Recensie

Tweemaal een scherp schot in de roos

Spannende Boeken Weken

Zuid-Afrikaan Deon Meyer, auteur van elf veelgeprezen misdaadromans, schreef het CPNB-geschenk, en daarnaast houdt hij de lezer met een ander nieuw, apocalyptisch boek een spiegel voor.

Foto iStock

Bennie Griessel is 147 dagen nuchter en serieus begonnen met fietsen. Acht kilo is de rechercheur bij de afdeling Ernstige Delicten van de politie in Kaapstad al afgevallen. De metamorfose is zijn collega Vaughn Cupido uiteraard niet ontgaan. Scherp als altijd zegt hij tegen Griessel: ‘Je valt straks nog door je eigen gat.’

Na Stephen King, Karin Slaughter en Nicci French is de Stichting CPNB er opnieuw in geslaagd een internationale bestsellerauteur te strikken voor het geschenkboekje voor de Spannende Boeken Weken (9 t/m 27 juni).

De vrouw in de blauwe mantel is geschreven door Deon Meyer (1958), de Zuid-Afrikaanse auteur van elf veelgeprezen misdaadromans.

Griessel en Cupido, een witte en een zwarte rechercheur, zijn regelmatig terugkerende personages in Meyers boeken. De vrouw in de blauwe mantel sluit aan op Icarus (2015). Daarin verdronk de tobbende Griessel weer eens in de drank en werd Cupido heel onhandig verliefd op een van de verdachten. In De vrouw in de blauwe mantel hebben de politiemannen hun leven weer onder controle en krijgen ze een zaak toegewezen die niemand wil.

Op een uitkijkpunt in de natuur ligt een naakte vrouw, waarvan het lichaam met bleekwater is gewassen.

Zoals vaker vervlecht Meyer verschillende verhaallijnen die langzaam bij elkaar komen. Vermoedelijk als geste aan zijn opdrachtgever speelt het geschenkboekje deels ook in Nederland. Een actueel onderwerp, de hausse op de kunstmarkt, speelt een cruciale rol in het verhaal.

Honderd miljoen dollar voor een schilderij van Rembrandt-leerling Carel Fabritius? De rechercheurs geloven hun oren niet. Griessel, die zich nog geen verlovingsring voor zijn geliefde kan permitteren, noemt het obsceen. Cupido sluit zich daarbij aan: ‘Een prentje, Benna. Dat schilderij is gewoon een prentje. Een paar penseelstreken en een emmertje verf. Van een dooie Hollander.’

Knetterend

Het geschenkboekje van Meyer is net zo’n schot in de roos als dat van Marion Pauw, twee jaar geleden. Spannend en humorvol tegelijk, vol knetterende dialogen, met vaart geschreven en slim van compositie – reclame, kortom, voor het spannende boek. En over die kwaliteiten zal de groeiende schare fans van Meyer (200.000 boeken verkocht in Nederland) niet verbaasd zijn. Alle misdaadromans die de oud-journalist sinds 1999 publiceerde staan garant voor leesplezier.

Toch heeft het een boek of zeven, acht geduurd voordat Meyer internationaal doorbrak. Best lang, voor een schrijver die met Jussi Adler-Olsen, R.J. Ellory en Arnaldur Indriðason behoort tot de scherpzinnigste thrillerschrijvers van zijn generatie. Dus wie het even heeft gehad met de tekortkomingen van de Scandinavische welvaartsstaten of de kleine criminaliteit op IJsland vindt bij Meyer een prettig alternatief.

In zijn boeken, al dan niet met Bennie Griessel in een hoofdrol, schetst Meyer steeds een scherp beeld van het huidige Zuid-Afrika. Op een intelligente manier laat hij zien wat de post-apartheidproblemen voor gevolgen hebben voor zijn hoofdpersonen.

Ambities

Hoe groot zijn ambities als schrijver zijn, spreekt ook uit Koorts , dat tegelijk met het geschenkboek is verschenen. Het is Meyers dikste misdaadroman tot nu toe. Al is dat misschien dit keer niet de juiste karakterisering; het boek wijkt af van zijn eerdere thrillers.

In Koorts heeft een verwoestend virus 95 procent van de mensheid vernietigd. Willem Storm en zijn zoon Nico behoren tot de weinige overlevenden. Vanwege de beschutte ligging en de mogelijkheid om elektriciteit op te wekken proberen ze bij een stuwdam bij Vanderkloof in de provincie Noord-Kaap een nieuwe gemeenschap op te zetten.

Dat gaat met vallen en opstaan. Het post-apocalyptische Zuid-Afrika wordt bevolkt door wilde honden en meedogenloze plunderaars op motorfietsen, die op jacht zijn naar de laatste voorraden blikvoer en brandstof.

Dit klinkt alsof Meyer aansluiting heeft gezocht bij het in Hollywood zo dominante sciencefiction-genre en een soort papieren Mad Max heeft willen scheppen, met een aaneenschakeling van circusachtige stunts en vechtpartijen. Dat is geenszins het geval.

Vooruitgang?

Er zit wel wat actie in Koorts, en de ik-persoon, Nico Storm, maakt in de eerste zin van het boek al duidelijk dat hij gaat vertellen over de moord op zijn vader. Maar Meyer gebruikt de dramatische gevolgen van de apocalyps vooral om zijn lezers een spiegel voor te houden. Waren we niet bezig om de wereld te verwoesten, op te offeren aan de vooruitgang? En wordt levensgeluk niet vooral bepaald door goede, sterke menselijke verhoudingen? Op een onnadrukkelijke wijze slaagt Meyer erin grote vraagstukken aan te snijden.

Door Koorts loopt een soort oral history-project van Willem Storm. Hij ondervraagt de bewoners van zijn gemeenschap over hun leven van vóór de Koorts. Zij missen weinig uit de tijd dat ze nog wél Facebook hadden. Een van de bewoners vertelt hoe hij vóór de virusuitbraak een artikel las hoe schimmels het voortbestaan van de banaan bedreigen. Dan zegt de man: ‘Wat ik probeer te zeggen is dat wij als mensen een aarde geschapen hebben die heel onnatuurlijk was. Wij hebben het evenwicht verstoord. En toen gebeurde met ons precies hetzelfde als wat met de bananen is gebeurd.’

In een vraaggesprek met Toef Jaeger in NRC zei Meyer drie jaar geleden dat hij het als zijn plicht voelt lezers te wijzen op de mogelijkheid een land te creëren waarin zijn kinderen het beter zullen hebben. ‘Weglopen is laf’, zei de schrijver.