Commentaar

Undercover misleiding door de politie is toelaatbaar, maar wel heel zelden

Mag de politie verdachten undercover benaderen, onder druk zetten, beloningen of sancties in het vooruitzicht stellen om zo bekentenissen te verkrijgen? De recente veroordeling in de Posbankmoord zorgde voor een rechterlijke toetsing van deze bijzondere politietechniek, ook wel bekend als de ‘mr. Big’-methode. De kritiek erop is niet mals. Zijn dergelijke verklaringen wel waarheidsgetrouw, spreekt de verdachte uit vrije wil of wordt hij gemanipuleerd of gedwongen? Hoe groot is de druk eigenlijk die wordt uitgeoefend? Vooral rechtspsychologen en advocaten zijn kritisch – en dat is heel goed. Voorkomen moet worden dat het strafrecht wordt bedorven door onoirbare methodes, met dwalingen en onrecht tot gevolg.

Ontegenzeggelijk gaat het hier om bedrog door de politie, bedoeld om langs slinkse wegen informatie te verwerven. Een zaak moet wel heel zwaar zijn en álle andere middelen moeten zijn uitgeput, voordat de staat hiertoe mag overgaan. Die subsidiariteits- en proportionaliteitstoets wordt dan ook door de rechter geëist – de Posbankzaak voldeed eraan. Dit was een cold case waarin al het mogelijke al was gedaan en geprobeerd, inclusief het verhoren van de betreffende verdachte. Tegen de man waren bovendien meer bewijzen: DNA, telecomgegevens, verklaringen van een tweede verdachte. En doorslaggevend: de bedrogen verdachte bleek over unieke daderinformatie te beschikken.

De rechter oordeelde dat er geen bovenmatige druk is uitgeoefend. De undercover agenten die het gesprek voerden bleven ‘regelmatig’ passief; de verdachte klampte tenslotte zelf ‘mr. Big’ aan om zijn geheim te onthullen. Zowel de misleiding als de afhankelijkheidsrelatie tussen de verdachte en de ‘spelers’ bleef binnen de perken. Daarmee is het verweer dat de verdachte zich aan grootspraak en stoerdoenerij had overgegeven verworpen. Wat de rechter verder hielp, was de uitgebreide schriftelijke verantwoording – iedere slag op dit gladde ijs was schriftelijk verantwoord.

Tegelijk illustreert het vonnis hoe gevaarlijk deze Canadese opsporingstechniek kan zijn. Dit kan makkelijk ontsporen als het breder wordt toegepast. Dit is overheidsmisleiding, toegepast onder dubieuze omstandigheden, in de context van een pseudo criminele organisatie, waarin de verdachte ertoe wordt verleid zich uit winstbejag te handhaven. Een omgeving waarin leugens en bedrog eerder regel dan uitzondering zijn. Om daar een integer bewijsmiddel uit te destilleren is geen vanzelfsprekendheid, zacht gezegd. Maar met al die mitsen en maren moet het toch gebruikt kunnen worden, heel soms.