Column

Bloedige schande

In de rubriek ‘NRC checkt’ toonde redacteur Wilmer Heck donderdag aan dat parlementariër Thierry Baudet in Amerika drie onjuiste uitspraken had gedaan. Eén daarvan betrof diens bewering: „We waren slachtoffer van diverse terreuraanslagen in Nederland.”

Heck concludeerde: „Baudet deed zijn bewering over terreuraanslagen in antwoord op de vraag of Nederland een probleem heeft met islamisme en immigratie. In de voorbije twintig jaar kan alleen de moord op Theo van Gogh daaraan worden gerelateerd. We beoordelen de bewering als onwaar.”

Mij frappeert de gretigheid waarmee Baudet en zijn geestverwanten de laatste tijd zinspelen op (mogelijke) terreuraanslagen in Nederland. Zelf zullen ze het liever bezorgdheid noemen, maar ik proef eerder een zeker ongeduld: wanneer komt nou eindelijk die aanslag in Nederland waarmee ze hun tegenstanders definitief de mond kunnen snoeren?

Natuurlijk is er reden voor bezorgdheid. Baudet had kunnen verwijzen naar de suggestie van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken uit november 2014 op BNR Nieuwsradio dat er aanslagen in Nederland zijn voorkomen: „Er zijn mensen – ook in de afgelopen jaren, maanden – in de kraag gevat, waarbij dan materiaal is aangetroffen, waaruit blijkt dat ze niet bezig waren om onschuldige dingen te doen.”

Dat lijkt me al ernstig genoeg, maar Baudet maakt er liever van dat we al slachtoffer zijn geworden van tal van aanslagen. Dat maakt in het buitenland meer indruk dan de vermelding van die ene terroristische aanslag, hoe gruwelijk ook, op Theo van Gogh die alweer uit 2004 dateert.

Dat als bezorgdheid vermomde ongeduld voelde ik deze week ook in een filmpje van Tom Staal op GeenStijl. „Aanslag in Nederland kwestie van tijd?” luidde de aankondiging.

Op zichzelf is dat een legitieme vraag, die ook al eens in 2016 in een artikel in NRC is gesteld. Maar voor het antwoord zie ik liever niet meteen het uitgestreken hoofd van PVV’er Martin Bosma oprijzen. „Dat vrees ik wel”, antwoordde hij, „ik denk dat er nog veel bloed gaat vloeien.”

Bosma zag het bloed al door de Hollandse goten klotsen. Bij de PVV zijn ze dol op het verspreiden van zulke angstvisioenen, maar hoe zinvol is dat? Het publiek is al angstig genoeg na de recente aanslagen. Misschien kan hij zich beter wijden aan het schrijven van de redevoering, die zijn politieke voorman na een aanslag in het parlement zal houden. Ik heb al een opzetje gemaakt, Bosma mag het overnemen mits hij als bronvermelding NRC noemt.

„Mevrouw de voorzitter, ik zou de dag van gisteren een dieptepunt in onze vaderlandse geschiedenis willen noemen. Een dieptepunt dat gemakkelijk had kunnen worden voorkomen. Helaas wordt de politiek in Nederland bepaald door halfzachte wegkijkers, gelovigen van de linkse multicultikerk. En of ze nou in de Partij van de Arabieren zitten, of in de VVD, het maakt niets uit, het is één pot nat. Jarenlang heb ik ze hier gewaarschuwd: hou toch op met jullie laffe praatjes, pak het probleem bij de wortel aan, sluit die grenzen, gooi dat islamitische tuig het land uit. Nooit wilde iemand luisteren, ik werd weggehoond. Maar nu het bloed van de onschuldigen ook in Nederland vloeit – en er zal nog veel meer vloeien – moet ik vaststellen: het is een schande, een bloedige schande dat deze regering en deze Kamer het zover hebben laten komen.”