Recensie

Vergaderen over oorlogsmisdrijven

Zap

‘De Oorlogsrecherche’ gaat over Nederlandse rechercheurs die oorlogsmisdadigers opsporen. De documentaireserie is de moeite waard, maar door de gevoelige materie zijn er wel veel beperkingen.

Getuigenverhoor in 'De Oorlogsrecherche' (VARA).

Het lijkt een uitstekend idee: een driedelige documentaireserie achter de schermen bij het Team Internationale Misdrijven (TIM), dat deel uitmaakt van de Dienst Landelijke Recherche en zich bezig houdt met de opsporing van oorlogsmisdaden waar op de een of andere manier Nederland bij betrokken is. Dat zal vaak te maken hebben met in ons land verblijvende vluchtelingen, maar er kunnen ook mensen met een Nederlands paspoort verdachten zijn, zoals de wegens zijn bijdrage aan de burgeroorlog in Liberia tot 19 jaar gevangenisstraf veroordeelde wapenhandelaar Guus K.

Regisseurs Hetty Nietsch en Daniëlle van Lieshout kregen voor De Oorlogsrecherche (VARA) onbeperkte toegang tot het multidisciplinaire team van een dertigtal rechercheurs, antropologen, arabisten en andere experts, uiteraard onder de voorwaarde dat de informatie in beeld en geluid geen enkele invloed mocht hebben op lopend onderzoek. Ook werden sommige teamleden en alle getuigen en verdachten onherkenbaar gemaakt.

De gedachte achter TIM is dat je als oorlogsmisdadiger niet ongestraft moet kunnen rondlopen in Nederland. Sommige slachtoffers van vooral de Syrische burgeroorlog zijn zeer erkentelijk dat ze voor hun beschuldigingen aan in Europa verblijvende landgenoten eindelijk eens een gewillig oor vinden.

Twee aspecten, zo wordt benadrukt in de serie, zijn relatief nieuw en spannend. Voor het eerst worden er al dossiers aangelegd over handelingen in een conflict dat nog volop gaande is. Daarnaast biedt bestudering van uitingen in de sociale media heel veel bewijsmateriaal op, omdat beulen en sadisten maar al te graag sporen verspreiden van hun triomf op de vijand. Hamed Thabet, afkomstig uit de in Iran bedreigde ba’haiminderheid, doet de hele dag niets anders dan zulke filmpjes bekijken, op zoek naar een match, waar een aanklager wat aan heeft.

Thabet en Vincent Cillessen, Syrië-specialist en de ster van aflevering 1, zijn rokers. Hun sigaretje in het rookhok, letterlijk om stoom af te blazen, behoort tot de hoogtepunten van dat eerste deel, net als het getuigenverhoor van een Syrische christen, van wie we alleen het achterhoofd te zien krijgen. Toen zijn beulen ontdekten dat hij geen moslim was, dus geen partij in de burgeroorlog, hielden ze op hem te slaan maar brandmerkten hem wel op vier plaatsen. De man breekt als hij in gedachten weer de brandlucht ruikt.

Zulk drama is wel nodig, want de documentaire lijdt zichtbaar onder de beperkingen bij het draaien. Er wordt toch al veel vergaderd (als teamleider Jeroen Toor naar het jihadistenoverleg moet, is hij snel twee en een half uur kwijt) en in die vergadering wordt elk relaas om de paar woorden onderbroken door een piep en krijgen we de gezichten van mensen op belastend beeldmateriaal ook al niet te zien.

Veel van de informatie moet ook overgedragen worden door een uitvoerige voice-over, uitgesproken door Jeroen Pauw. Je kunt je afvragen of een visueel begaafder regisseur erin geslaagd zou zijn om deze harde noot op creatievere wijze te kraken. Nu zien we vooral een speciale aflevering van Zembla, dat wel vaker interessante onderwerpen op weinig aantrekkelijke wijze verpakt.

Ik denk eigenlijk dat het niet anders had gekund dan op deze manier, met meer zwart gemaakte passages dan in een gemiddeld WOB-document. Wat resteert blijft de moeite waard, al was het maar als documentatie van de horizontale Nederlandse overlegcultuur, die iedere medewerker bij elk onderzoek wil betrekken.