Column

Formeren ten dienste van de nieuwe elite: de publieke opinie

Deze week: een ambtenaar die politici waarschuwt voor hun bedroevende imago.

Ofwel: als partijleiders tijdens de formatie vrezen de greep op hun imago en loopbaan te verliezen.

Illustratie: Ruben L. Oppenheimer

Je hoort wel, ook in Den Haag, dat de publieke opinie de nieuwe elite is. Politici, denkers, ondernemers of cultuurdragers die gelaten, soms radeloos, vaststellen dat zij geen greep meer krijgen op het opinieklimaat.

Tegen die achtergrond kwam ik deze week op Platform O, een website voor openbaar bestuur en wetenschap, een artikel tegen waar ik even van opkeek.

Een ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken, het clusterhoofd strategie Boudewijn Steur, schetste hoe de televisieserie House of Cards, die het Witte Huis verbeeldt als een wereld van alleen cynisme en machtsbederf, onze kijk op politiek beïnvloedt.

„Het beeld uit House of Cards raakt aan het beeld dat mensen al hebben van politici”, schreef hij, „en zal dat beeld mogelijkerwijs verder versterken.”

Het leek me een even logische als ongemakkelijke constatering – ook gezien de slepende formatie.

Donderdag zocht ik even contact met de auteur; we hadden elkaar laatst getroffen op een informele bijeenkomst van de ambtelijke top van zijn ministerie met journalisten.

Aan de telefoon legde hij uit dat hij „gefascineerd” is door de invloed van de populaire cultuur op de werkelijkheid. „Daar is weinig aandacht voor, en dat verrast mij soms”, zei hij.

Want je kunt, zoals politici gewend zijn, actualiteitenprogramma’s en talkshows hanteren als graadmeter voor het beeld dat de burger van politiek heeft. „Maar de populaire cultuur heeft natuurlijk óók invloed op hoe burgers politiek zien. Zoals House of Cards.”

Het tekent het dilemma. In de binnenwereld moeten politici vrijwel volledig buiten zichzelf treden: het vergt voortaan enorme mentale souplesse om een regeringsprogramma te maken.

Tegelijk waarschuwt hun naaste omgeving dat de publieke opinie ze ziet als laag-bij-de-grondse fiksers die slechts macht en eigengewin nastreven.

En als je dan vreest, of weet, dat diezelfde publieke opinie de nieuwe elite is, dan toont dit vooral aan, denk ik, hoe moeilijk politici het hebben om greep op hun eigen imago – hun eigen lot – te houden.

Ook deze week kon je weer zien dat de onderhandelaars zich amper raad weten met de situatie waarin de kiezer ze gebracht heeft.

We zijn hier geen Verenigd Koninkrijk, waar de kiezer even gemakkelijk de EU, de zittende premier als de grootste anti-EU-partij afwijst. Ook kunnen we veilig stellen dat Trump weinig goeds betekent voor het populisme hier.

Intussen leren recente Franse en Britse verkiezingen, ook geen detail, dat terroristische aanslagen het electoraat amper meer beïnvloeden.

Evengoed zit Den Haag nog steeds met een gematigde maar ook bijna onmogelijke uitslag: een verrechtst land dat straks een regering met één en mogelijk twee progressieve partijen krijgt.

Tjeenk Willink wist VVD en CDA deze week opnieuw aan tafel te krijgen met D66 en GroenLinks.

Maar je kreeg sterk de indruk dat de breuklijn in tact bleef: VVD en CDA die zich op immigratie aan elkaar vasthouden, zodat in GroenLinks de vraag rees of dit zoveel zin had.

Pechtold loopt hierdoor het gevaar dat hij, de man die VVD en CDA tot een tweede ronde met GroenLinks dwong, straks de laatste is die nog in deze coalitie gelooft.

Intussen krijg ik uit gesprekjes met (nieuwe) Kamerleden een idee hoe loodzwaar een coalitie met minimaal vier partijen – niet vertoond sinds de jaren zeventig – voor de betrokkenen zou worden.

Onder Rutte II hadden we begrotingsakkoorden met drie oppositiepartijen, maar dat waren tijdelijke verbanden en vaak korte onderhandelingen.

Nu zullen fracties en individuele Kamerleden ervaren dat ze hun hele programma, hun hele werkelijkheid, in vieren moeten delen. Gemiddeld moet je dan driekwart van al je standpunten inleveren: geen van de zittende Kamerleden heeft hier enige ervaring mee.

