Recht & Onrecht

Wraken van rechters om stoer te doen of tijd te rekken

Aan de stijging van het aantal wrakingen lijkt weer een eind te komen. Inperken is problematisch, schrijft Matthieu Verhoeven in de Togacolumn.

Na het “topjaar” 2015 met 713 wrakingsverzoeken, waren dat er in 2016 620, het niveau van de paar jaren ervoor. In de periode van 2007 tot 2012 steeg het aantal wrakingsverzoeken gestaag.

Als iemand gegronde vrees heeft dat de rechter die zijn zaak beoordeelt niet onpartijdig of bevooroordeeld is, moet hij natuurlijk een middel hebben om dat aan de orde te stellen. Dat middel is de wraking: de procedure wordt onmiddellijk stilgelegd en een meervoudige wrakingskamer beoordeelt of er sprake was van (schijn van) partijdigheid of niet. Komt de wrakingskamer tot het oordeel dat dat het geval is, moet de gehele procedure over, met een of drie nieuwe rechter(s).

Buitensporig

In de ruim 23 jaar dat ik rechter ben, ben ik drie keer gewraakt. De eerste keer door een verdachte omdat ik de officier van justitie het woord wilde geven. De tweede keer door een eisende partij nadat ik in een tussenvonnis in stevige bewoordingen geclaimde juridische kosten (ruim 20.000,-- gulden voor een standaard incassodagvaarding en dito conclusie van repliek) buitensporig hoog had geoordeeld. De derde keer door het OM dat een ruim tevoren geplande zittingsdatum van een raadkamer verschoven wilde hebben, geen zin had een vervanger te sturen en toen de meervoudige kamer geen uitstel verleende, de hele kamer wraakte.

(Saillant detail: over die wraking zijn kamervragen gesteld waarbij de nogal eenzijdig  ingefluisterde vragenstelster de minister vroeg of het opgeven van verhinderdata door de verdediging kon worden gebruikt om een strafzaak te traineren… Een bijzonder geval van klok en klepel lijkt mij).

Op het gevaar af toekomstig onheil over mijzelf af te roepen: deze drie wrakingen zijn ongegrond geoordeeld. Over het niveau van de wrakers mag u zelf oordelen.

Weinig gegrond

Het aantal gegronde wrakingsverzoeken schommelt rond de 4 à 5% (in 2016 25 van de 620). Natuurlijk is elke gegronde wraking er een te veel maar tenzij je van (voor)oordeel bent dat Nederlandse rechters ten aanzien van “eigen volk” partijdig zijn, valt dat aantal dus gelukkig heel erg mee, zeker als je je realiseert dat zo’n 1,6 miljoen zaken (maar dan is ook echt alles meegerekend) per jaar worden gedaan. Of zou het zo zijn dat regelmatig een wrakingsverzoek niet wordt gedaan wegens de vrees dat na ongegrondverklaring partijen verder moeten met een geraakte knorrepot?

Niet duidelijk

Waarom het aantal wrakingen de afgelopen jaren is gestegen, is niet helemaal duidelijk. Wat wel helder is, is dat het middel vaak oneigenlijk wordt gebruikt. Omdat de wraker het niet eens is met een beslissing (daar is het hoger beroep voor), om spierballen te laten zien of om tijd te rekken. Daar is het instituut van de wraking natuurlijk niet voor bedoeld. Niet voor niets riep professor Veraart enige tijd geleden op om te stoppen met onnodige wrakingen. Daar schaar ik me graag achter, hoewel ik  een door hem gegeven voorbeeld van een dubieuze wraking ongelukkig vind. Die wraking (“de wraking die je wist dat zou komen”) ging wel ergens over, ook al werd zij ongegrond geoordeeld.

Wat te doen

Het is niet eenvoudig iets te doen tegen licht- of onzinnige wrakingen en de vertraging die zij met zich meebrengen. Er is wel gesuggereerd het schorsend effect aan een wraking te ontnemen, maar dat is wel een paardenmiddel. Stel je voor dat je wel met een bevooroordeelde rechter te maken hebt en de zaak loopt ondanks je wrakingsverzoek gewoon door.
Een proceskostenveroordeling bij een ongegronde wraking heeft ook zo haar bezwaren: uit vrees voor extra kosten wordt niet gewraakt hoewel daar wel reden voor is en voor een zeer vermogende procespartij maakt die proceskostenveroordeling niet uit.
Het permanent beschikbaar hebben van een wrakingskamer is nogal ondoelmatig, zo veel wrakingsverzoeken zijn er nu ook weer niet. En het speciaal voor één zaak klaarzetten van een wrakingskamer zou wel eens op bevooroordeeldheid kunnen wijzen, tenzij de wraking tevoren wordt aangekondigd.

Kortom, wraking blijft een geducht wapen met forse gevolgen. Veel komt aan op de kundigheid en bediener van het wapen. Daar is het bij de Nederlandse procesdeelnemers, ondanks de stijging van het gebruik gedurende de afgelopen jaren, gelukkig doorgaans goed mee gesteld.

De Togacolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door een rechter, officier of advocaat.

Blogger

Matthieu Verhoeven

Matthieu Verhoeven studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij ruim tien jaar als advocaat. Hij is sinds 1994 rechter, in diverse functies, van kantonrechter tot sectorvoorzitter, vooral werkzaam in de civiele sector van de rechtbank in Almelo. Op dit moment doet hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen.