Column

Wat wij kunnen leren van Haagse traagheid

Traagheid is de taal van de verliezers geworden: niemand wil nog langzaam overkomen. Ik mis het soms. Traagheid kan, als blijk van geduld, als uiting van zelfbeheersing, schitterend zijn. Maar mensen willen er zich onder geen beding meer mee vereenzelvigen. Met traagheid is het als met verlegenheid: het is er vermoedelijk nog wel, maar je ziet het eigenlijk nooit meer.

Dus zo’n trage formatie – het is eigenlijk onverkoopbaar. Ook direct betrokkenen beginnen er tabak van te krijgen. Burgers vinden het saai. Niet-Haagse verslaggevers zeggen: bel me maar weer als ze klaar zijn met dat geëmmer.

Laatst zapte ik langs een BBC-programma dat de geweldige titel Pointless Celebrities bleek te hebben. Zo kun je de formatie ook samenvatten: bekende gezichten die nooit iets zeggen wat rechtvaardigt dat we naar ze kijken.

Nu speelt mee dat onze gezichtsbepalende politici al erg lang in het vak zitten. De leiders van de vier grootste partijen, Rutte, Wilders, Buma en Pechtold, zaten al in de landspolitiek toen Mat Herben (LPF) nog coalitiepartner in Balkenende I (2002) was. Vernieuwing zou niet gek zijn. En dan: lastige formaties kun je ook vlot trekken als een bepalende figuur opstapt.

Tegelijk weet ik niet of traagheid in de formatie zo erg is. Landen kunnen prima een tijdje zonder regering, dat is tientallen keren bewezen. En nieuwe politici die, afkomstig uit het bedrijfsleven, de snelle fikser in een regering komen uithangen, slaan binnen de kortste keren over de kop. Ik kan nu naar Trump verwijzen, maar kunt u zich minister van Economische Zaken Herman Heinsbroek (ex-Arcade) nog herinneren, uit diezelfde regering met de LPF?

Je kunt zeggen: een formatie duurt zo lang omdat politici geen harde beslissingen aandurven. Het beeld van de lafbekken – het is hardnekkig en populair.

Je kunt ook zeggen: een formatie dwingt politici tot gedragingen die wij, burgers, ontwend zijn – maar die niettemin hoogst nuttig blijven.

Nooit onbesuisd handelen. Niet alleen afgaan op je intuïtie. Alles overdenken. Niet meteen toegeven in onderhandelingen. Niet meteen afwijzen in onderhandelingen. Twijfel toestaan – bij jezelf, bij de ander. Een standpunt herzien. Het eigen gelijk los durven laten. Accepteren dat concurrentie van standpunten betere standpunten oplevert.

Ik bewierook een formatie niet. Platvloers eigenbelang en machtsspel – dat is er ook allemaal. Maar evengoed gaat achter alle traagheid zoveel geduld en zelfbeheersing schuil dat wij, buitenstaanders van het snelle leven, er soms best een voorbeeld aan kunnen nemen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.