Cultuur

Interview

Interview

Rana Reider: „Dafne maakt vorderingen, zeker, maar ik ben nog niet tevreden.”

Foto Ilvy Njiokiktjien

‘Dafne moet de zware trainingen aankunnen’

Rana Reider

De 46-jarige Amerikaan Rana Reider is de nieuwe coach van topsprintster Dafne Schippers. De vermaarde atletiektrainer was het brein achter verschillende olympische successen. „Alsof Swaziland Louis van Gaal heeft binnengehaald.”

Op Rana Reider is moeilijk vat te krijgen, zegt-ie ook zelf. Vaak beminnelijk, soms grimmig, hoewel altijd toegankelijk. De Amerikaanse coach van Dafne Schippers vergeleek zijn arbeidsethos ooit met dr. Jekyll en mr. Hyde: de ene keer ontspannen, de andere keer agressief. Overheerste zijn brute kant bij de coachwissel van Nederlands succesvolste sprintster? Een tikje verongelijkt: „Nee, ik wilde Dafne niet van Bart Bennema afnemen. Iedereen in het begeleidingsteam rond Dafne vond dit de beste oplossing. It was a team thing, a process.”

Rana Reider dus, 46-jarige Amerikaan, low profile gekleed, doorgaans met cap, die per 1 januari 2015 als bondscoach van de Atletiekunie op het nationale sportcentrum Papendal neerstreek, na een kortstondig dienstverband met het Britse UK Athletics, maar met een trackrecord als brein achter de olympische titels van verspringster Tianna Bartoletta, tienkamper Bryan Clay, verspringer Dwight Phillips en hink-stap-springer Christian Taylor. Hij is de man aan wie Schippers haar nieuwe toekomst heeft gekoppeld. Een topcoach die tweeënhalf jaar terug binnen werd gehengeld door bemiddeling van Charles van Commenée, voormalig en succesvol hoofdcoach van de Britse atletiekbond. De huidige prestatiemanager van sportkoepel NOC*NSF over het gewicht van die transfer: „Alsof Swaziland Louis van Gaal heeft binnengehaald.”

Een coach die van Schippers het ultieme raspaardje moet maken, een sprintster die structureel de Jamaicaanse en Amerikaanse aanvallen kan afslaan. Nee, Reider is geen specifieke sprinttrainer, maar iemand die zichzelf omschrijft als een allroundcoach, omdat hij vrijwel alle atletiekonderdelen beheerst – „I’m pretty good at all of them.”

Prikkelend vooruitzicht

Vanaf zijn entree op Papendal werkte de Amerikaan al met Schippers, als adviseur van Bennema, gevraagd en ongevraagd. De sprintster en haar ex-coach hadden Reider in 2014 leren kennen tijdens een trainingskamp in diens woonplaats Gainesville, Florida, in retrospectief een kennismaking van de meester met een gulzige leerlinge.

De samensmelting in Nederland dreef Schippers steeds nadrukkelijker in Reiders armen, zozeer zelfs dat de atlete na de Olympische Spelen van Rio de Janeiro (2016) hem volledig toe-eigende. Bennema exit na acht jaar, Reider het prikkelende vooruitzicht. Een proces, geen kaping, weerspreekt Reider. Vooralsnog een overgang omgeven met vraagtekens, ook voor Schippers, zei ze vorige week op een persconferentie van de FBK Games. Ze traint intenser, is sterker geworden dankzij meer uren in het krachthonk, maar vooralsnog niet sneller, met gemengde gevoelens tot gevolg. Vooralsnog vertrouwt ze volledig op Reiders aanpak, die moet leiden tot een piek op de WK, begin augustus in Londen, maar de atlete liet al wel doorschemeren het niet bepaald te appreciëren dat ze vooralsnog wordt voorbijgelopen door haar belangrijkste concurrenten. Komt haar gemoedsrust niet ten goede. Reider doet daar vrij laconiek over: „De WK, dáár gaat het om, daar moet Dafne titels winnen. De weg ernaartoe is zeker niet onbelangrijk, maar de resultaten zullen erg afhankelijk zijn van haar trainingsfase, de ene keer goed, de andere keer iets minder. So be it.”

Wat heeft u veranderd bij Dafne?

Reider: „Haar efficiëntie op de eerste 30 meter. Met name op de 100 meter wreekte zich dat, lag ze te ver achter bij haar concurrenten. Je moet bij het begin beginnen, daarna volgt het tweede deel van de sprint. Haar referentiepunt is veelvoudig kampioene Shelly-Ann Fraser-Pryce, op de eerste 30 meter the best ever. Ik denk eerlijk gezegd niet dat Dafne dat niveau ooit zal bereiken, maar ze moet het wel zo dicht mogelijk benaderen. Elaine Thompson is al close, bleek in Birmingham, waar ze in februari het Jamaicaanse indoorrecord op de 60 meter onder de zeven seconden bracht. Haar eerste 30 meter daar waren van het niveau Fraser-Pryce, bleek mij na het bestudering van videobeelden.”

Gaat uw nadruk op krachttraining niet ten koste van haar snelheid?

