Column

Allemaal familie

Europa ziet zichzelf als het continent van de verschillen. Het brengt op een beperkt grondoppervlak een enorme variëteit aan talen, culturen en gerechten bijeen. Deze lappendeken komt met een lange geschiedenis van conflicten en oorlogen. De diepgewortelde identiteiten, van Blut und Boden tot La France profonde, voeden het hernieuwde nationalisme. Toch leert de wetenschap dat alle Europeanen familie van elkaar zijn. We blijken allemaal nakomelingen van Karel de Grote, en van iedere andere Europeaan die rond het jaar 800 leefde.

Een fascinerend biologisch begrip is de ‘recentste gemeenschappelijke voorouder’. Dit is de laatst levende ‘oerouder’ van wie iedereen die nu leeft familie is. Dat zo’n persoon, of beter gezegd zo’n ouderpaar, moet bestaan, volgt uit statistische beschouwingen. Als we de wortels van onze familiestamboom terug in de tijd volgen, groeit het aantal voorouders exponentieel. We hebben allemaal twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders, enzovoort. Het aantal verdubbelt iedere generatie, zeg iedere 25 jaar. Al gauw worden dit grote getallen. Na twintig generaties of vijfhonderd jaar geeft dat een miljoen voorouders. En na veertig generaties of duizend jaar zou je op het onvoorstelbaar grote aantal van een biljoen komen, een miljoen keer een miljoen, vele keren groter dan de huidige wereldbevolking.

Nu leefden in het jaar 1000 hoogstens 60 miljoen mensen in Europa, maar 10 procent van het huidige aantal, en dat laat zien dat deze telling absoluut niet kan kloppen. Het aantal voorouders mag exponentieel groeien als we terug in de tijd gaan, de totale bevolking neemt juist af. De steeds verder vertakkende wortels van de stamboom persen zich in een bloempot die naar onderen taps toeloopt. Het is dus onmogelijk dat al onze voorouders verschillende personen waren. Kortom, er moet door de eeuwen heen vaak tussen familieleden getrouwd zijn. Dit was zeker waar voor geïsoleerde gemeenschappen of adellijke families, waar het bijna onmogelijk was een beschikbare partner te vinden die niet gerelateerd was.

Dit geldt ook voor de bevolking als geheel. De cirkels van onze voorouders gaan steeds verder overlappen. Nauwkeurige statistische analyse zegt dat er een moment in de geschiedenis komt dat iedereen familie van elkaar wordt, dat alle wortels verknoopt raken. Voor het continent Europa leert de berekening dat de laatste gemeenschappelijke voorouder zo’n duizend jaar geleden leefde. Het resultaat is zelfs nog spectaculairder. Als je nog een paar honderd jaar verder teruggaat, naar de tijd van Karel de Grote, dan is iedereen die toen in Europa leefde (en nu nakomelingen heeft) familie van iedereen die nu leeft. En we kunnen trouwens voor het gemak ook Azië meenemen, want dankzij de inval van de Mongolen zijn die twee continenten innig verstrengeld geraakt.

Eenzelfde berekening van de recentste gemeenschappelijke voorouder van de gehele wereldbevolking is minder trefzeker te maken. De huidige consensus is een datum van zo’n drieduizend jaar geleden, zo rond het jaartal 1000 v. Chr. Dit is een verrassend recent tijdstip, want leefden de bevolkingen van Eurazië, Amerika en Australië niet tienduizenden jaren in complete isolatie? Deze nauwe verwevenheid zou het resultaat zijn van de ‘grote vermenging’ die vijfhonderd jaar geleden met de ontdekkingsreizen op gang kwam. De theorie is dat zelfs de meest geïsoleerde stammen daar niet tegen bestand zijn geweest. Er hoeft in die drieduizend jaar namelijk maar één keer een bezoeker te zijn geweest om de ‘zuiverheid’ van de bevolking te verstoren.

Al deze redenaties zijn gebaseerd op wiskundige modellen, maar recent genetisch onderzoek geeft verder bewijs voor deze evolutionaire tijdlijn. Let wel dat we nooit zullen weten wíe de laatste pan-Europese ‘oerouder’ was. Was het een boer in Jutland of een hofdame in Frankrijk? We weten alleen zeker dát er zo’n persoon was. Als we de bevolking van Europa zien als een glas water, dan was deze oerouder het uitverkoren inktdruppeltje dat zich in een lange keten van generaties verspreidde en zo uiteindelijk iedereen raakte.

Maar er is een schaduwkant aan dit succesverhaal. het druppeltje inkt is wel erg verdund geraakt. In iedere nieuwe generatie wordt slechts de helft van de genen van de ouders doorgegeven. Na veertig generaties zou daarmee slechts een biljoenste van het oorspronkelijke genetisch materiaal over zijn. Nu bestaat het menselijke DNA uit zo’n drie miljard basenparen, de letters in het DNA. Als je daarvan een biljoenste doorgeeft is dat moleculair gezien een betekenisloze fractie, slechts 0,3 procent van een letter. Vanuit biologisch perspectief is deze familiaire verwantschap dan ook volstrekt zinloos. Al na tien generaties nakomelingen is het onwaarschijnlijk dat er nog een enkel gen is terug te vinden. De oerouder mag dan iedereen aanraken, maar dan wel met de allerlichtste toets. Het is de ultieme homeopathische verdunning.

We moeten maar eens een monument voor deze middeleeuwse stamouder oprichten: de Onbekende Europeaan, vergelijkbaar met de Onbekende Soldaat. Zo’n standbeeld kan dan met goed fatsoen in iedere stad of dorp in het continent worden gezet. Want we zijn allemaal familie van elkaar.

Professor Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton