Opinie

Waag eens iets! Politiek is ook publiekssport

We gaan richting de 90ste dag in de formatie en het blijft aftasten, risico’s wegen, theedrinken en de fouten uit de vorige oorlog vermijden (Rutte & Samson in 2012: té drastisch – de horreur). Voor ons als publiek is er niets te beleven. Er gebeurt pas iets als een van de spelers beweegt, een gok waagt. Dat zou normaal moeten zijn; een politicus die nooit een zet doet, kon beter ambtenaar worden. Maar Den Haag valt in katzwijm wanneer een medespeler vijf centimeter beweegt: die is dan – de heroïek! de doodsverachting! – „over zijn schaduw gesprongen”. Daarop is het wachten. Maar ook risicomijding is niet zonder gevaar. Politiek is een publiekssport. Van enkel tikkies breed gaan de tribunes mopperen, morren, muiten. Dus gooi die bal naar voren, Mark, ga eens een mannetje voorbij, Jesse!

Twee politici om ons heen waagden een gok die hun land in de ban heeft: Theresa May en Emmanuel Macron. Zij deed een gok die er geen leek en die ze (mijn gokje, ik schrijf terwijl de stembussen nog open zijn) niet wint. Hij deed een onmogelijke gok, opnieuw, die hij vanaf zondag – dan is de eerste ronde van de parlementsverkiezingen – wel wint. May ging voor de safe bet. Tegen haar beloften en eigen intuïtie in nam ze een risico. Miniem, maar toch. Gezien de enorme voorsprong in de polls – van de Tories op Labour én van haarzelf op Corbyn – konden vervroegde verkiezingen niet mislopen. Te winnen: gezag en tijd. Gezag, want met een vergrote parlementaire meerderheid en eigen verkiezingswinst zou ze niet langer leunen op Camerons zege uit 2015. Tijd, want een vers mandaat tot 2022 stelt in staat de onderhandeling met de EU (aflopend in maart 2019) te verlengen met een overgangstermijn, of de schok van een abrupte Brexit op te vangen, ruim voor de volgende stembusgang (die anders in mei 2020 was). Maar May faalde op campagne; ze draaide en struikelde. Laf ging ze het debat uit de weg: duikgedrag dat het publiek afstraft. De golf van de events – de derde aanslag – tilde haar niet op als premier-van-natie-in-schok, maar overspoelde haar als ex-minister die op politie had bezuinigd. Resultaat, zelfs bij tijdwinst: veel gezag verloren.

Zijn eerste wilde weddenschap won hij al: uit het niets Frans president geworden, omdat hij een kans rook in de stemming in het land, in de malheur binnen de partijen. Ook had Macron het voor de kansspeler onontbeerlijke geluk, het schandaal van rivaal Fillon voorop. Maar toch bleef journalistiek Parijs sceptisch, vanwege het volgende obstakel. „Zonder parlementaire meerderheid krijgt hij als president niets klaar.” Maar zie: Macron had al een partij, herdoopte die, kaapte links en rechts mensen weg, hield de vaart erin en nu staat ‘La République En Marche’ op kop in de peilingen, de absolute meerderheid in zicht. Hoe hij dat deed? Hij bewoog, trok het veld open met splijtende passes, en boeide het publiek. Een flinke handdruk met Trump en guitig mondiaal leiderschap na diens klimaat-exit („Let’s make the planet great again”) deden de rest. Het Franse publiek staat op de banken: geef die man een kans. Inmiddels plant Macron een arbeidsmarkthervorming alsof de parlementszege al op zak is; werkgevers én werknemers werken mee.

Alle scheppende politiek bevat een element van gokken. Niet zoals bij de paardenraces. De politicus moet de toekomst niet voorspellen; hij of zij moet die in al haar ongewisheid gestalte geven. Les van May en Macron voor het Binnenhof: vergeet 2012, de safe bet bestaat niet, voor spelers in vorm loont vastberaden bluf.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Deze column is wekelijks.