Het jaar om snel te vergeten

WK-kwalificatie

Onder leiding van de nieuwe bondscoach Dick Advocaat won Oranje met ruime cijfers – in De Kuip kreeg Luxemburg met 5-0 klop. Maar in Stockholm won Zweden van Frankrijk. Daardoor wordt plaatsing voor het WK in Rusland een hels karwei.

Oranje naar plaats drie

Oranje weet, na vrijdagavond, wat het te doen staat: alles winnen vanaf nu. Het Nederlands elftal speelde Luxemburg eerst aarzelend en daarna met speels gemak aan gort: 5-0. Maar relevanter, uiterst zorgwekkend, was wat er in Stockholm gebeurde: Zweden won van Frankrijk. Weinig blijft Oranje bespaard. Een nieuwe bondscoach, Dick Advocaat, treedt aan en volledig buiten zijn invloedssfeer krijgt het Nederlands elftal direct een keiharde dreun. De opgave om het WK te halen is nu helemaal een immens karwei geworden.

Niet overdadig was Oranje in de traktaties aan het publiek tegen een ingegraven ploeg uit de armzaligste voetbalcategorie, maar toch: vijf goals, klus geklaard tegen Luxemburg. Oranje, in een interland waar weinig tot geen conclusies aan verbonden kunnen worden, won ruim en dat is dat. Ouwe getrouwen sloegen toe in de eerste helft: Arjen Robben op pad gestuurd door centrale verdediger Wesley Hoedt, goal. Wesley Sneijder, de jarige, de recordinternational, bracht Nederland op 2-0. Korte passjes, vinnige uithaal. Georgino Wijnaldum (3-0) en invaller Quincy Promes (4-0) en Vincent Janssen (penalty, 5-0) maakten er nog een monsterscoretje van in de tweede helft.

Zo rolde de bal even na half elf vrijdagavond voor het laatst deze jaargang in de Rotterdamse Kuip. Het seizoen is ten einde, het Nederlandse voetbal kan met vakantie. Nu echt, nu helemaal. Feyenoord kampioen, Ajax verliezend finalist in de Europa League en Oranje – tja. Er is amper nog hoop. De interlandjaargang 2016/17 is een treurige voortzetting geweest van de twee daarvoor. Een glimpje perspectief is nog te veel gevraagd, blijkt, want Nederland moet vermoedelijk ook tegen de Fransen eind augustus in Parijs drie punten zien weg te slepen om het WK nog te halen.

Het is niet anders. Plaatsing voor een eindtoernooi gllipt Nederland opnieuw door de vingers. Toen het Jeugdjournaal deze week vroeg wat hij tegen de kinderen wil zeggen die zich zorgen maken dat Oranje het WK niet haalt, riposteerde Advocaat „dat we het wél halen”. Hij werd serieus, keek de kinderen die hij via de vragensteller indirect toesprak indringend aan. „We hebben gewoon een kans. Als elftal moeten we gaan voelen, dat vertrouwen moet je met z’n allen hebben. Ook dat je van Frankrijk kan winnen. Dat moet je uitstralen. En niet zoals bij Bulgarije, dat je er loopt als elftal waar helemaal geen geloof in zat. Dat moet eruit.”

Interlandrecord

Luxemburg ging uiteraard voor de bijl vrijdagavond in een interland die voor altijd verbonden zal zijn aan het schier onmogelijk te doorbreken interlandrecord dat Sneijder op 131 zette. Een staat van dienst die alle lof verdient. Eén der groten uit het Nederlands voetbal, misschien wel de belangrijkste middenvelder ooit geboren op dit hele kleine stukje aarde.

Het zijn, al met al, mijmeringen over een speler die eigenlijk al behoort tot het verleden. Want Sneijder, zo is het ook, is het levende bewijs dat Nederland geen creatieveling van naam heeft voortgebracht in de voorbije jaren waarin de concurrentie hem langzamerhand toch weg had moeten drukken. Advocaat prees deze week Sneijder ostentatief als „beste speler in Turkije” en hij, wilde de bondscoach maar zeggen, kon het weten als Fenerbahce-coach die hij vorige week nog was. En Turkije is een „heel vervelende competitie om in te spelen”.

