Recensie

Ferrante voor kinderen is ruig en magisch tegelijk

Het onsentimentele, simpele en magische kinderboek van Elena Ferrante.

Een pop wordt vergeten op het strand. Ze moet zich zien te redden van gevaren als een strandwacht met zijn gemene hark en een redeloze golf. Een kampvuur valt aan en steekt haar jurkje in brand. Redding is nabij, dat spreekt vanzelf. En als de pop verdrinkt, schrik je even, maar er gebeurt niks want poppen kunnen niet verdrinken. Tenslotte wordt de pop herenigd met haar poppenmoeder. Het klinkt allemaal nogal zoals zulke boeken vaker zijn: voor de hand liggend en vooral een aanleiding voor mooie plaatjes – dit ook, de aquarellen van Mara Cerri zijn hartverwarmend.

Maar dit is een kinderboek van Elena Ferrante, de schrijfster van geruchtmakende romans. Ferrante’s grote thema is het mankeren van moederliefde. Verdwijnende poppenkinderen zijn haar obsessieve metafoor. En dat verandert de zaak.

Het ergste wat een moeder kan overkomen is haar kind vergeten, Ferrante beschrijft het in haar roman Het verhaal van het verloren kind. Daar zien we de moeder van een verdwenen dochtertje verkruimelen. Haar fantasie is het enige houvast dat ze nog heeft, en die fantasie is wreed. Die scant mogelijkheden, en die troosten niet, ze zijn altijd gruwelijk.

Ferrante koos al voor het perspectief van de moeder (zoals in haar zogeheten Napolitaanse vierluik, 2011-2014) en van de ontvoerder (zie haar roman De verborgen dochter uit 2006). Wat ontbrak was het perspectief van de pop. Daarvoor heb je het sprookje nodig en dat zou de reden kunnen zijn dat Een nacht op het strand een kinderboek werd.

Ferrante schrijft ook voor kinderen onsentimenteel, simpel en magisch. Met ruige woorden, met verlatingsangst. En met vieze rijmpjes, die soms hun uitwerking missen doordat de vertaalster ervoor koos om ze te laten rijmen (in plaats van hun helderheid te behouden en te denken: dan rijmen ze niet, nou én).

Wat er gebeurt is heftig, maar niet griezeliger dan Pinocchio en niet dreigender dan Roodkapje. En de jonge lezer, die weet dat sprookjes eng zijn maar niet echt, huivert er lekker bij. Mocht het toch hard aankomen dan verzachten de illustraties wat er gebeurt, met als hoogtepunt de pop die uit zee wordt gered terwijl uit haar mond een woord vloeit: ‘Mama.’

De volwassen lezer vermoedt dat die roze krullende letters wel eens een navelstreng zouden kunnen zijn. En is die lezer een Ferrante-lezer dan denkt deze aan de meisjes en hun kansloze levens, zoals Ferrante ze heeft beschreven. Geen kind heeft het door, maar: deze pop is zo’n machteloos Ferrante-meisje. Ze kan zelf niks doen. Haar woorden worden haar afgepakt. Dan is ook haar lichaam niet meer van haar en tot slot wordt ze aangespoord haar identiteit op te geven. Alleen als ze haar lot durft te leggen in de zachte poten van de poes kan ze gered worden. Maar daarvoor zal ze de achterdocht en jaloezie moeten bedwingen die dat dier bij haar wekt.

Het loopt goed af. Dat is lief, maar de volwassene weet dat zo’n happy end bij Ferrante geen oplossing brengt, maar altijd een volgend mysterie. Het leven loopt zoals het altijd loopt. Het draait uit op verval en voert naar de dood. Als volwassene besef je dat. Als kind hoef je dat gelukkig nog niet te weten – en daar houdt Ferrante zich aan.