consumeert”, zegt Wim de Wit (59) uit Amsterdam. „Als het aanbod groot is, moet je gewoon skippen, net als in de supermarkt.”

‘Het wantrouwen groeit’

Duizend reacties over de staat van Nederland geven een overwegend somber beeld. De samenleving wordt er niet beter op door de media-aandacht voor aanslagen, vindt een overgrote meerderheid. Al moet je het niet overdrijven, zegt een anonieme man van 35. „Het debat verandert. Maar als je je daar gewoon voor afsluit, zie je dat er niets verandert.”

Groeiende polarisatie en meer xenofobie is wat de meeste mensen zien. Ook zelf gaan mensen door terreur anders kijken en denken, mailt een 56-jarige rijksambtenaar die wegens zijn werkgever liever anoniem blijft. „Er komt meer wantrouwen in de samenleving. Kan ik die dame in haar zwarte chador nog wel vertrouwen? Is zij of haar kledingstijl geen heimelijke uiting van steun aan fascistisch, terroristisch en intolerant gedachtengoed? Kan je het moreel nog wel maken om na Londen, Manchester, Brussel etcetera er zo bij te lopen?”

„Mijn islamitische schoonmaakhulp is hoofddoekjes gaan dragen om, zoals ze het zelf zegt, aan te geven bij welke groep ze hoort”, merkt Christel Geus (44) uit Utrecht. Ze is er van overtuigd dat ‘ze’ de islam kapot willen maken. Verder een prima mens, maar het wantrouwen in de samenleving neemt wel toe.”

„Het stoort mij dat er na de aanslagen van de afgelopen jaren (door overwegend moslimextremisten) een islamitisch tegengeluid moet komen”, zegt Hösni Chahbar (30) uit Emmen. „Alsof ik, als moslim, van iedere niet-moslim een tegengeluid vraag als er slachtoffers vallen door geweld van niet-moslimextremisten.”

De polarisatie maakt Nederland vatbaar voor populisme, zeggen lezers. „Een partij als de PVV krijgt zo bestaansrecht”, zegt Rook Hogenboom (22) uit Amsterdam. „Omdat die partij voedt op angst.” En het succes van het populisme stelt de democratische beginselen op de proef, stelt Henk Visser (57) uit Krommenie. „Het dilemma van de democratie is of we de in de stemgang uitgesproken bezorgdheid, verwoord in de persoon Wilders, als tweede partij moeten betrekken bij de formatie. De weerstand is begrijpelijk, maar het rammelt aan het fundament van het electorale systeem.”

Nieuwe opsporingsmethoden en terreurwetgeving schenden de privacy en de rechtsstaten in Europa. „Kijk naar de geweren op straat: onbewust boezemt dit angst in”, zegt een vrouw van 22 uit Leiden. „De wereld lijkt in staat van oorlog – of zich er op voor te bereiden.”

‘Ik mijd grote menigten’

Statistisch gezien is het onzinnig om voor je leven te vrezen, zeggen rationele lezers. „Onzin”, schrijft Ellard Otevanger (55) uit Den Haag. „De kans is nihil! Onder een auto of pizzabezorger kom je makkelijker.” Vlaming uit Lelystad: „Ik zal nog eerder de loterij winnen.” Dus waarom zou je je leven veranderen? „Om het gedrag van viereneenhalve ‘religieuze’ idioot?”, zegt Joris van den Ende (41) uit Amsterdam. „Nooit.”

Ruim 80 procent van de enquête-invullers gaat gewoon door met zijn of haar leven. „Anders leven, dat weiger ik”, stelt Naomi Semeijn (30) uit Breda. „Ik leef nú. Ik heb eindelijk een goed inkomen, ik ben gezond. Ik wil graag reizen, de wereld zien. Ik laat me daarin niet remmen, omdat me iets zou kunnen overkomen.” Je moet de terroristen ook niet laten winnen, klinkt in veel reacties terug. „Vlaming: „Ik gun het de andere partij niet dat ze met hun acties mijn leven kunnen beïnvloeden.”

„Fuck dat”, zegt Tessa (42). „Maar ik ben me wel meer bewust van de gevaren. Ik denk vaker na over het vermijden van menigten, stations en vliegvelden, grote steden.” En zo zijn er meer mensen die zeggen dat ze nu niet anders leven, maar wel alerter zijn. Zo kijkt Onno van der Laan (53) uit Den Haag beter uit bij drukke verkeerspunten en voetgangersgebieden. „Ik betrap mezelf erop dat ik soms tactisch achter een stoplicht ga staan (t.o.v. de rijrichting).”

Eenvijfde van de respondenten (19 procent) zegt ‘ja’ op de vraag of ze hun leven hebben veranderd. De meesten mijden mensenmenigtes en massa-evenementen, zoals Pim Kelders (23) uit Amsterdam. „Ik mijd als het even kan grote evenementen, zoals laatst de finale van Ajax op het Museumplein. Ook fiets ik tegenwoordig liever dan dat ik in de metro of tram stap. Ik wil hier eigenlijk niet aan toegeven, maar het gebeurt toch. Ik vind het vreselijk dat ik er rekening mee houd. Voor de rest probeer ik m’n leven hetzelfde te blijven leven. Helaas merk ik dat zelfs bij een bioscoopvoorstelling in Tuschinski, net na de aanslag in Manchester, ik iets minder comfortabel in mijn stoel zit.”

Een anonieme man van 61 uit Alphen aan den Rijn heeft zijn citytrip aangepast. „Voor een gepland bezoekje aan Parijs heb ik een plannetje gemaakt om het centrum te mijden, en zoek ik uit of de bus een alternatief is voor de metro. Ik heb me voor het eerst bij Buitenlandse Zaken aangemeld zodat zij weten wanneer wij in welk hotel logeren. Bizar, eigenlijk.”

Anders leven kun je ook positief invullen, blijkt uit sommige reacties. „Ik voel een sterkere behoefte me met de islam en moslims bezig te houden”, schrijft Marc Kroeks (49) uit Zeist. „Ik zou graag meer Moslims willen kennen en van hun horen hoe ze erover denken.”

En Alain Wouterlood (36) uit Utrecht zegt: „Ik sta er zo nu en dan bij stil of ik vrede zou hebben met mijn leven als een aanslag ‘nu’ zou plaatsvinden. Aanslagen maken mij bewuster van mijn eigen kwetsbaarheid en de noodzaak om niet alleen ‘voor later’ te leven.”

M.m.v. Jolanda van de Beld