„Nee, dat gaat altijd hand in hand. Hoe harder je de baan raakt, des te sneller je gaat. Dafne mag breder zijn geworden, haar vetgehalte is afgenomen. Als je 40 weken per jaar traint en 26 wedstrijden loopt, moet je heel sterk zijn. Ze moet de zware trainingen aan kunnen, haar lichaam laten wennen aan die specifieke vermoeidheid. Daar moet ze doorheen om een nog hoger niveau te bereiken. Haar trainingsvolume moest omhoog. Ik wil dat Dafne begrijpt wat ze doet.”

Kunt u ook haar pijnpunt, de relatief zwakke start, verbeteren?

„Ja, die is al efficiënter geworden, blijkt uit metingen. Dafnes probleem is dat ze jarenlang voor de zevenkamp heeft getraind en te weinig aandacht aan specifieke starttraining besteedde. Die achterstand moet ze inhalen. In overleg met mijn biomechanicus Paul Brice hebben we de hoeken van haar startpositie veranderd om haar toegenomen kracht optimaal te benutten. Dat heeft tijd nodig. Nee, ik weet niet hoeveel tijd. Dafne maakt vorderingen, zeker, maar ik ben nog niet tevreden.”

Wat is het voordeel van de speciale apparatuur waarmee u werkt?

„Hoewel ik een scherp oog heb, zie ik niet elke detail. Met het meetsysteem Optojump kan ik bijvoorbeeld alle grondcontacten per been analyseren. En de snelheid meten, zodat ik exact weet op welk punt Dafne haar hoogste snelheid bereikt en hoe lang ze dat kan volhouden. Met de video vanaf de zijkant leer ik alles over haar houding. Dan werk ik ook nog met de ‘1080 Sprint’, een apparaat dat ik zelf heb aangeschaft. Met een koord van 90 meter kun je de weerstand trainen, maar ook de natuurlijke snelheid overtreffen, trainen op de zogeheten overspeed. Dafne moet weten hoe het voelt om sneller te lopen dan haar lichaam toestaatshe needs to feel that speed. Ik leer hoe lang ze die overspeed kan vasthouden, informatie die ik alleen op die manier kan krijgen. Alle data vergelijk ik vervolgens met haar concurrenten om exact te weten welke punten verbeterd moeten worden.”

Wat is het voordeel van de intensieve bloedtesten waarmee u werkt?

„De maandelijkse bloedtest in het ziekenhuis geeft een algemeen beeld van Dafnes fysieke gesteldheid en wat er verbeterd kan worden. Tijdens zware trainingen doe ik doorlopend lactaattesten om functioneel te trainen. Er is een correlatie tussen het hartritme en de bloedwaarden. Als de hartslag en de lactaatwaarden stijgen, weet ik dat er rust nodig is, tijd voor herstel. Op die manier kan ik de duur van warming-up en de trainingssessie in balans houden, voorkomen dat ze overtraind raakt.”

Hoe houdt u Dafne mentaal scherp?

„Daar hoef ik weinig aan te doen. Ze is van nature relaxed, maar altijd toegewijd en ze houdt van competitie. Ze is sterk gefocust, wil altijd de beste zijn. In dat opzicht heeft Dafne de Amerikaanse mentaliteit van pushen, pushen, en nog eens pushen. Daarom is ze ook succesvol. Zo heeft ze een killersinstinct ontwikkeld. Nee, ze laat zich niet begeleiden door een sportpsycholoog. Er zijn atleten die ik een mentale begeleider aanbeveel, maar die behoefte heeft Dafne niet. De Olympische Spelen in Rio de Janeiro hebben aangetoond hoe sterk ze mentaal is. Het was met haar zware liesblessure a hell of a job om de finales te halen. Zij kreeg het voor elkaar en won zilver op de 200 meter. Daartoe zijn alleen de mentaal sterken in staat.”

Is Dafne een 100- of 200-meterloopster?

„Ze is goed op beide. Ik zou aan Dafne geen label willen hangen. Ik zie geen verschil. Met Elaine Thompson en de Amerikaanse Tori Bowie is Dafne bij uitstek de specialiste op de twee sprintafstanden.”

Hoe zwaar is uw baan met een gezin op afstand?

„Niet ideaal, want mijn vrouw en kinderen van negen en dertien zijn achtergebleven in Gainesville. Vonden we verstandiger met oog op de scholing van de kinderen. Nee, ik heb na mijn breuk met UK Athletics niet overwogen terug te keren naar de Verenigde Staten, daarvoor was ik veel te opgewonden over de baan die ik in Nederland kreeg aangeboden. De privésituatie is niet ideaal, want ik heb er al 104.000 vliegmijlen opzitten, maar anderzijds zijn er veel vaders die on the road voor hun gezin zorgen. Het voordeel is dat ik in Nederland alle tijd heb me in mijn vak te verdiepen, bijvoorbeeld door video’s te analyseren. Ik heb gisteravond nog tot laat een sprinttraining van Dafne teruggekeken. Dat is wat ik het liefst doe. Ik heb geen hobby’s, dat is mijn werk.”