Zo smeedt Advocaat zijn allianties, zoals hij dat altijd en overal gedaan heeft. „Wesley Sneijder speelt.” Geen discussie. Slim gedaan: dat record, de 131ste interland, is nu uit de weg en een Sneijder aan je zijde is heel wat waard. Nog altijd het gif in zijn voeten, dat wil zeggen: als hij de bal bij zich heeft en het veld voor zich. Hem was vrijdagavond natuurlijk een publiekswissel gegund, in de 81ste minuut. De mismoedig makende uitgangspositie in poule A bedierf de feestvreugde voor de jarige jubilaris Sneijder. Nog een WK lijkt hem niet gegund.

Het is allemaal al eerder verpest. Volgens ex-bondscoach Danny Blind, in het persbericht over zijn ontslag afgelopen maart, zat Oranje op ‘de weg omhoog’, maar het ‘incident’ tegen Bulgarije kostte hem zijn baan en zo werd hij de tweede bondscoach in successie die zijn contract niet uitdiende. Al bijna drie jaar zwalkt de nationale ploeg tussen magere voldoendes en hele dikke onvoldoendes. Wie stopt de neergang, de wisselvalligheid, het bibbervoetbal in met name uitwedstrijden?

Rommelig

Dick Advocaat moet het doen. Ingevlogen door de KNVB na een rommelige sollicitatieprocedure voor de derde keer uitverkoren als bondscoach. Nu meer dan ooit nodig, om te redden wat er te redden valt. Of hij het niet erg vindt dat hij vierde of vijfde keus was? „Ik was vijftiende keus, je schat me te hoog in”, zei hij dinsdag bij de perspresentatie met de zelfspot die een man met zijn gravitas zich ruimschoots kan veroorloven. Of het geen armoede is dat ‘zo’n opa’ weer teruggehaald moet worden? „Ja.” Maar dat „moet je mij niet kwalijk nemen, wel de mensen die niet wilden of niet durfden. Wij durfden toevallig wel.” Hij en assistent Ruud Gullit, bedoelde hij.

Tegen Luxemburg begon Oranje in één van de sterkst denkbare formaties. Amper blessures, de groten en middelgroten present, maar vertrouwen is vaker vluchtig gebleken. Nederland balanceert, met de kwalificatie haast permanent in de waagschaal, telkens tussen tekenen van herstel en keihard een wanprestatie die aan alle illusies een einde maakt. Te weinig doorgewinterde, maakt-me-niet-uit-wie-of-wat spelers in een ploeg waar glans al een tijd af is, zo is het nu al bijna drie jaar.

Oranje is zoekend naar zichzelf in de leegte die ontstaan is achter de verwelkende generatie die van het WK 2010 en WK 2014 onvergetelijke toernooien maakten. Wanneer zijn ‘we’ er weer bij? Onbekend.

De vier beslissende interlands na de zomer, dat wordt een helse strijd met het eigen wankele gemoed en het chagrijn van een natie waarin de hoop snel omslaat in pessimisme. Frankrijk-uit, Bulgarije-thuis, Wit-Rusland-uit, Zweden-thuis. Eigenlijk moet Nederland alle vier winnen.

Het is crisis, het is bekend. De KNVB-problematiek kleeft Advocaat niet aan. Hij is voor het hier en nu, met de inbedding in lopend beleid heeft hij weinig te maken. ‘Voetbal om van te houden’, luidt de titel van het KNVB-beleidsplan 2014-2018. Oranje heeft kortom nog vier duels om iets van die ambitie waar te maken, maar met voetbal om van te watertanden hoeft dat allang niet meer. Advocaat heeft aan druk naar voren en brutaal, risicovol aanvallend voetbal geen boodschap. „We spelen puur op resultaat. We kunnen ons niets meer permitteren”, zei hij dinsdag.

Zijn Oranje, het zoekende samenraapsel, zal zich schrap moeten zetten in komende maanden. Twee eindtoernooien op rij missen, dat gebeurt geen voetballand van naam. Het móet gebeuren tegen Frankrijk, op donderdag 31 augustus. Dan maar groepshoofd.