Ineens roept hij: ik speel je straks hélemaal gek

Wesley Sneijder

Tegen Luxemburg, zijn 131ste duel in Oranje, wordt hij vrijdag recordinternational. Sneijders interlandcarrière in vijf citaten.

“Ik zie dat het elftal iets mist en die schakel wil ik zijn. Word wakker, dacht ik.”

Het zijn woorden die passen bij een gekrenkte vedette, maar aan het woord is een twintigjarige Wesley Sneijder. Hij baalt. Gepikeerd door de beperkte speeltijd die hem door bondscoach Dick Advocaat gegeven is op het EK 2004 in Portugal. „Tot twee dagen voor de wedstrijd tegen Duitsland was ik dé man”, zegt hij in gesprek met Het Parool. „Ineens tel je niet meer mee. Dat geeft een dubbel rotgevoel.”

Sneijder is drie keer ingevallen in de ploeg die – vraag niet hoe – de halve finale bereikt. Advocaat, toen ook al bondscoach, kiest op dat EK de routine van Clarence Seedorf. „Ik heb in het begin problemen met Wesley gehad. Hij was natuurlijk een heel groot talent, met Rafael van der Vaart”, zegt Advocaat donderdag, terugblikkend in hotel Huis ter Duin in Noordwijk. „Door de media werd driftig gestimuleerd dat ze samen moesten spelen. Wesley had zich natuurlijk wel bewezen tegen Schotland.”

Ja, Sneijder de redder van Advocaat en vaderland in die playoffs tegen Schotland in 2003. Hij, een tiener nog, leidt Nederland hoogstpersoonlijk naar dat EK in Portugal. Drie assists, maker van de eerste goal in de return die Oranje met 6-0 wint. Knap weggedraaid, opgedribbeld en daarna van zo’n 25 meter uitgehaald. Goal. De kleine Ajacied uit het Utrechtse Ondiep, een grote meneer in de dop.

“Ik speel je straks helemaal gek, lange lul.”

Wesley Sneijder tijdens het duel met Ivoorkust, vorig weekend. Foto’s ANP Pro Shots

Het was „in plat Utrechts”, herinnert voormalig Oranje-perschef Kees Jansma zich. Het EK 2008 staat op het punt van beginnen voor Oranje, tegenstander is wereldkampioen Italië. Links de imposante verschijningen van Squadra Azzurra in de spelerstunnel in het Stade Suisse in Bern, rechts is het stilletjes aan Oranje-zijde. Bleke gezichtjes, de spanning is voelbaar. Jansma: „Ik zei nog tegen Marco [bondscoach Van Basten], het lijkt wel of wij met tien lilliputters spelen.”

En ineens roept Sneijder, die dag 24 geworden, tegen de meedogenloze Italiaanse stopper Marco Materazzi dat hij hem „straks helemaal gek” speelt, die „lange lul!” Wie Nederlands verstaat, lacht zich kapot. Weg is de schroom. Of Sneijder het bewust deed om de ploeg wat los te krijgen? Jansma durft het niet te zeggen. „Iedereen heeft spanning, hij ook. Maar hij heeft ook de humor en brutaliteit om zoiets te roepen. Hij heeft geweldig fingerspitzengefühl voor wat een groep nodig heeft.”

Nederland speelt met wereldkampioen Italië nadat Sneijder aan het eind staat van een magistrale counteraanval en 2-0 noteert. Het wordt 3-0. Ook Frankrijk gaat eraan: 4-1. „Hij hield woord”, zegt Jansma. Beter speelde Oranje niet meer in zijn carrière dan toen, zegt Sneijder. Maar een prijs blijft uit zicht. Rusland van Guus Hiddink is te sterk in de kwartfinale.

“De eerste met m’n kop. Ik stond helemaal vrij, dan is het alleen een kwestie van knikken.”

Wesley Sneijder bij zijn Oranjedebuut in 2003 tegen Portugal. Foto’s ANP Pro Shots

Getrouwd, de Champions League gewonnen met Inter. Kampioen, bekerwinnaar. En in het jaar waarin alles lukt, scoort hij ook nog eens met het hoofd. Het is de kwartfinale op het WK in Zuid-Afrika in 2010, een wedstrijd waarin Oranje net aan de rust haalt met een 1-0 achterstand. Mondige spelers staan op. Sneijder zegt: gewoon doen wat we altijd doen. Dúrven.

