Onderwijs

Met twee juffen per klas blijft het loon laag

Onderwijsblog Er zijn bijna twee keer zoveel onderwijzers als banen. Ze werken bijna allemaal parttime en verdienen weinig. De oplossing van het tekort ligt voor de hand.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Eigenaardigheid van het Nederlandse primaire onderwijs is dat er 130.000 onderwijzers zijn op 77.600 Fte’s. Op bijna elke fulltime baan op de basisschool zitten dus twee juffen. Grotendeels dan, want 87 procent van deze onderwijzers is vrouw en Nederlandse vrouwen werken graag parttime.

Basisonderwijs is een parttime eldorado.

Dat zou wel eens de oorzaak kunnen zijn voor de lage lonen voor onderwijzers. Nog even samenvattend op grond van een recent rapport van het Research instituut voor Onderwijs en Arbeidsmarkt in Maastricht: tot 2008 werden onderwijzers beter betaald dan andere afgestudeerden aan de hogeschool, sinds 2008 minder. In 1995 kreeg de onderwijzer gecorrigeerd voor inflatie mediaan 13 euro per uur in 2014 was dat nog slechts 12,50 euro. In 2016 kwam een inhaalverhoging van 3,9 procent en in een tiental jaren is een kwart bevorderd tot een hogere loonschaal. Toch blijft het inkomen laag vergeleken bij ander hoogopgeleid werk. Slechts 37 procent van de mannelijke en 57 procent van de vrouwelijke afgestudeerden aan de pabo worden ook echt onderwijzer. Op initiatief van het PO-front gaan leraren eind juni één uur staken voor onder andere hoger loon.

Op het eerste gezicht zou je zeggen dat twee juffen op één baan de werkgever meer geld kosten dan één. Je moet misschien wel meer werkgeversaandeel AOW en waarschijnlijk wel dubbel voor andere voorzieningen betalen. Ik vroeg onder andere het CPB of daar enig onderzoek naar is gedaan maar vond niets.

Deeltijd zou juist ook goedkoper kunnen zijn voor de werkgever. Het is lastiger onderhandelen met de werkgever voor een werknemer met drie vijfde of twee vijfde baan. Een parttimer zal minder snel worden bevorderd naar een hogere inkomensschaal. Wat zou anders de reden zijn dat Nederlandse werkgevers geen kik geven met al die parttimers in dienst?

De parttime onderwijzers doen wel veel onbetaald werk. Ze moeten veel overdragen aan andere juffen. Ze moeten vergaderen en op de computer rapporteren wat ze hebben gedaan. Dat vergt extra tijd, meestal niet de tijd van de baas. Een onderwijzer komt ook wel in zijn vrije tijd opdagen voor een teamvergadering. Dat verklaart veel overwerk tot burnout aan toe.

Voordeel voor de werkgever is ook dat tijdelijke vervanging bij ziekte gemakkelijker is. Een van de leerkrachten werkt dan gewoon even wat langer. Veel van die parttimers hebben geen vaste baan, dus kunnen er snel weer uitvliegen als het aantal leerlingen tegenvalt.

Maandag Nel, dinsdag Lilian

Voor de leerlingen betekent parttime dat ze maandag juffrouw Nel, dinsdag juffrouw Lilian en woensdag weer juffrouw Nel hebben en zo door. Ze weten niet anders. Met wie gaan de ouders praten op de ouderavond? Met een van beiden die een overdracht van de ander heeft gekregen. De schoolleider heeft veel meer werk: voor zes klassen moet die in plaats van acht zestien leerkrachten aanvoeren en administreren. Kortom, veel extra werk maar niet op kosten van de baas. Vandaar dat veel schoolleiders in het basisonderwijs omvallen. Het is een professionele managementbaan geworden.

De oplossing van het dreigende onderwijzerstekort is dus dichterbij dan het lijkt. Over twee jaar zijn er slechts 1000 basisschoolleraren te weinig, in 2021 bijna 5000. Met 130.000 leerkrachten, hoofdzakelijk in deeltijd, moet het toch lukken om dat tekort op te vullen. Met 2000 meer fulltimers over twee jaar en 10.000 in 2021 is het probleem opgelost. Minder rompslomp, grotere duidelijkheid voor leerlingen en ouders. Maar misschien ook hogere lonen door een sterkere onderhandelingspositie, dus hogere kosten voor de werkgevers. Nu de toelatingseisen van de pabo omhoog zijn gegaan, verdienen de onderwijzers het. En ook meer mannen voor de klas, want in Nederland houden die van fulltime.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.