Het einde van de ‘criminele woonwijk’ Fort Oranje

Vrijstaat

Camping Fort Oranje in Zundert moet sluiten. Het is er volgens de gemeente „mensonterend”. De 624 bewoners zijn fel tegen.

Bewoners van Fort Oranje begrijpen niets van de plannen tot sluiting. ‘In de Millinxbuurt werd regelmatig geschoten. Gaan ze die ook sluiten of zo?” Marcel van den Berg

„Vol-ko-men kut!” Veel begrip hebben de vaste gasten en de bewoners van Fort Oranje in Zundert niet voor het plan van de Brabantse autoriteiten om de camping te sluiten. Marcel (48) en Mona (47) komen hier al hun hele leven. Marcel, in Feyenoord-broek: „Waarom willen ze de boel sluiten? Omdat hier criminelen zitten? Je kunt toch niet iedereen over één kam scheren?” Dat de boel verwaarloosd is, en dat er nodig moet worden opgeknapt, is wel duidelijk. „De eigenaar is in gebreke gebleven.” Maar sluiten? Mona moet er niet aan denken. „Ik run hier al twintig jaar het jeugdhonk. Al mijn spaargeld zit erin.”

Het is een drukte van jewelste voor de ingang van camping Fort Oranje - even buiten Breda, maar vallend onder de gemeente Zundert. Zojuist hebben de burgemeesters Leni Poppe van Zundert en burgemeester Paul Depla van Breda aangekondigd dat ze de camping willen sluiten. Wegens een „mensonterende situatie” op een terrein dat zich heeft ontwikkeld tot een soort „criminele woonwijk”, aldus burgemeester Poppe. Hoog tijd om de 624 mensen die hier min of meer permanent wonen te registeren, te herhuisvesten en hulp aan te bieden voor hun veelal uitzichtloze financiële, fysieke en psychische situatie. „Je kunt je niet voorstellen dat dit in Nederland bestaat”, zegt burgemeester Depla. „Je schaamt je de ogen uit je kop als je dit ziet. Wij kunnen deze mensen niet aan hun lot overlaten.”

Zo kwam de politie Fort Oranje binnen:

‘Niet doen, Cees!’

En dus hebben enkele tientallen agenten en handhavers eigenaar Cees Engel over het voornemen tot sluiting ingelicht, om vervolgens het terrein op te wandelen en daar de bewoners in te lichten. Nederlanders. Polen. Roemenen. En nog wat nationaliteiten. Engel, voormalig vastgoedeigenaar en ‘krottenkoning’ uit Rotterdam, stapt vastberaden op de wetsdienaren toe en houdt ze tegen. „Ik vorder dat u mijn terrein verlaat”, zegt hij. Hij wordt weggeduwd. Een bewoner trekt Engel terug. „Niet doen, Cees, dit is precies wat ze willen!” Engel bedaart. Een man beent de agenten achterna. „Eens kijken wat die viezeriken hier komen uitvreten!” Een grote man vaart uit tegen wijkagent Marijn van Zundert. „Waarom pikken jullie niet gewoon de slechteriken eruit? Jij doet je werk niet goed!” De wijkagent zwijgt. „Je kunt net zo goed tegen een boom praten!” roept een vrouw. De man schreeuwt door. „Wij hebben óók last van die buitenlanders die hier stelen, hoor!” De wijkagent: „Dat snap ik.”

Wijkagent Van Zundert, speciaal aangesteld voor deze camping, komt volgens de politie „handen en voeten tekort”. Tussen januari 2012 en maart 2017 heeft de politie 1.192 registraties vastgelegd. Er waren tweehonderd geweldsincidenten. Onlangs werd iemand mishandeld met een samoeraizwaard. De arm van het slachtoffer werd er volgens de politie bijna afgesneden. Er zijn regelmatig caravanbranden. „Waarbij is geprobeerd ook gasflessen te laten ontploffen”, vertelt agent Jaco van Hoorn, hoofd operatiën van de politie Zeeland West-Brabant. Er zijn 86 incidenten met dieren geweest. „Zoals met een zoon die een gevaarlijke hond zijn moeder liet bijten.” Er is mensenhandel. Er zijn twaalfhonderd stuks gereedschap aangetroffen, afkomstig van inbraken in de omgeving. Er zijn prostituees actief geweest. Er zijn hennepplantages aangetroffen, onder meer met het „schrijnende” geval van een man die ter beveiliging naast de hennepcaravan woonde, in een vervallen schuur. „Zijn huisraad bestond uit een matras en een frietpan.”

Het ergst vinden de autoriteiten nog dat de 123 kinderen in deze „vrijstaat” onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven. „Onze medewerkers zijn echt wel wat gewend, maar toen zij dit aantroffen, zei een collega: wij zijn iets vergeten in onze samenleving, niemand kijkt meer naar deze mensen om”, zegt directeur Annemieke Van der Zijden van GGD West-Brabant. De caravans zijn overbevolkt. Ze zijn vochtig. Er is schimmel. Er ligt puin. En volgens de GGD vraagt liefst 59 procent van alle bewoners al tijdens een eerste gesprek om hulp. Maar tot op heden is het „dweilen met de kraan open”, want zodra een gezin is geholpen, dienen zich alweer nieuwe bewoners op Fort Oranje aan.

‘Ik geef ze te eten toch?’

Op de camping zelf stikken drie vrouwen bijkans van verontwaardiging. „Hoezo gaat het met mijn kinderen slecht? Ik geef ze te eten. Ik stuur ze naar school. Ze kunnen hier lekker buiten spelen”, zegt Carla. Oorspronkelijk komt ze uit de Haagse Schilderswijk. „Daar is het drie keer zo erg, hoor! Gaan ze de Schilderswijk ook sluiten?” Miranda kwam jaren geleden uit Rotterdam. „Moet je dáár eens kijken! In de Millinxbuurt werd regelmatig geschoten. Gaan ze die ook sluiten of zo?”

Vader en zoon Engel, eigenaren van de camping, zijn strijdbaar. Dat de politie zomaar hun terrein op loopt, is „het einde van de rechtsstaat”, zegt zoon Jan. Ze gaan het voornemen tot sluiting juridisch aanvechten. En willen de autoriteiten de huidige bewoners herhuisvesten en geen nieuwe bewoners meer toelaten? Dat zullen we nog wel eens zien, zegt Cees Engel. „Voor elke bewoner komen er twee terug!”