Wat volgt staat gegrift in het Nederlandse voetbalgeheugen. Eerst blundert Julio César bij een voorzet van Sneijder die het doel in vliegt: 1-1. Zijn Braziliaanse ploeggenoot bij Inter „is geen held bij hoge ballen”, had hij al voorspeld. Daarna: corner Arjen Robben, het doorkoppen van Dirk Kuijt zo op het hoofd van die spelmaker van 1 meter 70. Helemaal vrij, Wesley Sneijder: 2-1. Brazilië stort in elkaar.

De mannen van Bert van Marwijk verslaan daarna ook Uruguay. Spanje wacht in de finale. Een harde pot. De steekpass van Sneijder, vallend achterover gegeven, is perfect in de loop van Robben die vrije doortocht. Hij schiet op de teen van keeper Iker Casillas, in de verlenging maakt Andrés Iniesta 1-0 voor Spanje.

Voor een gouden generatie blijkt zilver het maximale. Alles klopt in 2010, alleen die teen.

Lees ook ons portret van de jonge jaren van Wesley Sneijder: Hij moest zijn emoties leren bedwingen.

“Je hebt mij nodig in Brazilië.”

Drie keer verloren, klaar. Maar Sneijder onttrekt zich met zijn spel en instelling ietwat aan het treurspel op het EK 2012 en kan dus in het kringgesprek met de aangetreden bondscoach Louis van Gaal makkelijk praten. Hij maakt indruk, wordt zelfs aanvoerder.

Maar de vorser Van Gaal bespeurt gemakzucht. Sneijder belandt op een zijspoor bij Inter, Van Gaal ziet het aan hem. Niet fit, niet goed genoeg. In Indonesië, op een oefentrip, pakt hij Sneijder de band af, vanaf dan hangt hij aan het elastiek. Wel of geen Sneijder, het is dé vraag in de weken voor het WK 2014. „Jij hebt mij nodig in Brazilië”, zegt Sneijder in een gesprek waarbij Van Gaal in lachen uit zou zijn gebarsten. Nog geen twee maanden voor het WK zegt Van Gaal in NRC dat Sneijder het „niet eens elke week kan laten zien” bij zijn club Galatasaray. „Dan kun je dat toch zeker niet bij Oranje?”

Toch neemt hij hem mee op de tournee die tot de derde plek zal reiken in Brazilië. Sneijder is niet zo dominant als in 2010, maar in de achtste finale tegen Mexico in een bloedheet Fortaleza is zijn gelijkmaker al die prikkels van Van Gaal waard geweest. „Misschien was het wel het juiste moment om vervelend tegen elkaar te zijn”, zegt Sneijder later.

“Je domineert de wedstrijd, alleen je verliest 3-0.”

Hij weet ook niet meer wat hij moet zeggen. Na de 3-0 nederlaag tegen Turkije, waardoor Oranje het EK 2016 kan gaan vergeten, zoekt Sneijder naar antwoorden aan tafel bij de NOS. Ergens knaagt dat oer-Hollandse gevoel dat ‘we’ beter waren. Het moet eruit. „Je domineert de wedstrijd” – het slaat nergens op, toch zegt hij het. Een trotse speler die moeilijk erkennen kan hoe slecht Oranje is geworden.

Geen eindtoernooi, het is nieuw voor Sneijder. Hij, Robben, Robin van Persie – een generatie loopt op z’n eind. Bondscoach Danny Blind wordt anderhalf jaar later ontslagen als ook het WK 2018 aan een rafelige draad hangt.

Nu wacht Luxemburg, Sneijders 131ste interland, op zijn 33ste verjaardag. „Jullie zijn daar meer mee bezig dan ik”, zegt hij donderdag. Hij wordt bijna gedragen naar het interlandrecord: dit jaar speelde hij alle vier Oranje-duels als invaller. Maar onder Advocaat, dinsdag aangetreden, is het direct duidelijk: „Sneijder speelt vrijdag vanaf het begin.” En wel centraal.

Sneijder wil door. Misschien wel tot na het WK 2018. „Die kans op nog een WK, daar doe ik alles voor. Je wilt het afsluiten op een goede manier. Hoe en wanneer is nu niet aan de orde.”