Vaak wordt ter geruststelling verwezen naar de naoorlogse decennia, toen we voortdurend coalities van vier of meer partijen hadden. Maar toen stemden we nog verzuild en had je geen stemwijzers, waardoor burgers nu een partij op één specifieke standpunt uitkiezen.

Soms zie je nu al in kleine momentjes hoe zwaar het Kamerleden zal vallen dat hun werkelijkheid straks permanent gevierendeeld wordt. Gevoelsmatig komt regeren voor ze nu al neer op zelfverloochening: een verweking of verbastering van het eigen gelijk. De meeste Kamerleden wekken niet de indruk dat ze erop geprepareerd zijn.

Dus waar de burger helderheid verlangt, zal de geheimtaal toenemen: alles wordt vaag. In de gevierendeelde werkelijkheid hebben ook wij, verslaggevers, burgers en andere buitenstaanders, steeds minder inzicht – laat staan overzicht.

Ook staat dit haaks op de ontwikkeling van het maatschappelijk debat. The Chronicle of Higher Education signaleerde in april dat in het huidige klimaat de publieke intellectueel, de academisch georiënteerde deskundige, het aflegt tegenover intellectuele gelovigen, zogenoemde Thought Leaders, die in TED-talks en andere glitteroptredens één idee promoten in plaats van kritisch denken stimuleren.

Het hoort bij de polarisatie en politisering van de maatschappij: het geloof in één oplossing vergroot de afkeer van het kritische denken, ook over eigen opvattingen. Ziedaar de spanning met een breed samengestelde coalitie.

Er komt bij dat ook in Nederland, indachtig House of Cards, politici voortaan routinematig gecriminaliseerd worden, al zijn er geen feiten voor. Fred Teeven is na de bonnetjesaffaire eindeloos vereenzelvigd met criminele belangen, hoewel er nooit het minste bewijs voor is geleverd.

En de Volkskrant bracht donderdag een citaat van de baas van motorclub No Surrender prominent op de voorpagina: ‘Wij maken minder overtredingen dan VVD-leden.’

Ik vermoed dat dit leuk was. En ik denk dat Holleeder ook wel bereid is een analyse over de PvdA of de PVV of Jan Roos te geven. De vraag is alleen of dit nog een faire omgang met politici en partijen is.

Tegelijk zie je een ander aspect van dat House of Cards-cultuurtje, het straffeloze complot-denken, overal de kop opsteken. De VVD-Zuid-Holland noemde deze week klimaatverandering, letterlijk, „een complottheorie”. Toe maar.

En in nationalistisch rechtse kring kun je een hele serie theorieën optekenen die tolerantie voor open grenzen, immigratie en de islam verbinden aan de nakende ondergang van het Westen.

Joshua Livestro, jaren actief in die kringen, schreef er vorige week over in de Volkskrant. Zelf zou ik alle samenzweringstheoretici uit die kringen een recent stukje uit Global Inequality aan willen raden, waarin oud-Wereldbank-econoom Branko Milanovic schetst dat de ondergang van de liberale democratie sinds 1917 elk decennium, vaak in penibelere omstandigheden, is voorspeld.

Als je dat onder elkaar ziet, weet je meteen: de ondergang van ons deel van de wereld is lang niet zo ver weg geweest als nu.

Het neemt allemaal niet weg dat de vorming van een brede vierpartijencoalitie, ongeacht de precieze samenstelling, erg veel risico met zich meebrengt voor de huidige politiek leiders. Het land verrechtst, het land polariseert en politiseert, en het gitzwarte samenzweringsdenken over politiek, lange tijd een Amerikaanse afwijking, neemt ook hier hand over hand toe.

Dus het is gemakkelijk, zoals op deze plek ook regelmatig gebeurt, politici aan te sporen grootsheid op te brengen die het land dient, in plaats van het eigen ego.

Maar alle politici die dit anno 2017 doen, zetten ook stappen waarvan ze de gevolgen voor zichzelf niet overzien.

Zij wandelen er het duister mee in, hoewel hun kiezers helderheid, simpelheid en waarachtigheid verwachten.

Zij geven er de greep op hun eigen politieke leven mee op, terwijl de publieke opinie, de nieuwe elite, denkt dat ze, net als in House of Cards, alleen voor zichzelf bezig zijn

Wat een ironie.